Episode Transcript
[00:00:04] Speaker A: De Ladder van Jacob.
Literatuur, geschiedenis en muziek met Theo Parlevliet.
Beste luisteraar, weer hartelijk welkom bij de zeventiende aflevering van mijn serie De Katholieke van Vietnam.
Deze aflevering draagt de titel De Grote Catastrofe.
Alvast een korte uitleg bij die titel.
Ik zal in deze aflevering de laatste jaren behandelen van het leven van de katholieke politicus Ngo Dinh Diem.
Die grote catastrofe zie ik in de gevolgen van de door de Amerikanen gesteunde militaire staatsschip die een eind maakte aan het bevind van Diem.
Hoewel de Vietnamoorlog dan nog moet beginnen, is die oorlog eigenlijk in 1963 al verloren.
Achteraf gezien kunnen we die door de Amerikanen gesteunde staatsschep ook heel gemakkelijk plaatsen in die rij naoorlogse debakels in de Amerikaanse buitenlandse politiek die tot in onze eigen tijd reikt.
Korea, Vietnam, Irak, Libië, Afghanistan en Iran.
Eerst krijgt u van mij weer een korte samenvatting van de vorige aflevering.
Ik vertelde u toen dat Jem eind 1955 veel redenen had om tevreden te zijn.
Hij had een versplinterd land tot een zekere eenheid gebracht.
Hij had de hem-vijandengezinde Zuid-Vietnamese legertop uitgeschakeld en had de diverse regionale krijgsheren van hun macht beroofd.
Hij had een eind gemaakt aan de intriges van de Fransen die nu snel van het Vietnamese toneel verdwenen.
Als sterke man kreeg hij veel steun van naar hem overgelopen nationalisten.
En hij was erin geslaagd althans een deel van de Amerikaanse beleidsmakers en militairen aan zijn kant te houden.
Zuid-Vietnam leek een periode van enkele jaren van relatieve rust in te gaan, zoals het gebied sinds 1946 niet meer had gekend.
Ik gaf u ook een korte impressie van de toestand in Noord-Vietnam.
Ik legde u uit hoe de toestand daar in 1954 nog aanzienlijk rampzaliger was dan die in het zuiden.
In het aan de macht komen, in het begin van de jaren zestig, van militantere communistische leiders als Lê Duan en Lê Duc Tô, moeten we één van de oorzaken van het uitbreken van de Vietnamoorlog zien.
Na 1960, tot zijn dood in 1969, had Ho Chi Minh geen werkelijke macht meer en vervulde hij slechts een symbolische functie voor de binnenlandse en buitenlandse buitenwacht.
We zagen dat de ster van Diem in die jaren reizend was.
In 1957 werd hij met alle eer ontvangen voor een officieel staatsbezoek in het Amerika van president Eisenhower.
In een New York Times werd hij bij die gelegenheid een Asian Liberator genoemd.
En het blad Live sprak over hem als The Tough Miracle Man of Vietnam.
dat zijn imago enkele jaren later in de Amerikaanse pers flink zou verbleken, had ook te maken met veranderingen in de Amerikaanse samenleving.
Twee binnenlandse manifesten in 1960 duide ik aan als de schriftelijke weergave van twee politieke comedies.
Dat betrof enerzijds de oprichting van de Fiat Kong, ergens in een grensgebied bij Cambodja, en anderzijds de publicatie van het zogeheten Caravelle Manifest in het gelijknamige luxueuze hotel in Saigon.
Zowel in het oprichtingsmanifest van de Fiat Kong als in dat Djem kritische manifest werd gepleit voor meer democratische vrijheden.
Van Amerikaanse zijde werd bij Diem vaak aangedrongen op hervormingen die strijdig waren met de aard van de Vietnamese geschiedenis en de Vietnamese maatschappij. En die rampzalig zouden uitpakken voor de strijd tegen de communisten.
Ook bij de mislukte militaire staatsgreep in november 1960 was sprake van Amerikaanse betrokkenheid.
Wat in 1960 niet lukte, zou drie jaar later wel lukken.
Tot zover mijn korte weergave van de vorige aflevering.
In 1961 werd president Eisenhower opgevolgd door de katholieke John F. Kennedy.
Kennedy was al als senator lid van de American Friends of Vietnam.
En hij gold als bewonderaar van Ngo Dinh Diem, die hij als een zelfstandigdenkend en opererend nationalist zag, van het type dat de Aziatische landen nodig hadden.
Tijdens een conferentie van America Friends of Vietnam in 1956 sprak Kennedy over, citaat, de aanzienlijke successen die Diem geboekt had door stevig en met volharding de politieke en economische uitdagingen tegemoet te treden.
