De katholieken van Vietnam - Zuid Vietnam in het jaar 1954

Episode 15 • September 29, 2026 • 00:43:51
De katholieken van Vietnam - Zuid Vietnam in het jaar 1954
De Ladder van Jacob
De katholieken van Vietnam - Zuid Vietnam in het jaar 1954

Sep 29 2026 | 00:43:51

/

Show Notes

Afl.15 | In deze aflevering probeer ik u een beeld te geven van de bijna hopeloze situatie waarin Zuid Vietnam zich bevond op het moment dat Ngo Dinh Diem als regeringsleider begon op te treden. De aflevering wordt besloten met een korte impressie van de in 1955 verschenen roman “De stille Amerikaan” van de katholieke romanschrijver Graham Greene waarin de lezer een realistische literaire impressie aantreft van het Zuid Vietnam van die dagen. Tussen neus en lippen door krijgt u ook nog een overzicht van de verschillende opvattingen die in de Amerikaanse geschiedschrijving over de Vietnamoorlog te vinden zijn.

De belangrijkste geraadpleegde literatuur:

Pieter Meulendijks, Een beeld in technicolor. Vijftig jaar oorlogen in Vietnam 1940-1990 (Nijmegen 2022)

Mark Moyar, Triumph Forsaken. The Vietnam War 1954 – 1965 (Cambridge 2009)

Graham Greene, De stille Amerikaan (Amsterdam 1956)

Muziek

Sergei Prokofiev, Visions fugitives (Arrangement voor strijkkwartet)

Quatuor Danel

‘De Ladder van Jacob’ is een cultuurhistorisch programma van Radio Maria Nederland waarin Theo Parlevliet, oud-docent geschiedenis, op sprekende wijze u als luisteraar dieper meeneemt in de rijke geschiedenis die de samenleving en Kerk in Europa kent.

