Arvo Pärt - De Kanon van boete

Episode 7 July 06, 2026 00:58:23
Arvo Pärt - De Kanon van boete
De Ladder van Jacob
Arvo Pärt - De Kanon van boete

Jul 06 2026 | 00:58:23

/

Show Notes

Afl. 7 | In deze laatste aflevering staat Pärts Kanon Pokajanen centraal. Het is een omvangrijk boetegezang met een eeuwenoude tekst uit de orthodoxe liturgie. Het is door Pärt getoonzet voor vierstemmig koor dat a capella zingt. Kanon Pokajanen werd in opdracht geschreven ter gelegenheid van het 750-jarige bestaan van de kathedraal van Keulen.Belangrijkste geraadpleegde literatuur:• Twan Geurts, Componist van de stilte. In het spoor van Arvo Pärt (Amsterdam 2026)• Aartspriester Silouan Osseel, Mijn ontmoeting met archimandriet Sophrony (z.pl, 2021Muziek:• Arvo Pärt, Lamentate: III. Fragile          Radio-Sinfonieorchester Stuttgart o.l.v. Andrey Boreyko• Arvo Pärt, Kanon pokajanen         Capella Amsterdam o.l.v. Daniel Reuss• Arvo Pärt, Drei Hirtenkinder aus Fatima          Vox Clamantis o.l.v. Jean-Eik Tulve

‘De Ladder van Jacob’ is een cultuurhistorisch programma van Radio Maria Nederland waarin Theo Parlevliet, oud-docent geschiedenis, op sprekende wijze u als luisteraar dieper meeneemt in de rijke geschiedenis die de samenleving en Kerk in Europa kent.

View Full Transcript

Episode Transcript

[00:00:04] Speaker A: De ladder van Jacob. Literatuur, geschiedenis en muziek met Theo Parlevliet. [00:00:17] Speaker B: Beste [00:00:22] Speaker A: luisteraar, welkom bij de zevende en laatste aflevering van mijn serie over de componist Arvo Pärt. Deze aflevering heet de grote boetekanon. In de vorige aflevering vertelde ik u over het Arvo Pärt centrum in Estland. En hoe op de binnenplaats van dat centrum een kapelletje staat dat gewijd is aan twee 20e eeuwse Russische heiligen. De heilige Silouan van Athos en de heilige Sofronius van Essex. Dat zijn twee mannen die beide grote invloed hebben gehad op het leven van onze componist. Ik gaf u in de vorige aflevering wat flitsen uit het leven van Silouan, de man die in 1938 als monnik op Athos gestorven is. Zijn geestelijk leven is beschreven door zijn leerling Sofronius, in een boek getiteld De Heilige Silouan, de Athoniet. Dat boek is een klassieker geworden op het gebied van het ascetische leven in de orthodoxe traditie. Ik meldde u toen wel dat ik in dit korte tijdsbestek op geen enkele manier recht kon doen aan dit ook in het Nederlands vertaalde boek. Arvo Pärt en zijn vrouw hebben Sofronius goed gekend en zullen via hem ook veel hebben gehoord over Silouan. Ik liet u twee stukken van Pert horen gewijd aan de heilige Silouan. Het lied van Silouan is een compositie voor strijkorkest en het veel omvangrijkere De klacht van Adam is een stuk voor koor en orkest. De tekst van De klacht van Adam is geschreven door de heilige Silouan. In dit stuk betreurt Adam zijn verraad aan zijn schepper. Onder andere horen we in die tekst. Zo klaagde Adam. En tranen stroomden van zijn gezicht op zijn baard, op de grond onder zijn voeten. En de gehele woestijn hoorde het geluid van zijn gekerm. De dieren en vogels verstonden van verdriet, terwijl Adam weende, omdat vrede en liefde verloren waren gegaan voor alle mensen vanwege zijn zonde. Uiteraard ziet Silouan Adam hier als de vertegenwoordiger van de gehele mensheid. Maar Adam staat over de aarde zwervend, huilend van schaamte en verdriet, ook voor ieder individu. Wij dragen allen zijn erfenis. In de katholieke traditie gebruiken we hier het woord erfzonde. Ik