Arvo Pärt - De Klacht van Adam

Episode 6 June 29, 2026 00:57:07
Arvo Pärt - De Klacht van Adam
De Ladder van Jacob
Arvo Pärt - De Klacht van Adam

Jun 29 2026 | 00:57:07

/

Show Notes

Afl. 6 | In deze aflevering zien we eerst hoe het leven van de componist zich na 1980 voltrekt. Twee composities staan vervolgens in deze aflevering centraal: “Het Lied van Silouan” uit 1990 en “De Klacht van Adam” uit 2010. Dit alles met aandacht voor twee twintigste-eeuwse orthodoxe heiligen die invloedrijk waren in het leven van Pärt: De Heilige Silouan de Athoniet en de Heilige Sophronius van Essex.

Belangrijkste geraadpleegde literatuur:

Muziek:

Sinfoniette Riga, Vox Clamantis o.l.v. Tönu Kaljuste

 Estonian National Symphony Orchestra o.l.v. Paavo Järvi 

 Sinfoniette Riga, Vox Clamantis o.l.v. Tönu Kaljuste

‘De Ladder van Jacob’ is een cultuurhistorisch programma van Radio Maria Nederland waarin Theo Parlevliet, oud-docent geschiedenis, op sprekende wijze u als luisteraar dieper meeneemt in de rijke geschiedenis die de samenleving en Kerk in Europa kent.