Chapters

View Full Transcript

Episode Transcript

[00:00:04] Speaker A: De ladder van Jacob. Literatuur, geschiedenis en muziek met Theo Parlevliet. Beste luisteraar, welkom bij de vijftiende aflevering van mijn serie de katholieken van Vietnam. Deze aflevering draagt de titel Zuid-Vietnam in het jaar 1954. In de vorige uitzending gaf ik u een korte schets van het leven van de katholieke politicus Ngo Dinh Diem, zoals hij dat voor het jaar 1954 geleid had. En ik vertelde u in grote lijnen hoe zijn politieke denkbeelden er uitzagen. In 1954 werd hij minister-president van een land dat in de Westerse pers al snel Zuid-Vietnam genoemd werd. Dat land was de Zuid-Vietnamese Republiek waarvan de noordelijke grens bestond uit de 17e Bretegraad. Een grens die dat jaar tijdens een internationale conferentie in Genève getrokken was. Ten noorden van die zeventiende Bretagraat lag het communistische Noord-Vietnam waar Ho Chi Minh de scepter zwaaide. Vanaf 1949 neemt de Amerikaanse steun aan de Franse en aan de regering van de ex-keizer Bao Dai steeds grotere vormen aan. Vanaf de overwinning van de Chinese communisten in 1949 hadden de Amerikanen een sterke neiging de koloniale oorlog in Vietnam steeds meer te zien in het kader van het oprukkend wereldcommunisme. Die steun bestond uit militair materieel, inlichtingenwerk en geld. Ook de Fransen werden ruimhartig door de VS gesteund. De Amerikanen betaalden in 1954 maar liefst 80% van het Franse oorlogsbudget. En die steun werd dus na 1954 gecontinueerd. Maar toen Diem in 1954 minister-president van Zuid-Vietnam werd, werd de oorlog tegen de binnenlandse communisten door Vietnamese militairen gevoerd. Niet door Amerikaanse soldaten. Wel werden die Vietnamese militairen bijgestaan door een groeiend aantal Amerikaanse adviseurs. Dat Zuid-Vietnamese Nationale Lega bestond uit ruim 200.000 man. Of de nationalist Diem de latere massale aanwezigheid van Amerikaanse gevechtstroepen op Vietnamesen bodem zou hebben geaccepteerd? We hebben goede redenen daaraan te twijfelen. Sommige Amerikaanse beleidsmakers in Washington en in Saigon waren van mening dat Zuid-Vietnam op den duur wel veranderd zou kunnen worden in een soort Massachusetts of Californië. Dat instituties en politieke cultuur in het land wel snel veramerikaniseerd zouden kunnen worden via een nieuwe mentaliteit gebaseerd op Amerikaanse principes. en ze werden hierin ondersteund door een klein segment van de stedelijke elite in Zuid-Vietnam, zogeheten intellectuelen die een westers democratisch systeem propageerden en een even grote hekel hadden aan Diem als aan de communisten. Ook in het State Department, het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, waren dergelijke ideeën goed vertegenwoordigd. Amerikanen met dit soort ideeën zagen Nodin Djem al snel als een eigenwijze en antidemocratische hinderpaal in dat streven. Een hinderpaal die ze het liefst naar de kant geschoven zagen. Dat is in 1963 uiteindelijk ook gebeurd. Maar van belang is het ook te zien dat Djem gedurende zijn gehele politieke loopbaan ook Amerikaanse politici, beleidsmakers, militairen en ambassadeurs gekend heeft die positief tegenover zijn beleid stonden. Voor we gaan praten over de toestand in 1954 wil ik u eerst wat bijpraten over de westerse, vooral Amerikaanse, beeldvorming in zaken de moderne Vietnamese geschiedenis. In die beeldvormingen staat natuurlijk de zogeheten Vietnamoorlog in het middelpunt van de belangstelling. Maar die oorlog heeft zich pas na de periode Djem gedurende de jaren 1965-1973 afgespeeld. In 1973 werden de Amerikaanse gevechtseenheden uit Vietnam teruggetrokken na de ondertekening van de zogeheten Parijse Akkoorden. Een belangrijk onderdeel van de overeenkomst was de bepaling dat de Noord-Vietnamese troepen voorlopig in Zuid-Vietnam mochten blijven. Twee jaar later, in 1975, zouden de communisten de Zuid-Vietnamese hoofdstad Saigon binnentrekken en zouden de beide delen in een communistische eenheidsstaat opgaan. Die Amerikaanse militaire interventie in de vorm van, zoals dat tegenwoordig heet, boots on the ground, dus