vergat u vorige keer nog te vertellen dat Pert de klacht van Adam in het jaar 2009 schreef als opdracht van de twee culturele hoofdsteden van Europa, Istanbul en Tallinn. De première vond in 2010 plaats in de concertzaal Hacia Irene, gelegen bij de voormalige orthodoxe kathedraal in het oude centrum van Istanbul. Die wereldpremiere vond dus plaats in een stad die we als een kruispunt van de drie monotheïstische godsdiensten kunnen zien. Jodendom, Christendom en Islam. Want let wel, ook in de Koran komen we Adam tegen. In de Koran kunnen we immers onder andere lezen, O Adam, bewoon jij met je echtgenoten de tuin en eet waarvan jullie willen, maar jullie mogen deze boom niet benaderen, want dan behoren jullie tot de overtreders. Ik beloofde u nog wat te zeggen over de achtergrond van de heilige Sofronius, de auteur van het boek over Siloan, maar daar had ik in de vorige aflevering geen ruimte meer voor. Dat doe ik nu nog even alvorens over te gaan naar het eigenlijke onderwerp van deze aflevering. Sofronius wordt in 1896 in Moskou uit orthodoxe ouders geboren. Aanvankelijk ziet hij een loopbaan als beeldend kunstenaar voor zich. Hij bezoekt daarom de Staatsschool voor Schone Kunsten in zijn geboortestad. Tijdens die periode ruilt hij de persoonlijke god uit het christendom tijdelijk in voor het onpersoonlijk absolute uit de oosterse mystiek. In de chaos van de postrevolutionaire tijd verlaat hij Rusland en vestigt zich in Parijs, de hoofdstad van de toenmalige kunstwereld, maar ook een stad waar zich vele Russische ballingen hebben neergelaten. In die periode keert hij terug naar de kerk van zijn voorouders. In 1925 laat hij zich inschrijven als student aan het toen pas geopende theologische instituut Saint Serge in Parijs. Maar ook de studie van de theologie bevredigt hem niet. Hij trekt in datzelfde jaar naar Athos om daar als monnik te gaan leven. en daar heeft hij de belangrijkste menselijke ontmoeting van zijn leven. Acht jaar zit hij aan de voeten van Staret Silouan totdat deze in 1938 overlijdt. In 1941 wordt Silvronius tot priester gewijd. Na enkele jaren van volledige afzondering in een kluis moet hij die wegens gezondheidsproblemen verlaten. Er reist een plan om een boek over vader Silouan te schrijven, over alles wat hij van zijn geestelijk vader geleerd had. Hij gaat daarvoor terug naar Parijs. In 1958 verschijnt de eerste uitgave in het Russisch. En een jaar later sticht hij met enkele volgelingen in het Engelse Essex, het klooster van de heilige Johannes de Doper. De Belgische aartspriester Silouan Osseel schreef over Sofronius. Archimandriet Sofronius zal altijd in mijn geest gegift blijven als een geestelijke reus, klein van gestalte, ascetisch en zwak van gezondheid, en die aan velen de weg wees naar grote hoogte. Hij deed dit met liefde, geduld en gestrengheid. Met de twee voeten vast op de grond en met een zin voor humor. Hij had een open, vrije en blije geest. En niet tegenstaande dat was zijn blik deze van een mens die God ontmoet had. En die hem onder tranen verder bleef zoeken in een heiligende nostalgie. Al dus deze getuigenis van de Belgische priester Silouan Ossiel die een klein boekje over Sofronius geschreven heeft. Na 1980 heeft Sofronius in Engeland vele gesprekken gevoerd met Arvo Pärt en diens vrouw. Pärt zag zich als zijn geestelijke zoon. Severonius is in 1993 op 96-jarige leeftijd geboren voor de evigheid. Hij werd op 27 november 2019 door de patriarch van Constantinople heilig