Zuid-Vietnam zag Kennedy toen als waardevol experiment in de zoektocht naar alternatieven voor het communisme in Azië.
Vietnam zag hij toen als, citaat, de hoeksteen van de vrije wereld in Azië en als de vinger in de dijk.
Al in het begin van zijn periode als president werd de militaire steun door Kennedy uitgebreid.
Onder andere door het sturen van meer door Amerikanen bestuurde helikopters die Vietnamese troepen snel naar het slagveld konden vervoeren.
Ook het aantal adviseurs nam toe. Adviseurs die ook steeds meer direct werden ingezet voor opleiding en directe militaire assistentie.
De semi-militaire burgerwacht werd uitgebreid van 32.000 naar 68.000 man.
En men bestudeerde de mogelijkheden om ook het reguliere leger uit te breiden.
Die burgerwacht bestond uit lokale paramilitaire troepen die een beter antwoord op de omstandigheden van een Kyrilja-oorlog vormden.
De Diem niet goedgezinde ambassadeur Durbo werd vervangen door Frits Nolting.
Een man die niet alleen beter begreep hoe je met een nationalist als Diem moest omgaan, maar die zich ook snel veel kennis van zaken verwierf.
Intussen nam het aantal communistische infiltranten weer dramatisch toe, die nu vooral via Laos het land binnenkwamen.
In september 1961 slaagde de Vietcong er zelfs in een provinciale hoofdstad tijdelijk in te nemen en het provinciehoofd, een 33-jarige majoor, met opengereten lichaam op het centrale marktplein op te hangen.
Ook dienstjongevrouw werd vermoord.
De Vietcong-strijders vertrokken vervolgens weer met medeneming van 270 gevangenen.
De militaire situatie verslechterde zodat Diem toen voor het eerst vroeg om het stationeren van Amerikaanse troepen aan de noordgrens en in de provinciehoofdsteden.
Hij kreeg daarbij de steun van generaal Taylor, die met Jem gesproken had over de mogelijkheid Amerikaanse militairen te sturen met als dekmantel de humanitaire hulp bij de overstromingen die het land toen tijzerde.
Maar Kennedy zou tijdens zijn presidentschap het sturen van Amerikaanse gevechtseenheden steeds blijven blokkeren.
Vanaf het voorjaar 1962 verbeterde de militaire situatie weer, een vooruitgang die tot de dood van Diem zou aanhouden.
Die verbetering kwam er enerzijds door een grotere Amerikaanse steun in de vorm van helikopters, gepanzerde gevechtswagens, betere radioverbindingen en andere moderne uitrusting.
Anderzijds door de groei van het aantal adviseurs in 1962 van ruim 2000 naar meer dan 11.000.
Terwijl Amerikaanse politieke adviezen doorgaans uitmunten door onwetendheid en arrogantie, hadden de militaire adviseurs wel degelijk een belangrijke positieve uitwerking op het slagveld.
Maar minstens zo belangrijk was de instroom van door Diem gevormde toegewijde jonge Vietnamese nationalisten die overal de uit de koloniale periode stammende bestuurders begonnen te vervangen in leger en bestuur.
Dan ging het om divisiecommandanten en provinciehoofden met daaronder pelotonscommandanten en dorpshoofden.
Van enorm belang was het van de grond komen van een nieuw strategisch programma betreffende de dorpen.
Een door Diem ingezet moderniseringsprogramma met als inzet meer boeren aan zich te binden.
In 1962 waren er al 4000 van die zogeheten strategische dorpen met beter bestuur en met betere militaire beveiliging.
In de volgende aflevering zal ik met u een bezoekje brengen aan een door katholieke vluchtelingen bewoond dorp in de Mekongdelta.
Uit de nieuwere Vietnam-literatuur valt wel de droevige conclusie te trekken dat de later, in 1964-65, onder president Johnson begonnen Grootscheepse Amerikaanse militaire interventie eigenlijk al een verloren zaak was voordat die begonnen was.
Achteraf gezien kunnen we in de vroege jaren zestig al twee belangrijke oorzaken van de catastrofe van 1975 zien opdoemen.
Ten eerste Kennedy's weigering een eind te maken aan de communistische infiltratie uit het noorden via Laos.
In 1962 ondertekende de Amerikanen in Genève een verdrag met de communistische landen waarin afgesproken werd dat Laos neutraal zou zijn onder een coalitieregering en dat alle buitenlandse troepen zich uit het land zouden terugtrekken.
Diem zag er niets in en heeft de overeenkomst slechts onder zware Amerikaanse druk ondertekend.
