Episode Transcript
[00:00:04] Speaker A: De ladder van Jacob.
Literatuur, geschiedenis en muziek met Theo Parlevliet.
[00:00:15] Speaker B: Beste
[00:00:21] Speaker A: luisteraar, welkom bij de zestiende aflevering van mijn serie de katholieken van Vietnam.
In de vorige aflevering probeerde ik u een beeld te geven van de bijna wanhopige situatie waarin Zuid-Vietnam zich bevond toen de katholieke politicus Ngo Dinh Diem in de zomer van 1954 daar regeringsleider was geworden.
Er was het gegeven dat hij een staatsapparaat erfde dat al sinds haar begin in 1949 zwak en inefficiënt was.
En bovendien bij velen de reputatie had sterke banden te hebben met het Frans kolonialisme.
Er was het gegeven dat het land juist in die jaren overspoeld werd door een stroom van een miljoen noordelijke vluchtelingen uit het communistische noorden.
Dan was er een door de oorlog voorkomen kapotgemaakte infrastructuur.
Dus vele kapotte bruggen, wegen en telefoonlijnen.
De wegtrekkende Franse zakelui en consumenten lieten enorme gaten in de economie achter.
Maar vooral hopeloosmakend was het ontbreken van elke vorm van centraal gezag.
De leiding van het officiële Zuid-Vietnamese leger stond nog sterk onder invloed van de wegtrekkende Franse kolonialen.
Ik vertelde u dat de opperbevelhebber, generaal Nguyen Van Hin, stond voor voortzetting van de warme banden met Frankrijk.
Hij maakte er nooit het geheim van dat hij de regering Diem slechts een kort leven toewenste.
Dan was er nog de communistische Viet Minh die in bepaalde delen van het zuiden nog militaire posities innam.
Maar veel gevaarlijker dan de communisten waren enkele krijgsheren die in allerlei enclaves zich ontrokken aan het centrale gezag in Saigon.
En ik vertelde u ook hoe zelfs het stadsbestuur en het politieapparaat van de hoofdstad grotendeels in handen van de Bin Gwin was, een machtig misdaadssyndicaat dat de onderwereld runde via de vele bordelen en gokhuizen van de stad.
Ik vertelde u tenslotte hoe de Britse romanschrijver Graham Queen in zijn in 1955 verschenen De Stille Amerika een realistische literaire impressie van dit alles gegeven heeft.
Tot zover mijn korte samenvatting van de vorige aflevering.
Deze aflevering draagt de titel The Tough Miracle Man of Vietnam.
Dat was een kop boven een artikel in het blad Life, toen Diem in 1957 een officieel staatsbezoek bracht aan de Verenigde Staten.
Miracle Man is ook de aanduiding die enkele Amerikaanse historici voor Nodin Diem gebruikt hebben.
Sommigen oprecht bewonderend, anderen spottend.
Want, dat begreep je al eerder, de waardering voor het optreden van Diem is in de Amerikaanse geschiedschrijving nogal wisselend geweest.
Die zeer diverse beoordeling vinden we overigens ook bij de Amerikaanse politici, beleidsmakers, ambassadeurs en militairen die daadwerkelijk met hem te maken hadden in de periode 1954-1963.
Ik ga u nu vertellen hoe Diem met die wanhoopwekkende situatie omgegaan is toen hij in de zomer van 1954 regeringsleider werd van Zuid-Vietnam.
In de eerste 16 maanden slaagde hij erin zijn tegenstanders in het Franse kamp en in het Vietnamese leger politiek uit te schakelen.
Na de nodige verwikkelingen slaagde hij erin generaal Hin, de leider van zijn leger, op verlof naar Frankrijk te sturen.
De generaal heeft zich daarna nooit meer in Vietnam vertoond.
Tegelijkertijd werd druk gewerkt aan het politiek aan zich binden van jonge officieren.
Ngo Dinh Nhu, de broer van Diem, had in het verleden al hard gewerkt om een geheime politieke partij op te bouwen.