View Full Transcript

Episode Transcript

[00:00:01] Speaker A: Beste luisteraar, welkom bij de zesde aflevering van mijn serie over de componist Arvo Pärt. De titel luidt De klacht van Adam. In de vorige aflevering ben ik begonnen met het trekken van enkele verbindingslijnen tussen de muziek van Pärt en de orthodoxe traditie. Want ik vertelde u eerder dat de componist zich in het midden van de jaren zeventig heeft laten dopen in een Russisch-orthodoxe kerk in de hoofdstad van Estland. Een land dat toen deel uitmaakte van de Sovjet-Unie. Is het noodzakelijk iets van zijn orthodoxe achtergrond te weten om te kunnen genieten van zijn muziek? Zelf vond Pert van niet. Hij schreef zijn muziek naar eigen zeggen, niet alleen voor gelovige christenen, maar voor iedereen. Anderzijds heeft hij in talloze vraaggesprekken er geen geheim van gemaakt dat hij zijn muziek zag als een bewuste uitdrukking van zijn christelijke levensovertuiging. Kerkelijk gelovig of niet, enige kennis van de geestelijke achtergrond van zijn muziek kan bijdragen aan de verdieping van het luisteren, is mijn eigen ervaring. Dit geldt natuurlijk voor veel kunstuitingen. Ook wanneer u weinig af weet van het 19e eeuwse Rusland en de Russisch-Orthodoxe wereld kunt u nog heel goed genieten van bijvoorbeeld Dostoyevskys Gebroeders Karamazov. Maar enige kennis van een en ander doet uw leesplezier onmetelijk toenemen, wanneer u bijvoorbeeld leest over de conversatie tussen de twee broers, Iwan en Alosha, of over de legende van de groot inquisiteur. noodzakelijk. Ik heb in mijn leven veel concerten bezocht van muziek waar van de diepgelovige katholieke componist Olivier Messiaen. Ik herinner me zelfs twee concerten waar de maestro zelf met zijn vrouw, de pianiste Yvonne Lauriot, bij aanwezig waren. En ik realiseerde me dan dat de meerderheid van het Nederlandse publiek in zo'n zaal niet katholiek was en daar deels ook weinig van afwist of er deels zelfs niet veel van wilde weten. Die concerten stonden dan vaak onder leiding van Reinbert de Leeuw. Een man met onvoorstelbaar grote verdiensten, onder andere voor het bekendmaken van de muziek van Messiaen in ons land. Maar, naar mijn beste weten, had de leeuw geen enkele positieve band met het christendom. Andersom, ik ben een groot liefhebber van de muziek van Claude Debussy. Maar diens wereldbeschouwing staat haaks op de mijne. En bovendien lijkt het me een bijzonder vervelende vent geweest te zijn die op bijzonder verwerpelijke wijze met vrouwen placht om te gaan. Maar u kunt mij bij wijze van spreken s'nachts wakker maken voor zijn muziek. Op deze zender is het natuurlijk niet zo'n gek idee wat dieper op de geestelijke achtergrond van de componist in te gaan. Ik meldde u vorige keer dat ik hiervoor in eerste instantie vooral gebruik maak van een boek waarvan de auteur een orthodox lekentheoloog en een musicoloog is, maar bovendien ook veel gesprekken met de componist gevoerd heeft. De auteur is de Amerikaan Peter Boutenef en zijn boek heet Arvo Pärt, Out of Silence. Maar in deze aflevering maak ik ook druk gebruik van een boek dat geschreven is door de Russische priester Sofronius, waar Pat in Engeland veel gesprekken mee heeft gevoerd en die hij als een belangrijke geestelijke gids beschouwde. Maar ik begin deze aflevering eerst met nog even terug te gaan naar het levensverhaal van onze componist. Want ik ben met dat verhaal in dat tijd nogal abrupt gestopt in het jaar 1980, toen Pert met vrouw en kinderen door de communistische autoriteiten het land uitgezet is. We verlieten hem immers toen hij als verdrevenen uit het arbeidersparadijs in die avondlijke uren in die immense stationshal aan de grens van de Sovjet-Unie voor de geuniformeerde grensbewakers zijn cassettebandjes moest afspelen. Zodat onder andere zijn missa syllabica door de lege stationshal schalde. Van alle geschilderde iconen die ze thuis hadden, hadden de pets er maar één meegenomen. En dat was een kleine icoon en die zat weggestopt in de luiers van baby Michaël. Michaël begon tijdens die visitatie net hard te huilen en de politievrouwen lieten koekjes