Had Diem eerder een eind gemaakt aan de Ho Chi Minh-route over het Vietnamese gebied, nu zouden de communisten een Ho Chi Minh-route door Laos en Cambodja kunnen uitbouwen, wat de oorlog na 1965 tot een dweilen met de kraan open zou maken.
Ook in zaken de tweede oorzaak van de grote catastrofe van 1975 hebben de Amerikanen een hoofdrol gespeeld.
Terwijl het leger van Zuid-Vietnam eind 1963 duidelijk aan de winnende hand was, hebben ze een tegen bewind van Djem gerichte militaire staatsgreep ondersteund, die het land voor enkele jaren in diepe chaos zou storten en de anticommunistische krachten katastrofaal zouden verswakken.
Dat verhaal over de aanloop naar die staatsgreep wil ik u na een korte pauze in hoofdlijnen gaan vertellen.
[00:13:30] Speaker B: MUZIEK MUZIEK Een
[00:14:37] Speaker A: niet onbelangrijke factor in de omslag die zich voltrok bij een deel van het Amerikaanse publiek moeten we zoeken in de vijandige houding tegenover het bevind van Diem bij het groepje jonge Amerikaanse correspondenten dat in die dagen in Zuid-Vietnam aan het werk was.
Het gaat dan om mensen als Peter Arnott, Neil Sheehan en David Halberstam.
Dat zouden later gevierde namen in de Amerikaanse journalistiek worden.
Hun vooringenomen houding heeft niet alleen een grote invloed gehad op de Amerikaanse publieke opinie, maar ook op de versterking van het anti-Djem kamp in het State Department.
Een voorbeeld van dergelijke invloedrijke beeldvorming zien we optreden rondom de verloren slag bij het dorp Abbeck in januari 1963.
De historicus Mark Modger besteedde veel later een heel hoofdstuk van zijn boek aan zowel die slag zelf als ook aan de beeldvormingen rondom die slag.
In de Weergave in de Amerikaanse pers werd de slag voorgesteld als bewijs voor de slappe wijze waarop het Zuid-Vietnamese leger de oorlog voerde.
De onkunde en de onwil van de Vietnamese militairen zouden zich volgens deze journalisten manifesteren, bijvoorbeeld in een schietpartij op elkaar en in de vernietiging van een aantal helikopters.
De fouten die Amerikaanse adviseurs hadden gemaakt bleven toen buiten beeld.
Bovendien werd het belang van het gevecht overdreven voorgesteld, zodat een lokaal ongelukkig verlopen gevecht uitgroeide tot mythische proporties waarmee voor eens en altijd zichtbaar zou zijn geworden dat het Zuid-Vietnamese leger niet veel voorstelde.
Mottier wijst er in zijn boek op dat de Vietcong tien maanden na deze slag geen enkele overwinning meer behaald heeft en dat de kwaliteit van het Vietnamese leger alleen maar verbeterde.
Bij hem en bij andere revisionisten overheerst het beeld dat Zuid-Vietnam in de jaren 1962-63 buitengewoon succesvol was.
Zij concluderen dat wanneer Diem niet vermoord zou zijn tijdens die door de Amerikanen gesteunde staatsgrip die het land in een diepe chaos stortte, Noord-Vietnam van een grootschalige aanval op het zuiden zou hebben afgezien.
Een andere klacht in de Amerikaanse pers betrof het feit dat militaire benoemingen door Diem veelal meer te maken had met politieke loyaliteit dan met militaire bekwaamheden.
Mottier wijst er in zijn boek fijntjes op dat zoiets in jonge nazi's wel haast onvermijdelijk is.
In de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog, zo schrijft hij, en in de burgeroorlog ziet men hetzelfde verschijnsel.
En hij geeft daar tussen neus en lippen door wat treffende voorbeelden van.
In mijn verhaal over de katholieke geschiedenis van Vietnam ontkom ik er natuurlijk niet aan wat uitvoeriger in te gaan op de zogeheten boeddhistische revolte die in mei 1963 in Zuid-Vietnam uitbrak.
Die revolte had ook en met name te maken met de enorme stroom van katholieke vluchtelingen uit het noorden.
Die revolte vormt een belangrijke gebeurtenis in de voorgeschiedenis die leidt naar de val van Ngo Dinh Diem.
Die plotseling opduikende boeddhistische revolte begon in de voormalige keizerstad Hu.
De aanleiding leek een door de regering afgekondigd verbod om religieuze vlaggen op straat te gebruiken.