verklaard. [00:08:56] Speaker B: RUSTIGE [00:09:26] Speaker A: MUZIEK. [00:09:33] Speaker B: TV [00:09:49] Speaker A: Beste luisteraar, ik wil u in deze afsluitende aflevering kennis laten maken met Canon Polkajanen, de Canon van Brouw. Een stuk dat velen als het belangrijkste Gelderland 2021 werk van Arvo Pärt beschouwen. Canon Polkajanen is een omvangrijk boetengezang met een eeuwenoude tekst uit de orthodoxe liturgie. Het is door Pert getoonzet voor vierstemmig koor dat a cappella zingt. Canon Pocayanen werd in opdracht geschreven ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van de kathedraal van Keulen. Op 17 maart 1998 ging het in die kerk in première. Een volledige uitvoering vraagt circa anderhalf uur, dus ik kan u in deze aflevering ook van dit stuk slechts een selectie laten horen. Binnen de orthodoxe liturgie wordt deze Boetekanon in de vaste tijd gezongen. De tekst is geschreven in het Kerkslavisch, de oude liturgische taal van Rusland. De kanon is een herhalend gebed van inkeer, boetendoening en roepen om verlossing. In de kloosters wordt het gebed gezongen tijdens het aanbreken van de dag. Dus tijdens de overgang van het duisternis naar het licht. We kunnen er ook soortgelijke overgangen in vinden. De overgang van het oude naar het nieuwe testament en de overgang van de oude Adam naar de nieuwe. Raúl Boesten, van wiens koor ik onlangs in de Oude Kerk van Scheveningen weer een adembenemende uitvoering mocht meemaken, schrijft in het programmaboekje. Toegepast op de mens handelt de kanon over de grens tussen het menselijke en het goddelijke. De grens tussen zwakheid en kracht. De grens tussen lijden en verlossing. En tussen sterven en onsterfelijkheid. Al dus Raúl Boesten die de Canon jaarlijks in de vaste tijd plicht uit te voeren met zijn Kamerkoor Quintessens. Twintig jaar geleden is Boesten begonnen met het uitvoeren van perzmuziek. Zijn docenten aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag hebben hem dat toen sterk afgeraden. Hij kreeg te horen. Nee joh, dat is spirituele New Age, minimal music. Het is een hype die waait zo weer over. Maar Boesten ging zijn eigen weg. In 2013 trok hij zelfs de stoute schoenen aan en schreef in zijn beste Duits een brief aan de componist om hem te vragen of deze interesse zou hebben met hem samen te werken bij de voorbereiding van een uitvoering van onder andere de klacht van Adam. Zijn verwachtingen waren weliswaar hoog gespannen. Maar waarom zou de toen wereldberoemde Pert overkomen voor een uitvoering wat voor hem toch een volledig onbekend Haags amateurkoor was? Maar zie, na een uitvoerig telefoongesprek liet Pert weten naar Den Haag te komen. In een gesprek met de auteur Twan Geurts, ook zelf een koordirigent overigens, horen we Boesten zeggen De kennismaking met deze componist en zijn muziek is het verhaal van mijn leven. Dat kan ik wel zeggen. Het heeft voor mij persoonlijk alles veranderd en in een nieuw perspectief geplaatst. Raoul Boesten herinnert zich pet als een eenvoudige man zonder poeha. Hij vertelt, ik was eerlijk gezegd bang geweest dat ik niet zou durven ademen met zo'n grootheid aan mijn keukentafel. Maar hij wist dat gevoel meteen te ontzenuwen. Hij maakt zichzelf klein als een graankorreltje en haalt alle spanning weg. Hij is meer mens dan ik ooit van iemand heb meegemaakt. Je wordt zelf ook teder en aandachtig in zijn aanwezigheid. Dat heeft, denk ik, ook met zijn orthodoxe geloof te maken. The bright sadness. Gelukkig zijn is één kant