brengen. Het was een onvergetelijke scène, vertelde zijn vrouw Nora later. Juist omdat alles begeleid werd door Arvo's muziek. Het icoontje werd overigens niet gevonden. In de loop van dat verdere levensverhaal zullen we overigens al snel weer op natuurlijke wijze de draad van onze bespreking van zijn orthodoxe achtergrond weer kunnen oppakken. Na zijn verbanning uit Estland in 1980 heeft Arvo Pärt na een kort verblijf in Wenen lange tijd met zijn vrouw en twee kinderen in West-Berlijn gewoond. In zijn boek Componist van de stilte geeft Twan Geurts een uitvoerig beeld van die jaren. Na een kort verblijf in Wenen kwam hij dus in Berlijn terecht op uitnodiging van de Deutsche Akademische Austauschdienst. Om daar als artist in residence te verblijven. Als gasten van de West-Berlijnse overheid kregen ze die eerste periode een maandelijks stipendium en de beschikking over een ruim gemöbileerde vierkamerwoning. De woning lag in het stadcentrum van West-Berlijn, in de zijstraat van de Coerfurstendam. Vanuit zijn werkkamer keek Pert uit op de toenmalige Berlijnse muur. De eerste jaren waren niet altijd gemakkelijk. Pert was toen voor het grote publiek nog een onbekende. En bovendien sprak het gezin aanvankelijk geen woord Duits. En in het zeer geseculariseerde West-Berlijn werd Pert met zijn diepgelovige muziek bepaald niet meteen serieus genomen. In de wereld van pers en muziek werd hij met zijn woeste baard en zijn uitgeklede composities vaak gezien als een soort verdwaalde apostel die per ongeluk uit een roman van Dostoevski leek te zijn gevallen. Zijn vrouw Nora vertelde later over de eerste contacten met de Duitse media. Het was een dankbaar thema om te kunnen schrijven over zo'n exoot. Een mysticus. De monnik met zijn baard. Zijn middeleeuws vocabulair. Zijn wereldvreemdheid. Dat was allemaal heus niet kwaad bedoeld, al was het akelig genoeg. Maar hoe beter het bedoeld was, hoe meer dit vertekende beeld ons heeft gestoord en beschadigd. Nog jaren later beklaagt hij zich tegenover een journalist dat hij in Duitsland nog steeds gezien werd als Russisch componist. Je moet een en ander natuurlijk zien tegen de achtergrond van de Koude Oorlog. Voor reizigers uit het westen waren de Baltische landen toen niet toegankelijk. Dat de Sovjet-Unie een multinationaal rijk was, bleef voor de doorsnee westerse krantenlezer meestal slechts een wazig gegeven. De Sovjet-Unie, dat was het land van de Russen. Toen een interviewer wilde weten of hij zich in Berlijn thuis voelde, moest hij de man uitleggen dat de afstand tussen Berlijn en Tallinn echt niet zo vreselijk groot is en dat de Duitse culturele invloed in de Baltische landen altijd heel lang groot geweest is. Ook de muziekcritici zijn hem die eerste periode vaak niet goed gezind. Want in die vroege jaren tachtig was wat Pert deed, in de toenmalige klassieke muziekwereld, nog alles behalve com il fo. Een criticus schreef bijvoorbeeld zuur Pat zoekt zijn heil in een soort van minimal art. Modellen van uitgesproken kitscherige primitiviteit worden er met wel haast onmerkbare mutaties tot eindeloze patronen aan elkaar geregen. Die moeten waarschijnlijk zoiets als meditatiehulpmiddelen voorstellen. Maar ze roepen, althans bij mij, alleen maar verveling op. Ook de uitvoerende muzici wisten vaak niet wat ze met zijn muziek aan moesten. Arvo Pärt heeft veel geluk gehad dat hij een aantal muzici en dirigenten vond die wel veel in zijn muziek zagen. Dat waren mensen als de dirigenten Nehme Järvi en Tönu Kaljuste die hij al in Estland gekend had. Maar van belang werden ook de violist Ridon Kramer en Paul Hilliard, leider van het toen befaamde Hilliard-ensemble. Belangrijk voor het bereiken van een groot internationaal publiek waren de cd-opnames die in München en Basel gemaakt werden voor het label ECM. Opnames met Guidon Kramer en de Amerikaanse pianist Keith Jarrett horen daarbij. Jarrett was een klassiek geschoolde muzikus die ook samenspeelde met jazzgrootheden als Art Blakey en Miles Davis. Het zijn deze cd's uit de jaren tachtig die hem wereldfaam brachten. De cd Tabula Rasa weet in 