Die partij functioneerde zo'n beetje naar het model van de communistische partij.
Men werkte hard om jonge officieren, jonge bestuursambtenaren politiek aan zich te binden.
Met de nodige verdeel- en heerspolitiek slaagde Diem erin de verschillende krijgsheren in het loop der jaren uit te schakelen.
Frankrijk kreeg hij zover dat ze de financiering van de twee religieuze milities stopten.
Andere krijgsheren kocht hij om.
De Amerikaanse president Eisenhower koos er tenslotte voor zijn kaarten voorlopig op Diem te zetten.
Het State Department, het Ministerie van Defensie en de CIA kregen de opdracht het Zuid-Vietnamese leger te versterken.
De ambassadeur Heath, die zoals we eerder zagen niet veel vertrouwen had in Diem, werd vervangen.
De leiders van de twee religieuze sekten en de leiders van het misdaadssyndicaat Bin Quinn verenigden zich nog eens wanhopig in de zogeheten Verenigd Front van Nationale Krachten, een soort pseudo-democratische façade die zich naar eigen zeggen keerde tegen de dictatuur van Diem.
President Baudet, die ook vaak met de Fransen had gepakteerd en die ook geheime financiële banden met die bin Guinn onderhield, steunde deze duistere club.
Baudet vertelde ook de Amerikanen dat Diem volledig incapabel was voor zijn baan.
De zaak liep uit op het gewelddadig optreden van de Bin Gwin in Saigon, waar legerkazernes en politiebureaus die loyaal waren aan Diem werden aangevallen.
Die toestand was toen nijpend voor Diem, want de Amerikanen hadden alweer besloten hem te laten vallen.
Op 28 april werd wat later in de boekjes de Slag om Saigon genoemd werd, uiteindelijk door Diem en aan hem loyale troepen gewonnen.
De Amerikaanse telegrammen die naar Parijs en Saigon gestuurd waren, waarin verteld werd dat Diem niet langer gesteund moest worden, werden weer eilings ingetrokken.
Ook de politieke dagen van de Zuid-Vietnamese president Bảo Đại leken nu geteld.
U weet wel die man die vroeger ook keizer geweest is.
Op 23 oktober 1955 organiseerde Diem een nationaal referendum waarin de kiezer gevraagd werd of men Bảo Đại of Diem als staatshoofd wilde.
De wijze waarop dit referendum werd gehouden had weinig te maken met wat men in de westerse wereld gewend was, maar men moet natuurlijk steeds besef hebben van én de toestand in het land én van het belangrijke gegeven dat Vietnam vrije verkiezingen en een parlementair systeem nooit gekend had.
In de door Diem gecontroleerde pers verstomden tijdens de verkiezingscampagne alle anti-Diem geluiden.
Spandoeken hingen in de straten van Saigon met leuzen als Pas op voor de liefhebberijen van de slechte vorst Baodai, voor zijn goklust, zijn vrouwenverslinderij en zijn dranklust.
En op een ander spandoek, zij die voor hem stemmen, verraden het vaderland.
Baodai had overigens weinig steun onder de bevolking.
Zelfs in die kritieke jaren bracht hij meer tijd door aan de speeltafels aan de Zuid-Franse kust dan in Vietnam.
Ik vertelde u eerder dat deze man zelfs niet in staat was in het gewone gesproken Vietnamees met zijn landgenoten te communiceren.
Diem ontving tijdens dat referendum ruim 98% van de stemmen. Maar latere beschouwers zijn het erover eens dat hij onder normale omstandigheden die verkiezingen ook gewonnen zou hebben.
Bovendien ontbraken tijdens de campagne de grootschalige terreur en intimidatie die in het noorden na 1945 wel gewoon waren.
Toen het jaar 1955 ten einde liep, had Jem veel redenen om tevreden te zijn.
Hij had een versplinderd land tot een zekere eenheid gebracht.
Hij had de hem vijandig gezinde legatop uitgeschakeld.