Dat verbod was overigens ingegeven door het recente wapperen van Vatikaanse vlaggen op straat ter gelegenheid van het jubileum van de aartsbischop van Hoe.
Die aartsbischof was overigens de broer van de president, de man die ik u al eerder voorstelde als bischop Noh Din Thuk, en over wie ik u later meer zal vertellen.
Maar een aantal lokale boeddhistische leiders zag het verbod als een vorm van discriminatie omdat kort tevoren het gebruik van katholieke vlaggen dus wel was toegestaan.
Op 8 mei verzamelden zich een menigte van een paar honderd boeddhisten in hun pagode.
De leidende rol werd gespeeld door de monnik Tri Quang, die de menigte voorhield dat de regering katholieke voortrok en boeddhisten vervolgde.
Vervolgens verplaatste een aangroeiende menigte zich naar het lokale radiostation.
Wat toen gebeurde blijft tot de dag van vandaag in het halfduister gehuld.
Volgens boeddhistische activisten opende regeringsmilitairen het vuur op de menigte.
Volgens de regering liet een communistisch agitator een explosief afgaan in het midden van die menigte.
In ieder geval staat vast dat negen demonstranten om het leven kwamen.
Vaststaat ook dat de eisen van de leiders vanaf het begin niet wezen op een gematigde en verzoenende instelling.
Een van de absurde eisen was bijvoorbeeld dat men van de regering een verbod eiste om in de toekomst boeddhisten te arresteren.
Vanaf het begin was het duidelijk dat de leiders maar slechts op één ding uit waren, de val van Diem.
Ook in deze kwestie speelde de berichtgeving van het Amerikaanse perskoor ter plaatse een belangrijke rol.
Dit versterkte hun al eerder uitgedragen opvatting dat het de Diem-regering ontbrak aan steun onder het volk.
De gebeurtenissen van voorjaar en zomer 1963 lieten volgens hen zien dat het regime van Diem zo hopeloos repressief was dat het zelfs geen godsdienstvrijheid toestond.
De slachtoffers van 8 mei werden voorgesteld als directe slachtoffers van geloofsvervolging.
Dat beeld werd op 11 juni nog eens versterkt door de zelfverbranding van de 73-jarige monnik Kwang Duk in Saigon.
Omgeven door enige honderden monniken en nonnen en in de aanwezigheid van één Amerikaans journalist nam hij de lotushouding aan en werd door twee anderen overgoten met benzine, terwijl zijn vingers een gebedsnoer beroerden.
Kwang Duk streek vervolgens zelf een lucifer aan en stak zichzelf in brand.
Een zwart-wit foto circuleerde in de internationale pers.
Een dergelijke zelfopoffering, zo namen veel Amerikaanse lezers en commentatoren aan, kon alleen begrijpelijk zijn wanneer je sprake was van een slachtoffer van een regering die zich bezighield met vrede, geloofsvervolging.
Een groep Amerikaanse dominees zette meteen een pagina grote advertentie in de New York Times met onder de foto de volgende tekst.
Deze boeddhistische priester, de eerwaarde Kwan Duk, heeft zich net in brand gestoken.
Hij stierf om te protesteren tegen Zuid-Vietnams godsdienstige vervolging van de boeddhisten.
En met onder de foto de mededeling dat het hier om een opstand van 70% van de bevolking ging.
Ook later vonden andere zelfverbrandingen plaats die nu soms op kleurenfilm op de tv konden worden vertoond in Amerika.
Na een korte pauze vertel ik u over nieuwe interpretaties van de gebeurtenissen mede op basis van veel later gepubliceerd bronnenmateriaal.
[00:23:46] Speaker B: MUZIEK MUZIEK
[00:24:40] Speaker A: De nieuwe interpretatie van een en ander, die we vandaag de dag bij historici als Mark Modjar en Goffrey Shaw kunnen vinden, berust onder andere op hun gebruik van inmiddels vrijgekomen communistische bronnen en op studies die inmiddels in Vietnam zelf gepubliceerd zijn.
Uiterst gedetailleerd kunnen we bij Mottier en Shaw lezen hoe het journalisten als Helberstam en Xien niet alleen aan de meest basale kennis van de Vietnamese maatschappij ontbrak, maar ook en vooral dat zij hun informatie over deze zogeheten boeddhistische opstand voornamelijk afnamen van wat communistische agenten waren. Gewapend met dit soort gebrekkige en gemanipuleerde informatie en gedreven door hun westers progressieve haat ten aanzien van een door hen als reactionair gezien regime, schreven zij hun hoogst inaccuraat en gekleurde verhalen over de boeddhistische protestbeweging.