een strijd door Amerikaanse gevechtseenheden die daadwerkelijk de strijd met de communisten aangingen, de interventie in die vorm zou pas na de dood van Diem beginnen. Die Vietnamoorlog speelde zich dus af tussen 1964 en 1973. Over die zogeheten Vietnamoorlog bestaat inmiddels een bijna onafzienbare oceaan van vooral Amerikaanse literatuur. Ik geef u nu enkele hoofdlijnen van die Amerikaanse historiografie. Hoofdlijnen, in werkelijkheid is het beeld natuurlijk diffuser en genuanceerder. De boeken die in de jaren zestig en zeventig geschreven werden, zijn doorgaans buitengewoon kritisch over de Amerikaanse rol. Deze grotendeels Amerikaanse historici worden samenvattend wel als de orthodoxe school aangeduid. Hun opvattingen lijken in het verlengde te liggen van de brede binnenlandse oppositie tegen de oorlog in die jaren. De Amerikaanse interventie was volgens hen vanaf het begin een foute zaak. Het ging uit van foute uitgangspunten of van verderfelijke economische belangen. Veel aandacht werd gegeven aan al of niet vermeende oorlogsmisdaden. Weinig aandacht was er doorgaans voor wat zich ten noorden van de zeventiende breedtegraad afspeelde. En het was ook binnen deze orthodoxe school dat de zwarte legende rondom Nodin Jem welig begon te tieren. Na 1980 zien we in de Amerikaanse geschiedschrijving een zogeheten revisionistische school opkomen. Deze historici gaven doorgaans een veel positievere interpretatie van de oorlog. De interventie in Vietnam was voor velen van hen verdedigbaar en gerechtigd. Als er andere keuzes gemaakt waren, had Amerika de oorlog niet hoeven te verliezen. In die oude orthodoxe benadering valt vaak de kritiekloze overname op van de communistische visie op het Vietnamese verleden. Het noordelijke communisme wordt dan gezien als in het verlengde liggend van een eeuwenoude traditie van Vietnames verzet tegen buitenlandse bedreigingen. En de communisten worden dan de enige 20e eeuwse vertegenwoordigers ervan. de enige belangrijke vertegenwoordigers van het Vietnamese nationale besef. Een naïef positief beeld van het Vietnamese communisme begint in de geschiedschrijving, maar ook in de progressieve segmenten van de westerse maatschappijen dat wordt steeds invloedrijker. Een beeld waarin de noordelijke leiders voorgesteld worden als de wegbereiders van een wereld van vrede en rechtvaardigheid. Ik liet u in de eerste inleidende aflevering zien hoe een en ander bijvoorbeeld doorwerkte in de beeldvorming die we in de Nederlandse katholieke vredesbeweging zagen opkomen. Ook daar werden de communisten toch vooral graag gezien als goedwillende nationalisten die het land wilden verenigen en verder het beste met hun land voor hadden. In die nieuwere revisionistische school verdwijnt ook dat monolithische beeld van Noord-Vietnam met een eensgezind leiderschap en een eensgezinde, patriotisch gemotiveerde bevolking. Er is in die nieuwere literatuur ook meer aandacht voor de rol van Noord-Vietnam in het ontstaan van de oorlog. Ho Chi Minh en zijn generaal Jap wilden zich na 1954 neerleggen bij wat in Genève was afgesproken en zich voorlopig willen concentreren op de binnenlandse opbouw, mede uit angst voor verdere Amerikaanse betrokkenheid. Maar, zo leren we in de nieuwe literatuur, vanaf het begin van de jaren zestig begint een factie binnen de partij, onder leiding van partijsecretaris Le Duan, steeds meer aan te koersen op een oorlog in het zuiden. Geleidelijk beginnen de binnenlandse machtsverhoudingen te verschuiven. Ho Chi Minh blijft formeel wel het gezicht naar buiten, maar verliest in feite de macht. En ook is er in de nieuwe geschiedschrijving meer aandacht voor de invloed van China en de Sovjet-Unie. In die nieuwere literatuur zien we ook ten aanzien van Zuid-Vietnam belangrijke veranderingen en nuanceringen. Dat is goed te illustreren met de wijze waarop Ngo Dinh Diem ons in die nieuwere literatuur wordt voorgesteld. Ik heb dus in deze en de komende afleveringen vooral het werk gebruikt van enkele historici die hun werk na 2000 schreven waarin die zwarte legende op gedocumenteerde wijze afgebroken