En hij had de sekten militair ook uitgeschakeld Hij had een eind gemaakt aan de intriges van de Fransen die nu snel van het Vietnamese torneel verdwenen.
Hij had de binnenlandse oppositie uitgeschakeld zonder gebruik te hoeven maken van de barbaarse methode die het noordelijke regime nodig had gehad.
Als sterke man kreeg hij veel steun van naar hem overgelopen nationalisten.
En hij was erin geslaagd althans een deel van de Amerikaanse beleidsmakers en militairen aan zijn kant te houden.
Laten we nu, na een korte pauze met Vietnamese muziek, onze blik nog eens op de noordelijke tegenhanger werpen.
Noord-Vietnam heeft in de oudere Amerikaanse geschiedschrijving altijd merkwaardig weinig in de aandacht gestaan.
[00:11:33] Speaker B: Tien nui song kieu goi chien... ...hong ngui chai mao dung mong... ...chun kun sum long.
We zijn terug naar het land van de vrouwen.
Waar ga je heen, vrouw? We zijn terug naar de land van de vrouwen.
Waar ga je heen?
MUZIEK EN ZANG ...tot welke uur... ...heeft mijn liefhebbare herinnering... ...meer dan een eeuwige droom... ...verdelen we ons gevoel... ...over wie de lucht van de zon is... ...we zien elkaar... ...in deze momenten...
Ik
[00:13:30] Speaker A: vertelde u al eerder hoe in de nieuwe geschiedschrijving ook het beeld van Noord-Vietnam gekanteld is.
Natuurlijk waren Amerikaanse besluiten van belang voor het uitbreken van de grote Vietnamoorlog later in de jaren na 1964.
Maar tegenwoordig hebben we ook veel meer oog voor de rol van de Noord-Vietnamese.
Beslissingen die in Hanoi genomen werden, waren minstens zo belangrijk voor het uitbreken van die Vietnamoorlog.
Tot begin jaren zestig werd er in Hanoi een politiek gevoerd van het noorden eerst.
Eerst het socialisme opbouwen en dan zouden de zegeningen van het socialisme, zo dachten Ho en de Zijnen, de mensen in het zuiden vanzelf wel voor het noorden laten kiezen.
Diem dacht overigens het omgekeerde. Hij meende dat de mensen wel massaal naar het zuiden zouden vluchten als ze zagen hoe succesrijk zijn staat was.
Het aan de macht komen van militantere communistische leiders hebben begin jaren zestig mede tot de Vietnamoorlog geleid.
Tussen 1960 en 1986 waren het communisten als Le Duan en Le Ducteau die de lakens uitdeelden, terwijl Ho Chi Minh in de jaren 60 tot zijn dood in 1969 slechts een symbolische functie vervulde.
Het waren met name uit het zuiden afkomstige communisten die toen aandrongen op een grotere gewapende confrontatie met het zuiden.
Maar in 1954 lag de latere communistische overwinning van 1975 helemaal niet zo voor de hand.
Toen Diem aan de macht kwam, waren er in de zuidelijke Mekongdelta 30.000 leden van de Vietmin actief.
In 1959, vijf jaar later, waren daar nog maar 3.000 van over.
gesneuveld, naar het noorden vertrokken of overgelopen.
Was de toestand in Zuid-Vietnam in 1954 zoals ik u schetste rampzalig?
De toestand in het noorden was nog veel rampzaliger.
die politiek van het noorden eerst had met verschillende zaken te maken.
In 1956 had de leider van de Sovjet-Unie, Khrouchjov, tijdens het 20ste partijcongres ook een nieuwe lijn in de buitenlandse politiek uitgezet.
De toen uitgeroepen politiek van vreedzame coexistentie verliet het idee dat internationale confrontatie en oorlog noodzakelijk waren om het kapitalisme te verslaan.
Dus werd het de leiders van Noord-Vietnam door de Sovjetleiding duidelijk gemaakt dat een grootscheepse oorlog tegen het zuiden in Moskou niet op prijs gesteld zou worden.
Maar die politiek van het noorden eerst werd ook veroorzaakt door harde economische noodzaak.