Hun onjuiste weergave van de gebeurtenissen begon al bij het onjuiste gegeven dat 70 tot 80 procent van de bevolking praktiserend boeddhistisch zou zijn.
Bovendien, de meeste boeddhisten wonen op het platteland en hadden nauwelijks kennis over wat zich toen in steden als Hoeroe en Saigon afgespeeld heeft.
Tegenwoordig weten we dat het toen dominante beeld in de westerse media, waarin de regering in Saigon gedurende langere tijd bezig was met het vervolgen van boeddhisten, moeilijk te verzoenen is met de feiten.
Van de kleine 5000 pagodes die op dat moment in Vietnam stonden, waren er een kleine 1300 onder Diem gebouwd, velen met regeringsgeld.
Ook boeddhistische scholen, feesten en andere zaken werden ruimhartig gesteund met overheidsgeld.
Ook het verhaal dat Jem op grote schaal katholieken voortrok bij benoemingen vraagt een zekere nuancering.
In sommige delen van het overheidsapparaat vond men katholieken oververtegenwoordigd.
Dat had onder andere te maken met het gegeven dat men onder katholieken, vooral uit het noorden gevluchte katholieken een grotere toewijding aantrof in zaken de strijd tegen het communisme.
Maar veel belangrijker was dat men onder katholieken relatief veel hoger opgeleide mensen vond.
Een vrucht van het goede katholieke onderwijs in de koloniale periode.
Maar enkele harde cijfers staan haaks op het beeld dat in de Amerikaanse pers in die dagen werd uitgevend.
Van Diem's 18 ministers vond men vijf katholieken, vijf Confuciaansdenkende en acht boeddhisten, waaronder de vicepresident en de minister van Buitenlandse Zaken.
Van de provinciehoofden waren er 12 katholiek, 26 boeddhist of volgeling van Confucius.
In de legerleiding waren slechts 3 van de 19 hoogste militairen katholiek.
We kunnen geen enkele succesvolle leider in de Vietnamese geschiedenis vinden die dergelijke bozaardige en georganiseerde publieke aanvallen als die van mei 1963 over zijn kant had laten gaan.
Het is nu ook duidelijk dat communistische agenten een grote rol speelden tijdens het oproer.
Zelfs onder de monniken.
Het is ook betrekkelijk gemakkelijk als boeddhistisch monnik te infiltreren.
Je scheert je hoofd kaal, trekt een monnikspij aan en je vertoont nederig gedrag.
Niemand anders als Ho Chi Minh had dat eind jaren 20 gedaan om te ontsnappen aan agenten van de geheime dienst.
Gedurende de laatste dertig jaar verschenen in Vietnam communistische publicaties waarin geen geheim gemaakt werd van communistische infiltratie van de beweging.
Over de gebeurtenissen in mei 1963 in de stad Hu kunnen we in zo'n publicatie lezen Revolutionaire agenten onder de boeddhisten en studenten, arbeiders en petit-bourgeois van de Dongba-markt riepen het volk op te strijden en rechtvaardigheid te eisen voor hen die gedood werden.
En in de periode hierna, citaat, bleven onze partijkaders dicht bij de beweging en gaven er van binnen leiding aan door het optreden van onze agenten in de massa-organisaties en in de boeddhistische kerken.
In een andere partijgeschiedenis vinden we de verzekering dat de leiding van het Nationaal Bevrijdingsfront snel leiding begon te geven aan alle klassen van de bevolking om actief samen te werken met de boeddhistische monniken en nonnen totdat de doelen bereikt waren.
In weer een andere publicatie wordt verteld hoe in de hoofdstad Saigon partijagenten succesvol de leiding van de boeddhistische beweging infiltreerden om de inwoners van Saigon aan te zetten tot protest tegen de regering door verregaande eisen te stellen in naam van het boeddhisme.
Was de leider van de beweging, de monnik Tri Quang, een communist?
Honderd procent bewijs hiervoor is er niet.
Maar de historicus Moyer biedt ons in zijn boek toch veel indirect bewijs.
Tri Quang werd geboren in het noorden en is als strijder actief geweest in de Vietmin tijdens de oorlog tegen Japan en Frankrijk.
Na 1954 heeft hij tijd doorgebracht in Hanoi.
Toen het oproer in 1963 begon, beklede zijn broer in Hanoi een hoge functie binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Een functie die notabene betrekking had op het organiseren van subversieve activiteiten in het zuiden.
Verder heeft Triek Wang in redenvoeringen enkele malen het voor een monnik toch opvallende standpunt verkondigd dat communisme en boeddhisme heel goed konden samengaan.