werd. Een samenvattend beeld van die zwarte legende rondom Diem kunnen we bijvoorbeeld vinden in een Pax Christi boekje uit 1970. Dat boekje haalde ik al in de eerste aflevering aan. Ik vat nu even, om de gedachten te bepalen, kort samen wat daar over Diem geschreven werd. Zijn bewind wordt daar beschreven als nepotistisch, autoritair en discriminerend ten aanzien van de niet-katholieke, vooral boeddhistische, meerderheid van de bevolking. Hij was een fanatieke katholiek die louter dankzij zijn goede connecties in de Verenigde Staten in 1954 aan het hoofd van de regering van Zuid-Vietnam kwam te staan. Eerst als minister-president en na gemanipuleerde verkiezingen alspoedig als president was zijn beleid erop gericht alle oppositie in Zuid-Vietnam uit te schakelen en een absolutistisch bevind op te zetten van louter vertrouwelingen. Suprematie van de Vietnamese katholieken was daarbij voor hem belangrijk. Diem minachten en wantrouwden de boeddhistische meerderheid van de bevolking. Met instemming wordt de Amerikaanse historicus Bernard Fall aangehaald die over Diem's geloof schreef. Zijn geloofsovertuiging had minder weg van de goedheid van de apostelen dan van de onbarmartige strijdvaardigheid van de groot inquisiteur. En zelf beaamt Diem bij gelegenheid deze beschrijving door te zeggen, ik beschouw mij eigenlijk als een Spaanse katholiek. Een voorbeeld van die reactionaire katholieke politiek doet een van de progressieve Pax Christi scribenten huiveren. In 1958 werd in Zuid-Vietnam een familiewet van kracht, waarin de regels in zaken huwelijk en echtscheiding gebaseerd werden op westerse christelijke maatstaven, ter gevolge waarvan talloze kinderen van zogeheten bijvrouwen juridisch vaderloos werden gemaakt. Ook op maatschappelijk gebied werd de discriminatie van Diem's bewind voelbaar. Afhankelijk werden de grootgrondbezitters in hun oude positie hersteld. Na jarenlange Amerikaanse druk voerde Djem later pro forma een landhervorming door waarbij evenwel het enorme landbezit van de katholieke kerk onaangetast bleef. Anno 1957 waren er 300 dorpen voor vluchtelingen uit het noorden gebouwd, maar hiervan waren er 267 voor katholieken en maar 32 voor anderen. Ook bij de bouw van scholen en kerken werden de katholieken bij voorkeur geholpen. Zij kregen de grootste hap van de overwegend Amerikaanse financiële hulp. In de strijd tegen de Vietcong werden de boeren in door prikkeldraad omgeven strategische dorpen geconcentreerd. Het is dus niet verwonderlijk, al dus een van die Pax Christi scribenten, dat in deze omstandigheden de verdeelde, ongeorganiseerde en tolerante boeddhisten zich begonnen te roeren. Het begon met protestmarsen, betogingen en petities. Een uiterste vorm van protest zagen veel geschokte Westerse televisiekijkers toen op 11 juni 1963 een boeddhistische monnik zich in Saigon verbrande. Enkele maanden later hadden nog zeven boeddhisten op soortgelijke wijze een eind aan hun leven gemaakt. Het is dus heel begrijpelijk dat in november 1963 enkele Vietnamese generaals een eind aan het regime van Diem gemaakt hebben. Al dus, beste luisteraar, enkele hoofdelementen in dat zwarte beeld van Diem dat lange tijd dominant geweest is. Natuurlijk doen die Pax Christi-schrijvers hier niets anders dan dat in de Amerikaanse geschiedschrijving en journalistiek dominante negatieve beeld klakkeloos overnemen. Goed, na een korte pauze keren we terug naar de historische werkelijkheid van het Vietnam in 1954 en vervolgen we ons eigen historische verhaal. [00:17:34] Speaker B: Wanneer [00:17:54] Speaker A: we het leiderschap van Nodin Djem willen beoordelen, moeten we natuurlijk eerst een beeld hebben vanuit Zuid-Vietnam dat hij als minister-president in 1954 aantrof. Nu, we kunnen rustig zeggen dat die toestand betrekkelijk hopeloos was. Met die constatering kunnen we ook een ander belangrijk element in die zwarte legende over Djem enigszins ontmantelen. Want in de oude beeldvorming over zijn politieke optreden werd aan die omstandigheden doorgaans opvallend weinig aandacht besteed. Nadat Jem in de zomer van 1954 officieel