Op een bevolking van ruim 14 miljoen mensen beschikte men in Noord-Vietnam over 30 afgestudeerde ingenieurs.
Ook daar waren bruggen, wegen en spoorlijden voor een groot deel tijdens de onafhankelijkheidsoorlog verwoest.
Bijna een miljoen mensen waren het land ontvlucht.
De Fransen hadden voor hun vertrek fabrieken, postkantoren, ziekenhuizen, etc. grotendeels ontmanteld.
rijstimport uit de Mekong-delta was gestopt.
Alleen een door de Sovjet-Unie gefinancierde rijstimport uit Burma voorkwam een herhaling van de hongersnood van 1945.
De diverse landhervormingen, die met bruut geweld werden doorgevoerd, verbeterden de toestand bepaald niet.
In bepaalde provincies braken zelfs opstanden uit.
Bijvoorbeeld in het gebied Kwin Lou, waar veel katholieken woonden, brak een opstand uit die slechts door de inzet van het leger ter koste van veel slachtoffers kon worden neergeslagen.
Een Vietnamese studie uit 2012 spreekt van ruim 113.000 mensen die in die jaren in het noorden door executie of door honger om het leven kwamen.
In 1956 moest het landhervormingsprogramma tijdelijk stilgelegd worden. En moest president Ho Chi Minh zich zelfs openlijk verontschuldigen voor de gemaakte fouten.
Fouten tussen aanhalingstekens.
Een onderzoek van een partijcommissie in september 1959 leverde het schokkende gegeven op dat 20% van de bevolking op dat moment honger leed.
Dat verhinderde de partij overigens niet om in 1960 een vijfjarenplan goed te keuren dat weer de nadruk legde op de versnelde collectivisatie van het landbouw en de opbouw van de zware industrie.
Ik meldde u al eerder dat in de oude beeldvorming rondom Jem er meestal geen aandacht was voor een vergelijking met het noorden.
Natuurlijk waren er zekere overeenkomsten.
Ook de staat die Djem opbouwde was bepaald geen Westerse democratie.
Ook zijn gevangenissen werden gevuld met politieke tegenstanders.
Voornamelijk, maar niet uitsluitend, met communisten.
Volgens de Djem-regering zelf verbleven tussen de 15.000 en 20.000 mensen in heropvoedingscentra.
Maar de meeste gevangenen werden al na enkele maanden vrijgelaten.
Ook Djem en zijn broer Nou bouwden een oppermachtige partij op.
Maar die overeenkomsten vallen werkelijk niet bij de omvang van de honger en terreur waar de bevolking in het noorden mee werd geconfronteerd.
Voordat we later over Diem's conflict met groepen boeddhisten gaan berichten, is het hier bijvoorbeeld nuttig de godsdienstpolitiek in het noorden even in het licht te plaatsen.
Die politiek uitte zich in maatregelen tegen wat genoemd werd bijgelovige en nutteloze dorpsfeesten en bestond uit de sluiting van veel tempels en heiligdommen.
Boeddhisme en katholicisme werden ontmoedigd en het Confucianisme voorgesteld als de ideologie van de oude feudale klassen.
De Nederlandse historicus Pieter Meulendijk schreef in een van zijn overzichtswerken over de systematische vernietiging van mentaal culturele zaken in het noorden het volgende.
Grote gemeenschapshuizen waar eerder allerlei rituelen onder leiding van de oude elite waren uitgevoerd, werden van hun functies beroofd.
Arme en landloze boeren kregen van de communisten de ruimte altaren, versieringen en beelden te vernielen en het was voortaan verboden offers te brengen in de tempels en tempeltjes.
Vroegere gemeenschapshuizen en tempels werden opslagplaatsen voor graan of rijst.
Heiligdommen van geesten werden kapotgeslagen en hetzelfde lot onderging een tempel van Confucius.
Dit alles leek natuurlijk erg op wat eerder onder Stalin en recenter onder Mao gebeurd was.
Na een pauze keren we weer terug naar het zuiden.