Ook na verzoenende gesprekken tussen de regering en gematigde boeddhistische leiders bleef Tri Quang het aftreden van de regering eisen.
Al met al bleef in het najaar van 1963 de informatiestroom tussen Saigon en Washington in toenemende mate vervuild door wanbegrip, leugens en misleiding.
fanatieke boeddhistische leiders, in het geheim opererende communisten en pseudo-kritische Amerikaanse journalisten waren succesvol in het bewerken van de Amerikaanse publieke opinie en versterkte een al langer bestaande anti-Djem-stroming binnen het Amerikaanse regeringsapparaat.
Daarmee werd in Amerika het beeld steeds dominanter dat Jem bezig was met een politiek van godsdienstvervolging.
Dat juist in die dagen Kennedy, wegens binnenlandspolitieke redenen, Henry Cabot Lodge als ambassadeur naar Saigon stuurde, was achteraf van groot belang.
Cabot Lorch was een vooraanstaande republikein die zich mogelijk kandidaat zou stellen voor de presidentiële verkiezingen van 1964.
Kennedy dacht hem zo buiten de race te houden.
Cabot Lodge wist niets van de cultuur en de geschiedenis van Vietnam, maar behoorde overduidelijk tot die vooruitstrevende Amerikanen die ervan overtuigd waren dat je Vietnam betrekkelijk makkelijk naar Amerikaans voorbeeld kon veranderen.
Binnen de kortste keren zou zijn relatie met Jem tot ver onder het vriespunt dalen.
In het najaar van 1963 was er aanzienlijk minder aandacht voor twee belangrijke waarheden.
Ten eerste dat de Zuid-Vietnamese oorlogsinspanningen grote stappen voorwaarts maakten.
En ten tweede dat het werkelijke probleem van Zuid-Vietnam lag in de snel aangroeiende communistische infiltratie via het grondgebied van een zogeheten neutraal Laos.
[00:33:48] Speaker B: MUZIEK MUZIEK.
[00:34:49] Speaker A: Begin augustus 1963 verscheen in de New York Herald Tribune een uitvoerige weergave van een vijf uur durend vraaggesprek dat Diem had met de oorlogsverslaggeefster Margaret Higgins.
Higgins was van een oudere generatie, werkte niet permanent in Vietnam en was kritisch over de wijze waarop jongere collega's als Peter Arnett verslag deden.
We weten nu dat dit interview de laatste uitvoerige verwoording van Diem's principes en politiek zou bevatten.
Ik kan de ambassade hier er maar niet van overtuigen dat Vietnam geen Verenigde Staten is.
Zo begon Diem een kritische schets van Amerikanen die, gebaseerd op hun eigen Amerikaanse ervaringen, hem voortdurend voorhielden hoe hij zijn land diende te besturen.
Hij presenteerde zich hier als een moderne mandarijn, maar, zo zei hij, we gaan ons mandarijnenverleden niet steriel kopiëren.
We gaan het beste van onze erfenis aanpassen aan de moderne tijd.
Het blind overnemen van westerse methodes werkt in Azië niet.
Noemt u mij één Afrikaans of Aziatisch land waar het soort van politieke liberalisatie dat de VS ons probeert op te leggen, gewerkt heeft.
We hebben op dorpsniveau een zekere vorm van democratie, maar op nationaal niveau kan dit bij ons niet werken, zeker niet in de huidige oorlogstoestand.
En letterlijk sprak hij het Amerikaanse lezerspubliek als volgt aan.
Jullie kranten en radio bespotten het idee van orde en respect voor autoriteit en verheerlijken de burgerlijke vrijheden, het recht om kritiek te geven en de noodzaak van politieke oppositie.
Maar, zo zei hij, dit land is verwikkeld in een strijd op leven en dood.
Zelfs de westelijke democratieën hebben in oorlogstijd zekere vrijheden ingeperkt.
En de zogeheten boeddhistische beweging, waar ook communisten een rol speelden, was volgens hem slechts gericht op de val van zijn regering.
Diem sprak zijn onvrede uit over het Amerikaanse dreigen de steun te verminderen.
Weten ze wel waar ze mee bezig zijn?
Ben ik een marionet aan Amerikaanse touwtjes, zoals de communisten beweren, of zijn we partners in een gemeenschappelijke zaak?
De positie van Diem was moeilijk.
Enerzijds kon hij niet buiten de Amerikaanse steun.
Anderzijds werd hij gedurende zijn gehele regeerperiode vervuld van diep wantrouwen.
Diem zou overigens ook gehinderd worden door stemmen uit het Vietnamese establishment die vonden dat hij juist te soft met de boeddhistische oppositie omging.