de opdracht van president Bao Dai aangenomen had om als minister-president een nieuwe regering in Zuid-Vietnam te vormen, liet hij in een verklaring weten. Het beslissende uur is aangebroken. Ik ben vastbesloten om de Vietnamese natie te leiden, ongeacht de obstakels die we zullen tegenkomen. Toen Djem deze zelfverzekerde woorden uitsprak waren er zelfs onder zijn Vietnamese supporters maar weinigen die de kans groot achten dat hij het zelfs maar voor de korte termijn politiek zou overleven. Die Vietnamesen-natie bestond in het zuiden eigenlijk niet en de obstakels waarover hij hier sprak leken onoverkoombar. Enorme problemen lagen op hem te wachten. Hoe lag Zuid-Vietnam er in 1954 bij? Er was dan eerst het gegeven dat hij een staatsapparaat erfde dat al sinds haar begin in 1949 zwak en inefficiënt was en bovendien bij velen de reputatie had sterke banden te hebben met het Franse kolonialisme. Dan het land werd juist toen overspoeld door een stroom van een miljoen noordelijke vluchtelingen die in de jaren 54-55 gebruik maakten van de gelegenheid het arbeiders- en boerenparadijs van Ho Chi Minh te ontvluchten. Tussenhaakjes zagen al eerder dat drie vierden van die vluchtelingen katholiek was. De gelovigen vluchten doorgaans in georganiseerd parochieverband onder leiding van hun priester en bouwden in het zuiden vervolgens nieuwe dorpen met een nieuw kerkgebouw op. De Pax Christi-criticus die we net hoorden klagen dat van de 300 dorpen er 267 voor katholieken bestemd waren, was het kennelijk ontgaan dat de grote meerderheid van de vluchtelingen uit het noorden katholiek was. Wat moeten we ons nog meer voorstellen bij het Vietnam van 1954? Een door de oorlog volkomen kapotgemaakte infrastructuur. Vele kapotte bruggen, wegen en telefoonlijnen. Vervolgens de overal wegtrekkende Franse zakelui en consumenten die ook enorme gaten in de economie achterlieten. Maar vooral hopeloos leek het ontbreken van elke vorm van centraal gezag. Jem zag zich voor de bijna onmogelijke taak regeringsmacht en legitimiteit in een land in te zetten waar ieder centraal gezag ontbrak. Tijdens de onafhankelijkheidsoorlog was het zuiden met zijn enorme etnische en culturele diversiteit en met zijn lange traditie van verzet tegen iedere vorm van centraal bestuur een lappendeken geworden van met elkaar concurrerende partijen, facties en warlords. Hoe moet u zich die Zuid-Vietnamese Lapperdeken voorstellen? In de eerste plaats waren er de communisten. Hun sterkte in het zuiden was weliswaar niet te vergelijken met de communistische posities in het noorden, maar enkele provincies in de Mekongdelta werden wel degelijk door de Vietmin overheerst. Uiteraard vormde zij een bedreiging voor de regering van Diem. Maar vooral hier baarde de doorgaande aanwezigheid van Franse troepen hem meer zorgen. Ook na de nederlaag bij Dien Bien Phu bleven de Franse commandanten in het zuiden nog beschikken over honderdduizenden manschappen. En hoewel de Franse publieke opinie het wel gezien had in Vietnam, bleven koloniale krachten in Parijs en Saigon nog steeds streven naar het behoud van zoveel mogelijk macht en invloed. Anders dan in het toenmalige Nederlands-Indië bestond dat Franse leger overigens niet uit diensplichtigen, maar uit vrijwilligers. Veel van die vrijwilligers waren Vietnamesen, op grote schaal aangevuld met mannen uit andere Franse koloniën, zoals bijvoorbeeld uit Marokko, Algerije, Tunesië en Senegal. Dat betrof grotendeels arme sloebers die helemaal niet zo vrijwillig, maar vaak onder dwang in een voor hen volledig onbekend gebied terecht waren gekomen. En dan was er het officiële Zuid-Vietnamese leger. Het leger waar Djem formeel over kon beschikken, stond sinds de oprichting begin jaren 50 sterk onder invloed van de Fransen. Qua bevoorrading, logistiek, opleiding en bewapening was het niet alleen afhankelijk van de Amerikanen, maar ook van de Fransen. De opperbevelhebber, generaal Nguyen Van Hin, stond voor voortzetting van de warme banden met Frankrijk. De man had vroeger een opleiding genoten bij de Franse luchtmacht en beschikte zelfs over een