1984 een doorgaans nuchtere recensent als Wolfgang Sandner tot de volgende ontboezeming te brengen. Iemand die zoiets kan schrijven moet ook buiten zichzelf zijn getreden. De pianotonen uit de aarde hebben gegraven en de flagiolettetonen, de boventonen van de violen, uit de hemel hebben gehaald. Dit is nooit eerder gehoord. Het is geen jazz. Nee, geen elektronische avantgarde. Geen klassicisme. Dit raakt de diepere lagen. Oerwoorden, orfisch, buitenaards, magisch, mystiek. Pet heeft nog lang in Berlijn gewoond. Wel kon hij natuurlijk na het verdwijnen van het communisme weer ongehinderd Esland bezoeken. Zo was Peth daar in 1989 aanwezig bij de demonstratieve herdenking van het Molotov-Ribbentrop-pact. Op 23 augustus 1989 was het precies 50 jaar geleden dat via dit Duits-Russische pact de volkeren van Oost-Europa onder de knoet van één van beide dictators terechtkwamen. Op die dag in 1989 stond vanaf 7 uur avonds, 15 minuten lang, een keten van bijna 2 miljoen mensen hand in hand in de vorm van een menselijke keten van 600 kilometer tussen de drie hoofdsteden van de Baltische landen. Pert stond tussen en in als een van die demonstranten. Hij was toen in Estland om eindelijk weer eens zijn moeder te bezoeken in Rakveren en omdat in mei zijn Tedeum in première ging in de Sint Olafkerk in Tallinn. Pas twee jaar later zou het Estse Sovjetparlement de zelfstandigheid van Estland uitroepen. Maar pas in 2010, 30 jaar na het begin van hun onvrijwillige verbanning, zou Pert voorgoed naar zijn vaderland terugkeren. Maar toen was hij al wereldberoemd en in Estland beschikt hij inmiddels over een onaantastbare status. Arvo en Nora wonen sinds 2010 in een kustplaatsje gelegen aan een baai van de Finse Golf. Het is een dorpje met amper duizend inwoners. Met de bus is het ongeveer een uur rijden van de hoofdstad. Niet ver van zijn woonhuis staat het Arvo Pert Centrum, dat we met hulp van de auteur Twan Geurts na een korte muzikale pauze even gaan bezoeken. [00:14:31] Speaker B: ZANG EN MUZIEK ZANG EN MUZIEK MUZIEK. Hallelujah, hallelujah, hallelujah. Heer, ik schreef je van mij. Ik schreef je van mij. Ik schreef je van mij. MUZIEK. [00:17:06] Speaker A: Toen Twan Geurts in 2023 voor zijn boek dat Arvo Pärt-centrum bezocht, heeft hij de meester zelf niet meer kunnen spreken. Arvo Pärt is hoogbejaard en had zich toen al uit de openbaarheid teruggetrokken. Dat Arvo Pert Centrum is met veel steun van de overheid in 2018 geopend. Dat was het jaar dat Esland vierde dat het 100 jaar geleden voor het eerst onafhankelijk werd. Het centrum is gehuisvest in een futuristisch ogend bouwwerk dat midden in een dennenbos ligt. Er is een kleine concertzaal, een restaurant, een tentoonstellingsruimte, werkvertrekken en een bibliotheek. Er werken maar liefst 16 mensen waaronder vier musicologen. Maar onze aandacht wordt nu vooral getrokken door een kapelletje dat binnen het centrum gesitueerd is op de binnenplaats. Dat kapelletje is gewijd aan twee orthodoxe heiligen uit de 20ste eeuw. Silouan van Athos en Sofronius van Essex. Beide waren Russen en werden nog in de Tsaristische periode in Rusland geboren. Silouan is in 1938 op Athos gestorven en in 1988 door de Orthodoxe kerk heiligverklaard. Sofronius is in 1993 op 96-jarige leeftijd in een door hem gesticht klooster in Engeland gestorven en ook hij werd enkele jaren na zijn dood heiligverklaard. Silouan van Athos kunnen we beschouwen als een geestelijk vader van Sofronius. De heilige Sofronius heeft net als de heilige Silouan als monnik op Athos geleefd. Tussen 1931 en 1938 heeft Sofronius veel contact gehad met Silouan. Arvo Pärt op zijn beurt heeft in Engeland lange gesprekken gevoerd met Sofronius die hij als zijn geestelijk vader zag. Pert heeft in 1991 een kort werk geschreven met de titel Lied van Silouan. Het is een instrumentaal werk, maar in de partituur heeft Pert de tekst van een kort gebed van de heilige opgenomen. Ik zal u de muziek en de tekst van het gebed dadelijk laten horen. was deze heilige Silouan en waarom was Pertzo in hem geïnteresseerd? Immers, naast dit kleine lied van Silouan, heeft