van het menselijk bestaan. Het lijden is de andere. Maar het gaat erom, juist in het verdriet, het licht te vinden. Dat is wat hij uitstraalt. Een kort woordje over de herkomst van de tekst van deze Boetekanon. Die tekst wordt toegeschreven aan de heilige Andreas van Creta, die rond het jaar 700 leefde. Andreas werd geboren in Damaskus in het jaar 660. Hoewel hij later een beroemd redenaar en dichter zou worden, leek hij als kind niet te kunnen spreken. Maar toen hij met zijn zevende jaar voor het eerst de Heilige Communie ontving, begon hij plotseling te spreken en toonde vervolgens een vroegrijpe begaafdheid. Op veertienjarige leeftijd vertrok hij naar Jeruzalem om daar in te treden in het Sabbas-klooster. Hij wordt in 679 als vertegenwoordiger van de patriarch van Jeruzalem naar het Zesde Ecumenische Concilie van Constantinople gestuurd. Later zal hij tot bischop gewijd worden op het eiland Creta. De kanon bestaat uit negen odes, waarin de thematiek van boete en verlossing centraal staat. Daartussen nog twee kortere stukken en een afsluitend lang gebed na de kanon. Elke ode heeft een introductie waarin meestal naar de Bijbel wordt verwezen. Na zo'n inleiding volgen steeds vier versen die traparions genoemd worden. Die versen worden in een meer recitatiefachtige, dus meer vertellende stijl gezongen. De woorden zijn vaak ontleend aan psalmen. Het laatste vers van iedere ode is meestal gewijd aan Maria. In de eerste ode die ik u nu laat horen heeft die korte bijbelse introductie betrekking op de redding van het Joodse volk wanneer hij door de Rode Zee wegvlucht voor het achtervolgende leger van de faro. In de inleiding van iedere ode maakt Pert gebruik van de volle koorklank. Er is dus duidelijk een muzikaal verschil tussen zo'n inleiding en wat er daarna volgt. Dat koor zingt hier het volgende. Over de bodem der Rode Zee trok het volk van Israël als overdrogen rond. En toen het zijn vervolger Pharao in de zee verzinken zag, riep het uit, wij willen voor God een overwinningslied zingen. Na een korte bede om Gods ontferming volgt de eigenlijke Boetezang die onze zwakheden in hun gehele omvang en diepte uitdrukt. De tekst begint met ons heel persoonlijk aan te spreken. Als zondaar en met bezwaard gemoed sta ik voor U, mijn Meester en God. Ik waag het niet op te zien naar de hemel. Ik kan alleen bidden, zeggende, geef mij inzicht, Heer, en laat mij bitter wenen over alles wat ik heb misdaan. En de gezang gaat dan verder met Wee mij, zondar! Mijn ellende is groter dan van wie ook. Er is geen berouw in mij. Geef mij tranen, Heer, en laat mij bitter wenen over alles wat ik heb misdaan. Ere, zei de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. O dwaas en onzalig mensenkind! In ledigheid verspil je de tijd. Overdenk je leven en bekeer je tot de Heer God. En ween bitter over alles wat je hebt misdaan. En dan wordt, zoals in bijna elke ode, in de laatste Traparion Maria aangeroepen. In deze ode gebeurt het in de volgende woorden. Allerheiligste Moeder Gods, zie naar mij zonder om en verlos mij uit de netten van de duivel. En stel mij op de weg van het brouw en laat mij bitter wenen over alles wat ik heb misdaan. Ik beschik niet over een opname van het Haagse koor van Raúl Boesten, dus we wijken uit naar Amsterdam. Want u gaat nu luisteren naar de eerste ode van Perts Canon Polkajane, gezongen door de Capella Amsterdam. Ook een koor geprokt en gemazeld in de muziek van Pert. De capella staat onder leiding van Daniel