Frans paspoort. Hij maakte er nooit het geheim van dat hij de regering Jem slechts een kort leven toewenste. Officieel beschikte Jem over het oppercommando, maar of dit leger zijn orders wel zou uitvoeren, daar hadden velen hun twijfels over. Jems eigen Zuid-Vietnamese leger stond dus onder leiding van een francophile en hem niet gunstig gezinde officierengroep. En toch. Cem zou in de zomer van 1954 onmiddellijk getekend hebben bij het kruisje als het rijtje tegenstanders beperkt gebleven zouden zijn tot communisten, onverzoenlijke en hem vijandengezinde koloniale machten en een francofiele legerleiding. Want dat waren lang niet zijn enige tegenstanders. [00:25:25] Speaker B: MUZIEK [00:25:48] Speaker A: Na al die voor de pauze beschreven moeilijkheden kreeg Diem ook nog te maken met een merkwaardige diversiteit aan regionaal opererende warlords. Die krijgsheren hadden tijdens de onafhankelijkheidsoorlog kleine of grotere enclaves gecreëerd in de Mekongdelta en elders. Enclaves waarin zij met behulp van eigen milities de lakens uitdeelden. De heren hadden het beurtelingsaangelegd met de Fransen en met de Vietmin, naargelang het hun het beste uitkwam. Sommige van die groepen zijn we al in vroegere afleveringen tegengekomen. Daar was bijvoorbeeld de massaal aangehangen secte van de Kaodaïsten. Massaal, in het midden van de jaren dertig, telde deze pseudo-kerk een half miljoen gelovigen. Zij was in 1919 opgericht door de Vietnamese bestuursambtenaar Cao Dai, vandaar hun naam. Hun geloof was een vergaar bak van heilige en geloofspunten uit het christendom, het boeddhisme, het confucianisme, de islam, etc. Hun liturgie deed velen qua uiterlijke vorm aan de katholieke liturgie denken. Hun leider trad op als een soort pseudopaus. De beweging had een duidelijk antikoloniaal karakter, dus waren tijdens de onafhankelijkheidsoorlog conflicten met de Franse overheid legio. Hun leider werd door de Franse verbannen. Belangrijk voor mijn verhaal, sinds het begin van de onafhankelijkheidsoorlog beschikte zij over een eigen leger, dat aanvankelijk tegen de Franse vocht. Maar in 1946 kwamen zij in conflict met de Vietmin, wat weer resulteerde in een toenadering tot de Franse. Hun door de Franse verbannen leider mocht weer terugkeren. Over een tweede heterodoxe religieuze groep die een massale aanhang had, kan men grofweg hetzelfde verhaal vertellen. Dat was de Hoa Hao, in 1939 opgericht door een teenager die doorging voor de reïncarnatie van een negentiende-eeuwse boeddhistische profeet. Deze jongeman begon zich in 1939 te manifesteren met orakels over een aanstaand einde van het Frans kolonialisme. Ook bij deze groep kwamen tijdens de onafhankelijkheidsoorlog tot een breuk met de Vietmin, toen lokale Vietmin-leiders hun profeet vermoorden. Ook de Hoa Hao pakteerde toen weer met de Fransen in ruil voor autonomie in hun gebieden. Toen Diem aan de macht kwam, waren er minstens vier machtige krijgsheren die met hun eigen legertje in de westelijke Mekongdelta de lakens uitdeelden in hun eigen staatjes. Een van hen controleerde zelfs de reistoevoer naar Saigon. Nu zou u kunnen denken, dan zal regeringsleder Diem toch in ieder geval de hoofdstad Saigon stevig in handen hebben. Maar helaas, de stad was al jaren grotendeels in handen van de zogeheten Bin Gwin, een machtig misdaadsyndicaat dat al sinds jaar en dag de onderwereld runde via nachtclubs en omvangrijke bordelen in de Chinese voorstad Shilong. Ook de bin Nguyen werkte aanvankelijk met de Vietmins samen in de strijd tegen de Fransen. Maar toen de communisten de leider van het syndicaat te machtig vonden, liep de hele bende over naar de Fransen. En dat gebeurde in ruil voor krachtige posities in de leiding van de gemeentelijke politie en het stadsbestuur. Toen Diem zijn intrek nam in het Norodom Paleis, spoedig omgedoopt in onafhankelijkheidspaleis, werden grote delen van Saigon beheerst door dit criminele syndicaat. Berucht waren de gebeurtenissen een kleine tien jaar eerder, in de nacht van 24 op 25 september 1945, toen bewapende leden van dit syndicaat een duurdere wijk van Saigon