Die stemmen waren bijvoorbeeld te vinden in de legerleiding, maar een ongewoon scherpe stem was ook afkomstig uit zijn eigen familie.
Zijn schoonzus, in de Amerikaanse pers bekend als Madame Noux, kwamen we al tegen als leidende kracht in allerlei feministische wetgeving die haar, zo vertelde ik eerder, bepaald niet geliefd maakte in meer conservatieve delen van het establishment.
Mevrouw Nu kwam uit een boeddhistisch milieu, maar was via haar huwelijk met Diem's broer Nu katholiek geworden.
Zij had de gewoonte ook tegen Amerikaanse journalisten bepaald niet met mail in de mond te praten, ook op momenten wanneer ze dat beter wel had kunnen doen.
De monniken maakten zich volgens haar schuldig aan bedrog en verraad en Diem was tegenover hen niet hard genoeg.
In een CBS interview verklaarde zij.
Wat hebben deze zogenaamde boeddhistische leiders te bieden?
Zij beschikken nog over een programma, nog over gekwalificeerde mensen.
Alles wat zij kunnen is een monnik op de barbecue leggen.
En zelfs dat gebeurde met uit het buitenland geïmporteerde benzine.
Madame Noux heeft de moordpartij op haar zwager en haar man overleefd omdat zij toen in het buitenland verbleef.
Zij is in 2011 in Parijs overleden.
Maar ook op haar oude dag bleef zij uiterst kritisch over de Amerikaanse bemoeienissen die zij kenschetste als een vorm van koloniaal imperialisme.
Haar weinig fijnzinnige bewoordingen in de pers verschaften de anti-Djem-factie in Amerikaanse regeringskringen uiteraard nieuwe munitie.
En zij versterkte bij veel Amerikanen het beeld van een regime dat zich te buiten zou gaan aan vrede, godsdienstvervolgingen.
Na massale demonstraties en bezettingen wordt op instigatie van de legerleiding de staat van beleg uitgeroepen.
Militairen bezetten dertig van de ruim vijfduizend pagodes en arresteren honderden mensen die overigens op enkele leiders na spoedig weer worden vrijgelaten.
In zijn rapport aan Diem meldt generaal Din dat in enkele pagodes in Saigon wapens en Vietcong documenten gevonden waren.
Na deze actie neemt de kracht van de boeddhistische oppositiebeweging voorlopig drastisch af.
Eminente monniken lopen over naar de regering en net als in 1954-55 lijkt Diem de binnenlandse strijd gewonnen te hebben.
Maar in Amerika zelf hebben de gebeurtenissen geleid tot een versterking van de positie van zijn tegenstanders.
De actie tegen de bezetters van de pagodes wordt in deze kringen vooral toegeschreven aan de broer van Jem, Nu.
En de Vietnamese hoge militairen beginnen zich geleidelijk van de actie te distanciëren en lijken ook het hele idee van het uitroepen van de staat van beleg aan nu toe te schrijven.
Vanaf eind augustus is er ambassadeur Cabot Lodge, die vanaf het begin van zijn werkzaamheden het handjevol Amerikaanse journalisten ter plaatse als een belangrijke bron van informatie ziet.
Lodge deelt vanaf het begin hun weerszin tegen Diem.
Nog eind augustus wordt tijdens een vergadering in het Witte Huis gesproken over de kansen en mogelijkheden van een staatsgreep.
Wat niet wil zeggen dat er daar geen tegenstanders van een dergelijke coup aanwezig waren.
De president lijkt een wijfelende middenkoers te volgen.
Het is niet goed in te zien dat Vietnamese generaals een dergelijke staatsgreep zouden uitvoeren wanneer zij er niet van overtuigd waren dat de Amerikanen de zaak zouden steunen.
Eind augustus pliezen zij een eerste koep nog af, maar een tweede poging zou enkele maanden later in november wel ondernomen worden.
We weten dat enkele Vietnamese hoge militairen steeds in nauw contact stonden met de CIA-agent Conine.
Via hem kregen zij 42.000 dollar voor de extra kosten.
Een grote invloed had ook de Amerikaanse ambassadeur Cabot Lodge.
De opvatting die men in de oude literatuur kan vinden, dat de Amerikanen er niets van af wisten, wordt tegenwoordig door niemand meer serieus genomen.
Al was het zeker zo dat niet alle leidende Amerikanen in politiek, leger en geheime dienst Diem weg wilden hebben.
Een voorbeeld uit die laatste groep was nota bene vicepresident Lyndon Johnson.
de man die enkele maanden later de op zijn beurt vermoorde Kennedy zou opvolgen.