hij later ook nog het veel omvangrijkere Adams Klaagzang geschreven op een lange tekst van de heilige Silouan. Die twee stukken zullen verder in deze aflevering centraal staan. Gemeten naar de uiterlijke aspecten is het leven van Staret Silouan volstrekt onopvallend verlopen en dus in een paar zinnen te vertellen. Hij werd in 1866 in een Russisch boerendorp geboren als Simeon Ivanovich Antonov. Hij heeft niet meer dan twee winters de dorpsschool bezocht en werkte als timmerman even buiten het dorp op het landgoed van een vorst. Vervolgens heeft hij in het Saristische leger zijn dienstplicht vervuld. En daarna vertrok hij naar het schiereiland Athos om daar de volgende 46 jaar het leven te leiden van een eenvoudige monnik. Zoals gezegd, Silouan is daar in 1938 gestorven en in het jaar 1987 door de patriarch van Constantinople heiligverklaard. Zie hier in enkele zinnen het uiterlijke leven van Starets Silouan. Desalniettemin heeft zijn geestelijke zoon, de Archimandriet Sofronius, een kleine 300 bladzijden nodig om het leven van deze heilige Silouan te beschrijven. Maar dan gaat het vooral over de innerlijke geestelijke groei van de heilige. Een man die Sofronius ons voorzet als een uitzonderlijke geestelijke reus, als een lichtbaken voor de moderne mens. Die moderne mens die, zoals Sofronius in zijn voorwoord schrijft, vaak wanhopig in de geestelijke duisternis rondwaart, geslagen door blindheid aan de ogen van zijn ziel en zijn hart. Het oorspronkelijk in het Russisch geschreven boek is in het Nederlands vertaald en wordt uitgegeven door de uitgeverij Orthodox Logos. Het boek bevat naast een geestelijke biografie ook de belangrijkste geschriften van Silouan zelf. Ik heb er hier het nodige aan ontleend, maar in dit korte bestek kan ik het boek onmogelijk echt recht doen. Op het leven van Sofronius kom ik later nog even terug, want Pert en zijn vrouw hebben hem goed gekend. Na 1980 hebben zij hem veelvuldig in het klooster van de heilige Johannes de Doper in Essex in Engeland kunnen ontmoeten. Zij beschouwden de monnik Sofronius als hun geestelijk vader. Pert zal tijdens die contacten ook veel over de heilige Silouan vernomen hebben. Oogtwijfeld is zijn geestelijk leven door beide mannen diepgaand beïnvloed. Vandaar ook dat kapelletje in dat Arvo Pärt centrum. Ik geef u eerst een paar flitsen uit het vroege geestelijke leven van de heilige Silouan. Eerst dus maar even terug naar dat Russische boerendorp waar de jonge Simeon in de jaren 1870 opgroeide. Als jongeman maakte hij een tijd door waarin hij een innerlijke verandering bij zichzelf opmerkt en zich aangetrokken voelt tot het kloosterleven. Zoals de Starets het later zelf verwoorde, in die tijd bekeek hij de mooie jonge dochters van de vorst als zusters. Met genegenheid, maar zonder begeerte. Terwijl deze aanblik hem vroeger onrustig had gemaakt. Hij vraagt dan in zijn jeugdig enthousiasme zijn vader toestemming naar het Holenklooster in Kiev te gaan. Maar zijn vader, zoals vaders in die omstandigheden vaak plegen te doen, schuift een dergelijke zwaarwichtige beslissing op de lange baan. Vervul eerst je militaire dienstplicht en daarna zul je vrij zijn daarheen te gaan. Die ongewone gemoedstoestand duurde bij Simeon overigens maar drie maanden. Simeon neemt daarna opnieuw de vriendschappen met zijn leeftijdsgenoten op, ging uit met de dorpsmeisjes, dronk wodka, hij kon enorme hoeveelheden van het spul drinken zonder dronken te worden, speelde accordeon en leefde als alle andere jongens van het dorp. Hij was oersterk, kon met één vuisslag een tamelijk dikke plank doorslaan en zware gewichten optillen. Hij kon veel eten en hard werken. Tijdens een ruzie die twee broers met hem uitlokte, slaat hij één van de broers hard tegen de borstkas. De jongen viel met een zware dreun achterover, plat achterover. Schuim en bloed begonnen uit zijn mond te vloeien. Het duurde wel een half uur voordat hij met hulp kon opstaan. De jongen is twee maanden ziek geweest, maar gelukkig bleef hij in leven. Vanwege zijn doorgaans vrolijke en vredelievende karakter was Simeon populair, vooral