binnentrokken om hier onder Franse en Frans-Vietnamese inwoners een bloedbad aan te richten en vrouwen en kinderen als gijzelaars weg te voeren. Het zijn taferelen die erg doen denken aan soortgelijke gebeurtenissen in ons Indië in diezelfde tijd. Chaos dus alom. En dan spreken we nog maar niet over de regionale milities van enkele niet-communistische nationalistische groeperingen. Kortom, het Zuid-Vietnam, waarvan Diem in 1954 nominaal de regeringsleider werd, vormde een lappendeken van gebiedjes waarover lokale krijgsheren en misdaadbendes heersten met behulp van eigen milities. Zuid-Vietnam was in een toestand van vrijwel geheel ontbrekend centraal gezag. [00:31:45] Speaker B: MUZIEK MUZIEK MUZIEK [00:33:42] Speaker A: Ik geef u nog een snelle sfeertekening van het Saigon in augustus 1954. Ik doe dat aan de hand van een herinnering van de toenmalige Amerikaanse ambassadeur Donald Heath. Een maand eerder was het akkoord van Genève gesloten. En Jem was twee maanden daarvoor tot minister-president benoemd. In die augustusmaand krioelde het in Saigon van allerlei jam-vijandige samenswerders. In de bronnen lezen we hoe de Amerikaanse ambassadeur uitgenodigd werd voor een cocktailparty op 26 augustus ten huize van de Fransman Jacques Raphaël. De diplomaat en politicus Raphaël had de leiding van verschillende geheime en officiële missies waarmee de Fransen zowel met Ho Chi Minh als met Diem de contacten probeerden te onderhouden. Raphaël was een intrigant eerste klas die vooral in dienst van allerlei koloniale belangen stond. Later zou hij het nog schoppen tot vicepresident van de Franse Nationale Vergadering en tot ambassadeur in Ivoorkust. Ambassadeur Heath kwam er die augustusavond al snel achter dat hij terecht was gekomen in een bijeenkomst van allerlei soorten samenswerders die jam bepaald niet gunstig gezind waren. Onder de gasten bevonden zich enkele hooggeplaatste Fransen. hooggeplaatste Vietnamese militairen, waaronder de hoogste in rang, de Fransgezinde generaal Nguyen Van Hin, die ik al eerder noemde. Maar ook de kerkleider van de kaodaïsten liep er in vol ornaat rond. Het viel hies op dat men tijdens deze party onbekommerd aan hem vroeg hoe de Amerikanen er tegenover zouden staan wanneer Jem afgezet zou worden. Heath hield zich op de vlakte, maar was erg onder de indruk van de aanwezigheid van zoveel Jem-vijandige figuren. Hij had er in die dagen al te vergeefs bij Jem op aangedrongen zijn regering te verbreden met wat krijgsheren en hoge officieren. Maar hij had geen goed argument kunnen vinden waarom het in een land met een autoritaire traditie beter zou zijn de macht te spreiden dan de macht te concentreren. Dit soort discussies zouden nog jarenlang doorgaan tussen Diem en allerlei soorten Amerikaanse beleidsmakers en ambassadeurs. De dag na de party informeerde ambassadeur Heath zijn regering dat Jem niet overveel steun in het land kon beschikken. En trok alvast maar de conclusie dat het een goede zaak zou zijn wanneer, citaat, we onze ogen open zouden houden ten aanzien van een nieuwe leider. Dit was dus augustus 1954. Behalve in serieuze historische studies ben ik, beste luisteraar, vaak ook geïnteresseerd in andere vormen van historische beeldvorming. Romans, films, autobiografieën, etc. Een realistische literaire impressie van het Zuid-Vietnam dat Djem in 1954 aantrof kunt u vinden in de roman die de katholieke Britse auteur Graham Greene in 1955 publiceerde onder de titel De Stille Amerikaan. destijds een bestseller. Er zijn rond de 8 miljoen exemplaren van De Stille Amerikaan over de toonbank gegaan in de jaren erna. U kunt het boek in vertaling nog gemakkelijk voor een paar euro antiquarisch bemachtigen. Green is ook bekend van boeken als Onze Man in Havana en De Derde Man. De derde man speelt zich af in het naoorlogse, in vier sectoren opgedeelde wenen. Green was bepaald geen kamergeleerde. Zo heeft hij ook voor de Britse geheime dienst gewerkt. Zijn boeken zijn geschreven in een modern, realistische stijl en bevatten vaak figuren die twijfelen aan zichzelf en die in een donkere wereld leven. Die