Reus. [00:20:01] Speaker B: O Zoekomische Schrift vanaf Israël! O Geest des Obames! Voor die de jas adoratia possum creae, ZANG EN MUZIEK die in ons gestorven, gezondheidsgezondheidsgezondheidsgezondheidsgezondheidsgezondheidsgezondheids Ik kan niet meer in de oorlog vliegen. Ik kan niet meer in de oorlog vliegen. Ik kan niet meer in de oorlog vliegen. om te plaatsen op de heilige toon. MUZIEK EN Blessed ZANG is de Zoon van de Heer. Dacht mich, Gospodin, Sie, Sie, Sie, Sie, da plächtest du sie dir, meine Freundin, ZANG EN MUZIEK. ZANG EN MUZIEK. Om u z'n gedieden, en om u z'n gedieden, om u z'n gedieden, ZANG EN MUZIEK die Boschia pretistaia, posiamia, crescamum, iaceti diabolista, ZANG EN MUZIEK [00:27:11] Speaker A: Wij zijn nu toegekomen aan de vierde ode. Maar ik laat eerst Pert zelf even aan het woord. Pert die het volgende vertelt over deze Boetekanon. Jaren geleden, bij mijn eerste ontmoeting met de traditie van de Russische Orthodoxe kerk, kreeg ik een tekst in handen waarvan ik de betekenis nauwelijks kon begrijpen, maar die een diepe indruk achterliet. Het was de Boetekanon. Sindsdien ben ik steeds weer teruggekeerd naar deze versen die langzaam tot mij doordrongen. Via pogingen met twee andere composities heb ik geprobeerd de kanondichter bij me te laten komen. Daarna heb ik besloten het hele werk te schrijven van begin tot einde. Dat gaf me de mogelijkheid om me in zijn spanningsveld te kunnen bewegen en me ermee bezig te houden totdat ik het echt tot een einde had gebracht. Ik heb meer dan twee jaar aan de Canon Pocayana gewerkt en de tijd die wij, de componist, de tekst en zijn compositie, de tijd die wij samen waren, waren voor mij uiterst bevredigend. Misschien is dat de reden waarom deze muziek zo dicht bij mij staat. In deze compositie, zoals ook bij veel van mijn andere werken, heb ik geprobeerd uit te gaan van de tekst, van de taal. Ik wilde het woord de kans geven haar eigen klank te geven, haar eigen klank te kiezen, haar eigen lijn in de melodie zelf te tekenen. En op deze manier ontstond, ook tot mijn eigen verbazing, een muzikaal geheel. Een muziekgeheel en al doordrongen van een eigen karakter van dit bijzondere, alleen in kerkteksten gebruikte Slavische idioom. Al dus de componist. Op een ander moment vertelde Perts vrouw nog het volgende. de luisteraar te confronteren met zo'n tekst en dan ook nog in het Oud-Slavisch. Het was een zeer moedige stap en zou in onze tijd bijna aanmatigend kunnen lijken. In 90 minuten gaan we door alle mogelijke menselijke zwakheden heen. Ik herinner me een journalist in Amerika die vlak na een uitvoering vroeg of het hier om een speciale zonde ging die Arvo zelf had begaan. Maar deze tekst verwijst naar de mensheid in het algemeen. Wie het aandurft in zijn eigen ziel te kijken en erin slaagt zijn ware aard te herkennen, en dat is precies wat er gebeurt in Canon Pocoyane, die zou oneindig grootmoedig en begripvol moeten worden in het omgaan met de zwakheden van andere mensen. Aldus Nora Pett. In de Russische kerk behoort deze kanon, zoals eerder gezegd, tot het ochtendgebed en heeft het het verschijnen van Christus in de wereld als boodschap. Op weg op zoek naar het komende licht. Dat licht zal op een later moment in de liturgie met volle kracht schijnen. De heilige Andreas heeft op meestelijke wijze in de tekst de grote bijbelse thema's doorweven met zondebesef en barouw. En deze gebeurtenissen getoond als gebeurtenissen die betrekking hebben op ons eigen leven. Die