bij de meisjes. Sofronius schrijft in docente woorden Hij zelf voelde zich tot een van hen aangetrokken. En voordat er zelfs sprake was van een huwelijk, overkwam hen, laat op een avond, wat zo dik was gebeurd. Het meisje werd zwanger. Maar ze was beeldschoon en al spoedig verscheen er een jonge, rijke koopman als huwelijksgegadigde tot opluchting van de losbandige, toekomstige heilige. Kortom, Een jeugd zoals we dat wel bij meer heiligen vinden, denkt u aan de heilige Augustines. In het rumoerige bestaan van zijn jonge leven vervaagde dus de eerste roep van God, maar die riep hem opnieuw. We lezen Op een keer, na een losbandige periode, was hij ingesluimerd en in die toestand van een lichte slaap, droomde hij dat hij een slang zag die door zijn mond naar binnen gleed en in zijn binnenste kroop. Hij voelde een hevige walging en werd wakker. En toen hoorde hij de woorden, jij hebt in je droom een slang ingeslikt en daar walg je van. Net zo akelig is het voor mij om te zien wat jij doet. De zoetheid en de schoonheid van de stem waren buitengewoon, het effect verpletterend. De stares heeft tot het eind van zijn leven gemeend, schrijft Sofronius, dat het de stem van de moeder gods zelf geweest was, maar dat zij zich wegens zijn losbandigheid slechts met haar stem manifesteerde. Simeon volbracht zijn dienstplicht in Sint-Petersburg. En daarna reisde hij met trein en boot naar het Griekse schiereiland Athos, waar hij in 1892 intrad in het Russische klooster van de heilige Panteleimon. Daar leefden in die tijd maar liefst 2000 monniken. De Russische bezoekers en pelgrims kwamen met honderden tegelijk. Zij verbleven langdurig in de gastenverblijven. En dat alles leverde dus veel werk op. Broeder Simeon werd in de molen te werk gesteld. Volgens de toen heersende gebruiken diende een nieuwe novies overigens eerst enkele dagen in volledige rust door te brengen om zich alle zonden die hij in zijn leven begaan had te herinneren en op schrift te stellen en ze vervolgens te biechten bij een biechtvader. Er werd vervolgens middels een eeuwenoude traditie het geestelijke ascetische leven binnengeleid dat doordrengd was met het onophoudelijke indachtig zijn van God. Het afzonderlijke gebed in de cel, de lange diensten in de kerk, vaste en nachtwaken, de veelvuldige biecht en communie, de lezing, het werk en de gehoorzaamheid. Een van de lessen voor de beginnende novies was de opdracht dat het gebed in de cel voornamelijk moet bestaan uit het bidden van het Jezusgebed, met behulp van een gebedsnoer. Dat gebed luidt, Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij zonder. U gaat nu luisteren naar Pert's lied van Silouan. Het is een instrumentaal stuk voor strijkorkest, maar Pert heeft een gebed van de heilige aan de partituur toegevoegd. U hoort nu eerst de tekst van het gebed en dan direct aansluitend de muziek die weer langzaam uit de stilte opreist. Mijn ziel smacht naar de Heer en onder tranen zoek ik hem. Hoe zou ik U niet zoeken? Gij hebt mij het eerst gevonden en mij laten genieten van uw Heilige Geest, en mijn ziel kreeg Uw lief. Gij, Heer, ziet mijn verdriet en mijn tranen. Als Gij mij door Uw liefde niet had aangetrokken, zou ik U niet zo zoeken zoals ik U zoek. maar uw geest heeft u aan mij bekendgemaakt, en mijn ziel verheugt zich, omdat gij mijn God en mijn Heer zijt, en tot daarna toe verlaai ik naar u. [00:31:58] Speaker B: MUZIEK MUZIEK MUZIEK MUZIEK. MUZIEK. MUZIEK MUZIEK. MUZIEK. MUZIEK MUZIEK MUZIEK [00:37:09] Speaker A: Uitvoerig doet Sofronius in zijn boek Verslag van het geestelijk leven van de man die van 1892 tot 1938 als monnik op het Schiereiland verbleef en die later bekend zou worden als de heilige Silouan de Athoniet. Verwacht u in dit verslag overigens geen rustig, evenwichtig, vroom monnikenleven. Periodieke optredende helse pijnen en verschijningen van demonen worden afgewisseld met perioden van diepe rust. Sofronius schrijft Nog de ervaring van het doorstaanen helse kwellingen. Nog de gaven van het onophoudelijke innerlijke gebed. Nog zelfs de verschijning van de Heer gaven de jonge monnik de