[00:22:13] Speaker B: de de de MUZIEK
[00:23:31] Speaker A: Door de verzwakking van de Vietmin in het zuiden, de uitschakeling van de meeste krijgsheren en het vertrek van de Fransen maakte Zuid-Vietnam een periode van enkele jaren van vrede door, zoals het gebied sinds 1946 niet meer had gekend.
De enige serieuze bedreiging van het regime in die jaren bestond uit een door de communisten georganiseerde, maar mislukte moordaanslag op Diem op 22 februari 1957.
Hoewel hij het westerse politieke systeem niet geschikt achter voor zijn land en hij andere opvattingen over democratie huldigde, liet hij met Amerikaanse hulp een grondwet opstellen die het mogelijk maakte een soort westerse democratische façade op te richten.
Verkiezingen in maart 1956 leverden een nationale vergadering op waarmee hij kon werken.
In de praktijk was de wetgevende en de rechterlijke macht stevig in zijn handen. Maar dit leidde niet tot grootschalige protesten, want uitgezonderd een kleine op het westen georiënteerde stedelijke elite, accepteerde de grote massa van de bevolking dat.
Een bevolking die een krachtige eenmansregering doorgaans opvatte als deel van de natuurlijke orde in de wereld.
Heel typerend, echte oppositie onder bredere kringen riep nu juist wetgeving met een Westers christelijk teentje op.
De Nationale Vergadering nam in oktober 1957 een familiewet aan die het kerngezin als normaal sociaal verband formuleerde. En polygamie en concubinatie verbood en echtscheiding moeilijk maakte.
Het parlementslid dat hier een hoofdrol speelde was de schoonzus van de president, de vrouw van zijn broer Nou.
De wet bevat het tal van wat wij zouden noemen feministische bepalingen die het de vrouw bijvoorbeeld mogelijk maakte een baan aan te nemen en eigen bezit te hebben.
Maar ten gevolge van deze wet werd deze mevrouw Nu een bij uitstek gehate vrouw bij grote delen van de toenmalige Vietnamese upperclass.
In traditionele mandarijnemilieus was het lange tijd heel gebruikelijk geweest dat een man huilde met meisjes van 13 jaar.
Meisjes van 16 werden vaak al als te oud gezien.
In de fascinerende familiegeschiedenis die de met een Amerikaan getrouwde Vietnamese mevrouw Elliot eind jaren negentig publiceerde, kunnen we lezen dat haar overgrootvader dertig kinderen had.
Na het huwelijk met zijn eerste vrouw hulde hij nog met vier andere vrouwen.
Maar naast deze harem kon hij er nog tal van inofficiële concubines op nahouden.
In dit soort milieus was de vrouw onderdanig aan achtereenvolgens drie mannen.
Haar vader, haar man en haar oudste zoon.
Ook haar grootvader was nog zo'n patriarch.
Wanneer hij zat te eten diende de dochters en schoondochters de maaltijd staand bij te wonen.
Nog de eigen moeder van mevrouw Elliot trouwde via een soort koppelaar op haar zestiende en moest haar veelbelovende studie opgeven.
Daarna raakte zij zeventien keer in verwachting en had elf kinderen.
Haar man onderhield intussen in Hanoi een bekende zangeres als concubine.
Om misverstanden te voorkomen, de familiegeschiedenis die mevrouw Elliot onder de titel The Sacred Willow, de heilige wilg schreef, is bepaald geen huilerig feministisch traktaat.
Zij schrijft zelfs met een zekere achting en begrip over vier generaties van haar familie en haar boek gaat trouwens over veel meer dan over familieverhoudingen.
Haar boek is nog moeilijk verkrijgbaar, maar bijvoorbeeld de Koninklijke Bibliotheek beschikt nog over een digitale versie. Zeer aan te raden.
Maar weer terug naar president Diem.
In het binnenland en in het buitenland was zijn ster een tijdje reizend.
Het prestigieuze Amerikaanse blad Foreign Affairs riep hem begin 1957 zelfs uit tot één van de grote figuren uit het Azië van de twintigste eeuw.