Ook was het zeker zo dat het idee Jem en zijn broer te vermoorden niet uit een Amerikaanse koker kwam.
Op 1 november kwamen een aantal hoge Vietnamese militairen in actie.
De coup-plegers namen strategische posities in en omsingelden het presidentiële paleis.
Jem heeft nog telefonisch aan Cabot Lodge gevraagd wat de Amerikaanse houding was.
Die antwoordde hem leugenachtig dat hij dat niet wist.
Jem en zijn broer ontvluchten het paleis via een ondergrondse tunnel.
Zij werden de volgende ochtend in een katholieke kerk in de Chinese wijk gevaargenomen en even later vermoord.
De gebeurtenissen gedurende de twee jaar erna laten zien hoe groot het gelijk van Diem was.
En hoe groot tegelijkertijd het Amerikaanse geblunder was.
Een staatsgreep ondersteunen zonder enig besef van de Vietnamese realiteit.
Zonder enig idee wat de kansen waren voor een nieuw regime.
Tussen november 1963 en juni 1965 volgden zes door militairen gecontroleerde regeringen elkaar op.
Een periode van absolute chaos waarin allerlei generaals die over geen enkele bestuurlijke ervaring beschikten onnavolgbare schimmige manoeuvres uitvoerden.
Ook in de stedelijke samenlevingen ontstonden steeds meer onderlinge spanningen.
De boeddhistische beweging hernam, mede onder invloed van communistische agitatoren, haar protestacties.
In de zomer van 1964 zagen de dan aan de macht zijnde militaire kongzies zichzelfs genoodzaakt de noodtoestand uit te roepen.
Persvrijheid werd opgeheven en via een noodgrondwetje kregen de dan regerende militairen bijna dictatoriale macht.
Al eerder kwam er tot onderlinge spanningen tussen katholieken en boeddhisten.
Katholieke en boeddhistische studenten belaagden elkaar in de straten van Saigon.
In de buurt van de stad Da Nang staken boeddhisten een katholiek dorp in brand.
Studenten bestormden in Saigon het nationale radiostation.
En in de centrale hooglanden brak er een opstand uit van de Rade, een culturele minderheid.
Het zal duidelijk zijn dat een en ander katastrofaal uitpakte voor de strijd tegen de Vietcong.
Pas in de zomer van 1965 komt er enige politieke stabiliteit terug.
De katholieke generaal Nguyen Van Thieu treedt dan aan als staatshoofd.
Hij zal dat tot 1975 blijven.
Via dezelfde militaire staatsschep zal de luchtmachtofficier Nguyen Cao Khi ministerpresident worden.
Over beide mannen wordt in de historische literatuur extreem verschillend geoordeeld, maar zowel qua bestuurlijke capaciteiten als qua morele integriteit konden beide heren niet tippen aan Diem.
Het is, zoals eerder gezegd, na de dood van Diem, dat het onder president Johnson komt tot de massale inzet van Amerikaanse grondtroepen.
Beste luisteraar, in de volgende afleveringen staat het leven van enkele bijzondere katholieke priesters centraal.
De volgende aflevering bevat een tweeluik.
Eerst wil ik u vertellen over het wonderlijke leven van de van oorsprong Chinese priester Yong Lok Fa, die in 1950 met enkele honderden gelovige communisten in China ontvluchte en na de nodige omzwervingen in het Zuid-Vietnam van Diem terechtkwam.
En daarna zal ik u vertellen over het eerste deel van het leven van de priester Nguyen Van Thuan.
Deze priester was een neef van Diem, van moederszijde.
Ik baseer me voor zijn levensverhaal vooral op het boek dat de priester Stéphane Leclerc over hem schreef in samenwerking met monsieur Thuan's jongste zus Elisabeth.
Veel van wat ik u ga vertellen ontleen ik rechtstreeks aan haar getuigenis.
In de volgende aflevering behandel ik zijn leven voor zijn gevangenneming in 1975.
In een latere aflevering volgt nog zijn levensverhaal van na 1975.
De levensschetsen van deze twee dappere priesters geven ons een uniek inkijkje in de complexiteit en de tragiek van de moderne geschiedenis van de Vietnamese kerk.
Best luisteraars, de korte muziekfragmenten waren weer afkomstig uit Prokofjev's Vision fugitif in de bewerking voor strijkquartet.
Voor nu bedank ik u weer voor uw gewaardeerde belangstelling.
[00:49:39] Speaker B: U
[00:49:49] Speaker A: hebt geluisterd naar De Ladder van Jacob door Theo Parlevliet.