volledige bevrijding van de demonische aanvallen en van de strijd tegen de gedachten. Ondanks heel zijn ingespannen gebed werd zijn geest soms verduisterd door het visioen van de demonen en door het verlies van de vrede. Toch gaf heel zijn bijzondere ervaring hem niet de kennis om in de gesteldheid te blijven die zijn ziel tijdens de verschijning had leren kennen en het was al onmogelijk het verdwijnen van het licht rustig te aanvaarden. Zo lezen we over een geestelijke crisis, zoals die zich in het eerste jaar manifesteerde, het volgende. Eens raakte zij zelfs nachts vervuld met een vreemd licht dat zelfs zijn lichaam zodanig doorstraalde dat hij zijn lichaam van binnen kon zien. Een gedachte zei tot hem, neem aan, dit is de genade. De ziel van de novies raakte hiervan in verwarring en hij bleef onthutst achter. De nederige geest van Barauw had zich zo ver verwijderd dat hij begon te lachen tijdens het bidden. Hij gaf met zijn vuist een harde slag op zijn voorhoofd. Het lachen verdween, maar de geest van Barauw was toch nog niet teruggekeerd en het gebed ging voort zonder vermoorzeling. Toen begreep hij dat hem iets slechts was overkomen. Na het visioen van het vreemde licht kreeg hij ook verschijningen van demonen en, naïef als hij was, sprak hij met hen als met mensen. De afwisseling van de demonische ingevingen die hem nu eens hemelhoog verhieven naar de trots en dan weer naar de afgrond van de eeuwige verdoemenis wierpen, overstelpte de ziel van de jonge novies en dreven hem tot wanhoop. al dus Sophrodius. En dan vernemen we dat de kwellende demonische aanvallen over een langere periode steeds meer toenamen. Broeder Simeon dreigt in te storten en het komt tot uiterste wanhoop. Hij voelt een absolute verlatenheid en zijn ziel wordt ondergedompeld in de duisternis van een helse angst. Maar dan op diezelfde dag tijdens de Vespers in het kerkje van de heilige profeet Elias, dat vlak bij de molen ligt waar hij te werk gesteld is, ziet hij rechts van de heilige deuren, op de plaats waar de icoon van de verlosser hing, de levende Christus. We weten uit zijn latere geschriften en uit zijn eigen mond, schrijft Srofonius dan, dat een groot goddelijk licht hem toen overstraalde. En dat hij uit de wereld werd weggenomen en in de geest omhoog naar de hemel werd gevoerd, waar hij onuitsprekelijke woorden hoorde. Dat hij op dat ogenblik als het ware een nieuwe geboorte ontving vanboven. De zachtmoedige blik van Christus, die van vreugde straalt, die alles vergeeft, die oneindig goed is, trok het gehele wezen van Simeon tot zich aan. Sofronie schrijft dan dat het leven van een christelijk asseed vreemd en onbegrijpelijk is. We zien daarin een weefsel van verrassende tegenstellingen. Aan de ene kant de demonische aanvallen, de gevoelens van verlatenheid door God, de duisternis van de dood en de kwellingen van de hel. Aan de andere kant de Godsverscheining en het licht van het beginloze zijn. Voor de meeste moderne mensen zijn dit onbekende en onbegrijpelijke zaken. Dit lijkt hen waanzin die om een psychiater vraagt. In aanleg is iedere gelovige geroepen tot de volheid van het geestelijk leven, schrijft Sofronius. Maar de voortdurende gerichtheid van de wil op de materiële wereld, op de lichamelijke en psychische ervaringen, stompen mensen zodanig af dat ze niet meer in staat zijn die geestelijke werkelijkheid op te nemen. En Sofronius maakt dan de vergelijking tussen een radiobezitter die radiogolven kan ontvangen en degene die geen radio heeft en die dus de aanwezigheid van die golven niet opmerkt. De heilige Silouan heeft later een stuk geschreven over Adams ontroostbare verdriet en diens klaagzang na zijn verjaging uit het paradijs. Maar daarin beschrijft de heilige in wezen zijn eigen tranen en het verdriet van zijn eigen ziel na het verlies van de genade. Want, zo is zijn gedachte, zoals de zonde van onze voorvader Adam gevolgen had met een kosmische rijkwijte, zo is elke zonde van ieder van ons, openlijk of verborgen, van invloed op het lot van de gehele wereld. Maar de vleeslijke mens voelt de gevolgen daarvan niet op dezelfde