bijbelse thema's betreffen Adem en Eva, Paradijs en zonderval, de patriarchen, Noach en de zonvloed, de bevrijding uit de slavernij in Egypte, het beloofde land, David en uiteindelijk Christus en de kerk. Uit deze lange hymne spreekt de liefde en zorg van God tot ons. In de tekst wordt geregeld Doeche Moya genoemd, wat mijn ziel betekent. Telkens opnieuw, aldus dirigent Boesten, verschijnen deze twee woorden op enige wijze in de muziek. Alsof hij ons oproept om behoedzaam om te gaan met onze ziel. Geduldig en met compassie. En zo kan de kanon beleefd worden als een innerlijke meditatie. Je bent als het ware op weg met jouw ziel. Aldus Boesten. Het menselijk beraal en de boetedoening die bezongen worden verschijnen hier als voorwaarden voor redding en als verwachting van een lautering. Deze kanon wordt ook wel de drempel naar het paradijs genoemd. Het is een gezang van verandering. Zo draagt de kanon een boodschap van transformatie in zich. De transformatie van nacht naar dag, van het lijden naar de redding, van het hier naar het hiernamaals. Het menselijk berouw en de boetedoening die bezongen worden, verschijnen zo als een voorwaarde voor verlossing en de verwachting van lautering. Hoofdthema in de tekst van de kanon is dus onze persoonlijke wandel en ontwikkeling. En daarin is boetendoening een noodzakelijke overgang als reiniging op de weg naar het heil van het paradijs. Deze overgang, deze weg, deze grenssituatie betekent een meer dan grote uitdaging voor de menselijke ziel. Hoe zwaar dit pad is, blijkt uit de innerlijke spanning tussen de inleiding en de daaropvolgende traparions. In de inleiding, of hiermos, in de inleiding van de vierde ode, bezinkt het koor op volle sterkte de lof van de Heer in de volgende bewoordingen. Christus is mijn kracht, mijn God en mijn Heer. Zo zingt de heilige kerk met luider stem God verheerlijkend, terwijl zij blijde de Heer prijst. En vervolgens staat in de dan volgende verse de menselijke zwakte centraal. Die versen worden weer in een meer recitatiefachtige, dus meer vertellende stijl gezongen. De een na laatste traparion luidt al dus. O dwazemens, hoelang zul je je beijveren, zoals de bijen om rijkdom bijeen te garen? Die vergaat immer snel, zoals stof en as. Zoek liever het Koninkrijk van God. En zoals iedere ode wordt ook deze vierde ode afgesloten met een gebed tot Maria. Alle heiligste moeder gods, ontfer mij over mij zonder, bevestig mij in de deugd en behoed mij, opdat de onbeschaamde dood mij niet onvoorbereid zal wegvoeren. En breng mij, o maagd, naar het koninkrijk gods. [00:35:01] Speaker B: Christus, mijn zoon, God en Heer, Eerste Kerk van de Heer, ZANG EN MUZIEK O, miljoeia, O, miljoeia, O, miljoeia, O, miljoeia, O, miljoeia, O, miljoeia, O, miljoeia, ZANG EN MUZIEK O Heer, ZANG EN MUZIEK ZANG EN MUZIEK Doeche moja, i pokaj srca zina radimoci. de Heer en de Zoon en de Heilige Geest. O, ongelooflijke mens, die je in je heilige heiligheid ZE ZINGEN IN HET GELDERLAND ZANG EN MUZIEK O, mijn liefhebber, kijk naar hem, en in zijn goede kinderen, en in zijn familie, ZE ZINGEN IN HET ZWEED [00:41:48] Speaker A: Halverwege de kanon klinken twee prachtig versteelde kortere stukken. De teksten van deze twee stukken lijken erg op elkaar. In de tekst van de IKOS, die ik u nu laat horen, lijkt weinig ruimte voor enige vorm van gemakzuchtig kleinburgelijk christendom. Want hier worden de volgende woorden verklankt. Richt je aandacht, ziel van mij, op het bittere uur van de dood en op