Prominente progressieve en conservatieve Amerikanen waren lid van een organisatie die American Friends of Vietnam heette.
In mei 1957 bracht president Diem een 21 dagen durend bezoek aan de Verenigde Staten.
Vanaf Honolulu werd hij in het presidentiële vliegtuig naar Washington gevlogen, waar president Eisenhower hem persoonlijk aan de vliegtuigtrap verwelkomde.
Er volgde een lang onderhoud in het Witte Huis, waar Diem onder meer zijn plan toelichte het Zuid-Vietnamese leger uit te breiden, om zo de kloof die er was met de noordelijke strijdkrachten enigszins te dichten.
In New York kreeg hij van de burgemeester een tickertape-parade aangeboden.
En in de hoofdstad sprak hij de Verenigde Vergadering van het Congres toe.
In de New York Times werd hij een Asian Liberator genoemd, een Aziatische bevrijder.
En het blad Life noemde hem The Tough Miracle Man of Vietnam, de stoere wonderman van Vietnam.
We zullen later nog zien hoe snel zijn imago later in de Amerikaanse pers begon te verbleken, maar dat had meer met de ontwikkelingen in Amerika dan met de ontwikkelingen in Vietnam te maken.
Dat de Vietmin ernstig verzwakt was en dat een grootschalige oorlog voorlopig niet aan de orde was, betekende overigens niet dat de vrede op het Zuid-Vietnamese platteland volledig was.
In een rapport van het politbureau in Hanoi werd mistroostig geconstateerd dat de partij in de jaren 1955-1958 90% van haar zuidelijke leden en kaderleden kwijt was geraakt.
Maar bijvoorbeeld gedurende de laatste maanden van 1957 vonden nog 140 terroristische acties plaats.
Vooral in de buurt van de Cambodjaanse grens.
In de jaren 58-59 was er sprake van moordpartijen die zich speciaal richtten op lokale bestuurders en onderwijzers.
In 1959 probeerde Diem meer grip te krijgen op het platteland door de oprichting van zogeheten agro-wiels in strategisch belangrijke plaatsen.
Dat was een niet succesvolle politiek.
Boeren werden dan gedwongen hun houten huizen te verplaatsen en onbetaald werk te doen in publieke projecten.
En dat leidde soms tot grote ontevredenheid.
Men diende dan immers, behalve de al generaties lang bewerkte grond, ook de voorouderlijke schrijnen en gedenkplaatsen te verlaten.
En juist de grotere omvang van dergelijke nederzettingen maakte het moeilijker ze te beschermen.
Intussen bleven in het noorden getrainde en bewapende Zuiderlingen Zuid-Vietnam infiltreren via de zogeheten Ho Chi Minh route, die eind jaren 50 nog geheel op Vietnamese grondgebied lag.
Veel boeren bleven lang onverschillig voor politieke ontwikkelingen die zich buiten hun dorpen voordeden.
Nog weinigen hadden gedurende de jaren vijftig toegang tot kranten, boeken of de radio.
Weinigen kenden zelfs nog maar de naam van de districtchef in hun eigen district.
Zij begrepen weinig, nog van Diem's nationalisme, nog van Ho Chi Minh's marxisme.
Hun eerste loyaliteit was de familie, hun tweede het dorp.
Communisten hadden het niet in hun hoofd hun te vertellen dat boeren in de toekomst niet konden beschikken over land, huizen of dieren.
Maar ook verhalen over democratische vrijheden deed hen weinig.
De dorpelingen van 1960 maakten net als hun voorouders hun keuze op basis van sterkte.
Zij volgden gemakkelijk mensen die charismatisch gezag uitstraalden. Mensen die eerlijk en onbaatzuchtig bestuurden.
Mensen die opereerden als vriendelijke despoten.
Die hen eerder behandelden als kinderen dan als burgers.
Zij verwachten autoritaire bestuurders en als het even kon vriendelijke autoritaire bestuurders.