twijfel gaat vaak ook over religieuze zaken. Vandaar dat zijn reputatie onder katholieke literatuurcritici in die tijd niet altijd onomstreden was. De roman De stille Amerikaan lijkt zich in Vietnam gedurende de periode vlak voor 1954 af te spelen. Dat was de periode dat de Amerikanen al een steeds belangrijkere rol in Vietnam gingen spelen. Bijvoorbeeld door levering van militair materieel. Op de eerste bladzijde van het boek ziet de hoofdpersoon al enkele Amerikaanse vliegtuigjes uit een schip op de kade van Saigon afgeleverd worden. Hoofdpersoon is het alter ego van de schrijver, de Britse journalist Thomas Fowler, oorlogscorrespondent voor de London Times. Heel treffend wordt in het boek de broeierige sfeer van Saigon weergegeven. De Amerikaanse jongeman Alden Pyle speelt daar een schimmige hoofdrol in. De liefdesperikelen van beide heren zal ik u schenken. In de roman bezoeken we met de hoofdrolspelers nachtclubs en bordelen die door het misdaadsyndicaat Bin Nguyen in Saigon gerund worden. Over het grootste bordeel schrijft Queen In de geweldige binnenhof, die open onder de hemel lag, was het juist rustuur. Honderden meisjes lagen op het gras of zaten op hun heurken met elkaar te praten. Voor de hokjes rondom het middenplein waren de gordijnen weggetrokken. Er waren strubbelingen in Golon. De troepen moesten in de kazerne blijven. En er was niets te doen. De zondag van het lichaam. Maar ook beleven we in de roman hoe de noordelijke bischopsstad Fadiem belegaard wordt door de Vietmin. En hoe de gehele bevolking haar toevlucht zoekt in en rond de kathedraal. Over een van de stadskanalen schrijft Queen, het kanaal was vol lijken. Als ik er nu aan terugdenk, herinnert het me aan een hutspot met teveel vlees. De lijken lagen over elkaar heen. Eén hoofd, grijs als een zeehond en naamloos als een veroordeelde met een geschoren schedel, stak uit het water omhoog als een boei. Ook bezoeken we het hoofdkwartier van de secte van de kaodaïsten. En we maken mee hoe de Vietmin s'nachts nog delen van de Mekong-delta beheerst. Kortom, veel van wat ik u eerder vertelde over het Vietnam van die dagen, vooral het Zuid-Vietnam van die dagen, komt in deze roman ter sprake. Het boek werd in 1958 verfilmd met John Wayne in de hoofdrol. In die filmversie van 1958 werden alle Amerika-kritische elementen, die in het boek van Queen wel degelijke rol spelen, weggezuiverd. Veel later, in 2002, werd het boek opnieuw verfilmd en deze filmversie doet veel meer recht aan het oorspronkelijke boek. Die film kan ik u zeer aanraden. De jonge Amerikaanse idealist Alden Pyle zien we optreden in een wereld die hij nauwelijks lijkt te begrijpen. Wij, met onze kennis van nu, kunnen in zijn naïeve denken en handelen al gemakkelijk de voortekenen lezen van de latere Amerikaanse catastrofe. Let wel, met onze kennis van nu. Maar de katholieke romansschrijver Queen publiceerde zijn De Stille Amerikaan al in 1955. Beste luisteraar, we zijn aan het eind van deze aflevering gekomen. In de volgende aflevering zullen we zien hoe minister-president Diem, de bijna hopeloze toestand waarin Zuid-Vietnam verkeerde, te lijf is gegaan. Ik dank u weer voor uw gewaardeerde aandacht. U hebt geluisterd naar De Ladder van Jacob door Theo Parlevliet.

Other Episodes

Episode 6

June 29, 2026 • 00:57:07
Episode Cover

Arvo Pärt - De Klacht van Adam

Afl. 6 | In deze aflevering zien we eerst hoe het leven van de componist zich na 1980 voltrekt. Twee composities staan vervolgens in...

Listen

Episode 2

July 20, 2026 • 01:00:48
Episode Cover

Willem Nuyens en het Herwonnen Vaderland - Een katholieke reconstructie

Afl. 2 | Willem Nuyens werd geboren in 1823 en stierf in 1894, zijn leven overbrugt dus een belangrijk deel van de 19e eeuw....

Listen

Episode 2

September 14, 2026 • 00:59:35
Episode Cover

De 15 Antwerpse Rozenkransschilderijen II - Over de tentoonstelling '15 Mysteriën van de rozenkrans' in Den Bosch

Afl. 2 | In dit tweede deel over de tentoonstelling in het Noordbrabants Museum “de vijftien Antwerpse rozenkransschilderijen” bespreek ik drie werken uit de...

Listen