het vreselijke gericht van je Schepper en God. Want afschuwwekkende engelen zullen je grijpen ziel en je naar het evige vuur slepen. Doe daarom boete voor je sterft en schreeuw het uit. Heer, vergeef mij zonder [00:42:44] Speaker B: ZANG EN Gorditja, MUZIEK de dood en de vreugde zijn de schatten van je Kreator, en de boodschappen van God. Tuuschen, ich seh' wie ein Geduld, O God, breedt de smertelijke keizer in mijn ogen. ZANG EN MUZIEK Ik [00:45:23] Speaker A: laat u fragmenten van deze zwaarmoedige Boedepsalm horen in de uitvoering van Capella Amsterdam. Dit eminente koor staat sinds 1990 onder leiding van de Nederlander Daniel Reus. Tussen 2008 en 2013 was hij ook chef-dirigent van het Ests Philharmonisch Kamerkoor. Een koor dat natuurlijk veel met Pert heeft samengewerkt bij de verklanking van veel van zijn stukken. Voor die tijd had Reus naar eigen zeggen niet zoveel met de muziek van Pert. Tijdens een gesprek met de benoemingscommissie meende hij dit heikele punt toch aan de orde te moeten stellen. Jullie zijn wereldberoemd met de muziek van Arvo Pert, maar laat ik daar toevallig niet zo van houden. Jullie unieke selling point is bij mij een blinde vlek. Hoe denken jullie dat probleem op te lossen? Nu, zo was de reactie, we zingen al ons hele leven Pert, Kreek en andere Estse componisten. Misschien kun jij je vooral richten op het repertoire van Bach, Händel en Brahms. Dat vinden we ook heel mooi om te zingen. Wel kreeg Reus een stapel a cappella-partituren van Pert mee. Het is alles bij elkaar goed gekomen tussen Reus en de muziek van Pert. Bovendien, wanneer het koor in Duitsstalige gebieden optrad, wilde het publiek natuurlijk vooral Esse muziek horen. Daar moest je als koor uit Esland natuurlijk niet alleen met Bach aankomen. Inmiddels heeft Reus met zijn beide koren de Boetepsalm tallozemalen uitgevoerd. En hij is zich in de afgelopen jaren ook steeds meer gaan verdiepen in de geestelijke achtergrond van Pert's werk. Hij vertelde aan Twan Geurts Mensen komen na een concert in tranen naar je toe. Ze vallen je om de hals. Je kunt dan wel zeggen ach, wat stelt het voor. Maar dat is wel erg arrogant. Het raakt mensen. Er gebeurt echt iets met ze. Laatst nog in Zurich. De koorleden zagen dat de eerste acht rijen publiek aan het eind in tranen waren. Dat komt, denk ik, omdat we het werk uitvoeren op zijn pechts. We gaan voor de theologische inhoud en niet voor het effectbejag. Juist als je het er niet te dik oplegt, roept het die emotie op. En dan leest Reus ter illustratie een passage voor uit een instructieboek voor voorgangers in de orthodoxe liturgie. En hij leest daar. Het woord van God moet worden uitgedrukt met een zuiver stemgeluid, met helderheid van spraak en articulatie van elke lettergreep. Een voorlezer mag zijn persoonlijke emoties niet opdringen aan de mensen die bidden in de kerk. Van hem wordt verwacht dat hij woord als een timpaan en een psalter die goddelijke melodieën spelen. Alle theatricaliteit in de kerk, of het u gaat om lezen of zingen, irriteert de mensen en leidt hen af van het allerbelangrijkste, het nederig en oprecht beluisteren van het woord van God. Het is het woord van God en niet dat van onszelf. Dat het mysterie waardig is, dat nodig is voor een menselijke ziel en dat onze harten zal sterken. Kijk, dat is pet ten voeten uit, benadrukt Daniel Reus. Het wegfilteren van de persoonlijke emotie, juist dan gebeurt het. Kijk maar naar zijn partituren, zo helder en eenduidig. Zijn ideaal is