Met dit alles was Diem in het nadeel omdat hij noodgedwongen vaak met lokale bestuurders moest werken die nog uit het koloniale systeem afkomstig waren en over een dien overeenkomstige uitstraling beschikte.
Zijn probleem was dat hij tijd nodig had om een nieuwe klasse van jonge bestuurders op te leiden die een sterke persoonlijkheid combineerden met een zekere mate van onomkoopbaarheid.
dat hij in leger en bestuur graag jonge katholieken inzette, had enerzijds te maken met hun diepgewortelde anticommunistische gezindheid, anderzijds met het gegeven dat stedelijke katholieken relatief goed onderwijs hadden gevolgd.
Het katholieke onderwijs stond op een hoog pijl.
[00:34:24] Speaker B: MUZIEK MUZIEK MUZIEK MUZIEK MUZIEK MUZIEK MUZIEK
[00:37:48] Speaker A: In 1960 besloot het centrale comité van de partijen in Hanoi voor het zuiden een nieuwe frontorganisatie op te zetten naar het oude model van de Vietmin.
Zestig uit het zuiden afkomstige partijleden kwamen op 20 december 1960 bijeen in een geheim complex van kleine gebouwen aan de grens met Cambodja, om daar het zogeheten Nationale Bevrijdingsfront op te richten.
Later in het westen zou dit front vooral bekend staan onder de naam Viet Cong.
In het stichtingsdocument van 1960 werd gesproken over een onafhankelijke organisatie waarin allen zouden samenwerken om, citaat, een einde te maken aan het quasi-koloniale regime van de Amerikaanse imperialisten en het dictatoriale bewind van Nodinyem, de Lakij van de Amerikanen.
In dit document kunnen we lezen dat het Front zou strijden voor politieke vrijheden zoals de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid, de vrijheid van vergadering en van vereniging.
Kortom, voor alles wat in Noord-Vietnam in de verste verte niet bestond.
De communistische kaders zouden de belangrijke leiderfuncties binnen het front bekleden en onder de directe controle staan van de partij.
Die partij die in het zuiden omgedoopt werd in de volksrevolutionaire partij.
Die naamswijziging was al dus een partijrichtlijn nodig om binnenlandse en buitenlandse vijanden niet de gelegenheid te geven verdraaiingen en beschuldigingen te verspreiden dat Noord-Vietnam bezig zou zijn te interveneren in Zuid-Vietnaam.
Nu waren er in Vietnam weinig mensen die geloofden dat dit front geen mantelorganisatie van de Noordelijke Partij was, maar in de loop van de latere Vietnamoorlog zouden veel westerse analisten, journalisten, politici en activisten de bewering dat het front een soort onafhankelijke coalitie was, waarin ook niet-communisten leiding gaven, gretig gaan geloven. De oprichters van 1960 zouden later nog versteld staan van hun propagandistische succes.
Eerder in datzelfde jaar 1960 werd er in Saigon een andere politieke comedie opgevoerd.
Op 26 april kwam er een achttiental Vietnamesen in het luxueuze Caravelle Hotel bijeen.
Het waren voor een deel ook mensen die in de koloniale periode hoge posities bekleed hadden.
Stedelijke intellectuelen waren het, bezield met Europese idealen, maar met weinig contact met de massa van de bevolking.
In de lounge en de bar van het hotel liepen die dag nogal wat buitenlandse, met name Amerikaanse, gezagsdragers en journalisten rond.
In het die dag gepubliceerde manifest, bekend onder de naam Caravelle-manifest, werd de meeste ruimte ingenomen door klachten over het gebrek aan democratie en het tot zwijgen brengen van de oppositie.
Vandaag is het eerste wat het volk wil vrijheid, zo stond er in het manifest te lezen.
U zou, meneer de president, uw bewind moeten liberaliseren, de democratie moeten bevorderen, een minimum aan burgerrechten moeten garanderen, de oppositie moeten erkennen en het de burgers moeten toestaan zichzelf zonder vrees te uiten om aldus grieven en wrok weg te nemen.