wijze als de geestelijke mens. De monnik Silouan ervoer de zonde buitengewoon diep en scherp. Zijn hart leed ondragelijke pijn vanwege de zonde en daarom was ook zijn berauw ontstuitbaar en hevig. Het verlies in zijn ziel van de liefde van God en van de vrede van Christus was voor hem het allerergste. Arvo Pärt heeft het eerste deel van die door Silouan geschreven tekst, De klacht van Adam, op muziek gezet. Adam, de vader van de gehele mensheid, heeft in het paradijs de zoetheid van de liefde van God gekend. En daarom leed hij bitter toen hij vanwege zijn zonde uit het paradijs verjaagd werd en de liefde van God verloor. Hij weende met een geweldige kreun dat door heel de woestijn weer klonk. Hij had heimwee naar God en zegt dan Mijn ziel verlangt naar de Heer, en onder tranen zoek ik Hem. Hoe zou ik Hem niet zoeken? Toen ik met Hem was, was mijn ziel blij en rustig, en de vijand had geen toegang tot mij. Maar nu heeft een boze geest macht over mij gekregen en brengt mijn ziel aan het wankelen en kwelt haar. En daarom verlangt mijn ziel tot stervens toe naar de Heer en mijn geest hunkert naar God en niets op aarde kan mij blijstemmen. Die klacht van Adam wordt voortdurend onderbroken door gebeden van Silouan, zoals dit. Ook ik heb de genade verloren en met Adam roep ik uit, God wees mij zonder genadig. Verleen mij een geest van nederigheid en liefde. In de geestelijke biografie van Silouan vernemen we de gedachte dat de zonde eerst wordt begaan in de geheimzinnige diepte van de menselijke geest, maar dat de zonde niet alleen de gehele mens begint aan te tasten, maar dat het gewicht van het kwaad op het leven van de gehele mensheid drukt en dient ter gevolge van invloed is op het lot van de gehele wereld. In de klacht van Adam vinden we dezelfde gedachte. Zijn zonde had immers gevolgen van een kosmische rijkwijte. En we lezen dan in de tekst van de klacht. Groot was de droefheid van Adam, maar toen hij zijn zoon Abel zag, die gedood was door zijn broer Cain, werd zijn verdriet nog groter. En hij spreekt dan de volgende professie uit. Uit mij zullen volkeren voortkomen en zich vermenigvuldigen en zij zullen allen lijden. Zij zullen leven in vijandschap en elkaar doden. En zijn droefheid was zo onmetelijk als de zee. [00:47:35] Speaker B: MUZIEK Daarom snelt z'n hart liefde in boodschap. Die bood de boel. Kortaan wil die zwaar. MUZIEK MUZIEK MUZIEK MUZIEK Kijk, kijk, kijk, kijk. Voor die schilders hebben we die woorden gegeven. die niet genoeg is om elke minuut te dragen naar die die wachten. ZE ZINGEN IN HET ENGELS INTROMUZIEK MUZIEK EN ZANG MUZIEK Goeiemiddag, lieve vrouw, is er nog een dagje meer bij u? MUZIEK Beste [00:56:18] Speaker A: luisteraar, de tekst van De Klacht van Adam is omvangrijk, zoals ook het koorstuk van Pert zelf te lang is om in zijn geheel te laten horen. Daarom vroeg ik de redacteur de muziek na een tiental minuten zachtjes weg te draaien. Gegevens over de muziekfragmenten en over de gebruikte literatuur vindt u zoals altijd in de programma-toelichting van deze aflevering op de site van Radio Maria en op de podcast-platforms waar u zich ook kunt abonneren op de Lallen van Jacob. U kunt alle door mij gebruikte muziek met die gegevens ook heel gemakkelijk op Spotify terugvinden. Ik dank u weer voor uw gewaardeerde aandacht.

Other Episodes

Episode 2

June 01, 2026 00:57:33
Episode Cover

Arvo Pärt - Op zoek naar nieuwe klanken

Afl.2 | Centraal in zijn componistenleven staat een gebeurtenis die op allerlei manieren kan gelden als een keerpunt in zijn leven. Daarom wil ik...

Listen

Episode 2

July 20, 2026 01:00:48
Episode Cover

Willem Nuyens en het Herwonnen Vaderland - Een katholieke reconstructie

Afl. 2 | Willem Nuyens werd geboren in 1823 en stierf in 1894, zijn leven overbrugt dus een belangrijk deel van de 19e eeuw....

Listen

Episode 2

February 10, 2026 00:51:35
Episode Cover

Over het wonderlijke leven van Jimmy Lai

Afl. 2 | Een rechtbank in Hongkong heeft afgelopen december de katholieke zakenman Jimmy Lai schuldig bevonden aan samenspanning met buitenlandse machten en het...

Listen