Diem en zijn broer Ngo dreven de spot met het manifest en zijn auteurs, zoals zij vaker deden met dit soort intellectuelen.
Dit air-conditioned, luxueuze caravelhotel als locatie voor het bekendmaken van hun manifest liet volgens hen alleen maar zien hoe ver de schrijvers afstonden van de Vietnamese bevolking.
Uiteraard stonden zij wantrouwig tegenover de gelijkenis van de inhoud van dit manifest en de belerende woorden die zij recentelijk weer eens hadden ontvangen van de Amerikaanse ambassadeur Durrow.
Over bewijs beschikte zij toen niet, maar later onthulde deze Durrow dat er wel degelijk Amerikaanse bemoeienis was geweest.
Hij wilde het manifest gebruiken om druk te zetten op Diem om zijn regime te liberaliseren.
De invoedrijke Amerikaanse anti-Diem-Kongsi die zich met name in het State Department bevond, laat met de kennis van nu in ieder geval weinig over van het beeld van Diem in de communistische propaganda waar hij stevast werd neergezet als een lakij van het Amerikaans imperialisme.
Maar ook voor 1960 moeten we overigens weer benadrukken dat er Amerikanen waren die fundamenteel anders dachten.
William Colby Het toen pas benoemde hoofd van de CIA-afdeling in Saigon meende toen al dat de gevraagde hervormingen zo strijdig waren met de geaardheid van het Vietnamese bestuur, de Vietnamesche geschiedenis en de Vietnamese samenleving, dat zij volledig zouden mislukken en katastrofaal zouden uitwerken voor de strijd tegen het communisme.
Het was ook Colby die met misnoegen constateerde dat ambassadeur Durbo en andere Amerikaanse diplomaten de meeste informatie over de Vietnamese publieke opinie verkregen in contacten met Engels- en Frans-sprekende intellectuelen in de theesalons van Saigon.
Dan gaan we nu naar gebeurtenissen die zich in Saigon afspeelden op 11 november 1960.
Die gebeurtenissen wierpen hun schaduw al vooruit naar het drama van drie jaar later.
De manschappen van drie bataljons van de Zuid-Vietnamese Airborne Brigade beklommen in de vroege uren in hun panzervoertuigen met het idee een confrontatie met de Vietcong aan te gaan.
Maar onderweg kregen zij van hun officieren valselijk te horen dat zij op weg waren om de president te redden van een muiterij door de presidentiële garde.
De leider van de Koepoging was een koronel die later door de CRE beschreven werd als een opportunist en een man zonder sterke eigen ideeën.
Het is niet onmogelijk dat er sprake was van Amerikaanse betrokkenheid, omdat Vietnamese militairen doorgaans dit soort acties niet ondernamen zonder een zekere mate van Amerikaanse instemming.
Later vernam Jem in ieder geval dat twee Amerikanen tijdens de staatsgreep namens de ambassadeur contact met de samenzwerders onderhielden.
Terwijl de rebellen in de voortuin van het presidentiële paleis stonden, meende ambassadeur Durbo Jem te moeten vertellen dat hij voorlopig in moest gaan op de eisen en hen dan ongestraft moest laten gaan.
Ook al enkele uren na het mislukken van de Koep hernieuwde de Amerikaanse ambassadeur zijn pleidooi om de leiders van de Koep met mildheid tegemoet te komen. Ten einde de Nationale Eenheid zoveel mogelijk in stand te houden.
Zoals gezegd, deze gebeurtenissen van november 1960 zouden zich drie jaar later, in november 1963, op grotere schaal herhalen en dan wel met succes voor de door de Amerikanen ondersteunde militaire staatsschepen.
Over die voor het Vietnamese volk katastrofale gebeurtenis wil ik u in de volgende aflevering vertellen.
Ik dank u weer voor uw gewaardeerde aandacht.
[00:46:48] Speaker B: U
[00:46:58] Speaker A: hebt geluisterd naar De Ladder van Jacob door Theo Parlevliet.