eigenlijk dat je door de noten heen kunt kijken, dat je erachter kunt kijken. Reus meent dat een kanon als deze gericht is op theosis, vergoddelijking, het streven naar eenwording met God. In diepste wezen gaat het om het herstel van de breuk die is ontstaan door de zondeval. De eerste stap naar herstel is de purificatie, jezelf ontdoen van de vuiligheid, weer rein worden. En dan vertelt hij verder over zijn ervaringen met de uitvoeringen van het stuk. Ik heb het stuk inmiddels ongeveer veertig, vijftig keer uitgevoerd. In november nog, in Berlijn, met het Rias Kammerkoor. Die concertzaal was doodstil. Vijfenvijftig minuten lang. De eerste vier minuten nog niet, zoals meestal. Maar dan valt er een stilte die blijft hangen. Nog lang nadat het concert voorbij is. Dat is dan Berlijn, he? De zaal zit vol juppen die bezig zijn met geld verdienen en veganistisch eten. En toch werkt het ook daar. Net als in Schotland, in Amerika, in Japan en in Estland. [00:51:23] Speaker B: BOSCHOF DE HANNI BORRANTISCHI BOSCHOF VOLUUT VIA ZANG ZANG EN MUZIEK EN MUZIEK. ZANG EN MUZIEK. MUZIEK EN ZANG om die uur naartoe te komen. [00:53:38] Speaker A: Ik ben bijna aan het eind van deze aflevering en aan het eind van mijn serie over Arvo Pärt gekomen. Ik heb me afgevraagd met welk stuk ik de serie zou kunnen beëindigen. Na de fragmenten uit zijn monumentale en zwaarmoedige Boetekanon kan ik uw aandacht niet opnieuw voor iets dergelijks vragen. En toen schoot mij een kort lied in de Duitse taal te binnen dat in de chronologische werkenlijst van Pert zo'n beetje de laatste plaats inneemt. Aanleiding voor het schrijven van dit korte lied was een bezoek dat de componist in mei 2012 aan Fatima heeft gebracht. Hij schreef hierover Natuurlijk kende ik Fatima al veel langer. Ik kende het ontroerende verhaal van de drie herderskinderen die in 1917 in het open veld een verschijning van de maagd Maria kregen. Dat verhaal bleef na thuiskomst in mijn hoofd zitten en twee jaar later resulteerde een en ander in een klein koorstuk. De tekst die enkele keren herhaald wordt komt uit Psalm 8 vers 2 waar we lezen uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt gij sterkte gegrondvest. Dit koorwerkje zou licht van karakter moeten zijn en de vreugde moeten uitdrukken waarvan ik vermoed dat die bij de drie kinderen toen leefde. Al dus Arvo Pärt. Dit draai Hirtenkinder aus Fatima werd in 2014 voor het eerst gezongen in Basel door Fox Clamantis. U hoort hetzelfde vokale ensemble het in deze opname zingen. [00:55:37] Speaker B: Halleluja! Halleluja! Halleluja! Halleluja! Halleluja! Halleluja! Halleluja! Hallelujah! Hallelujah! Hallelujah! Halleluja, halleluja, halleluja, halleluja. Halleluja, halleluja, halleluja, halleluja. [00:57:18] Speaker A: Beste luisteraar, met zijn lied draai hier ten kinder ouds Fatima, ben ik aan het eind van mijn serie over Arvo Pärt gekomen. Gegevens over de muziekfragmenten en over de gebruikte literatuur vindt u zoals altijd in de programma toelichting van deze aflevering op de site van Radio Maria en op de podcast platforms waar u zich ook kunt abonneren op de ladder van Jacob. U kunt alle door mij gebruikte muziek met die gegevens ook heel gemakkelijk op bijvoorbeeld Spotify terugvinden. Ik dank u weer zeer voor uw gewaardeerde aandacht. [00:58:03] Speaker B: U [00:58:11] Speaker A: hebt geluisterd naar De Ladder van Jacob door Theo Parlevliet.

Other Episodes

Episode 3

June 08, 2026 00:55:15
Episode Cover

Arvo Pärt - Een nieuwe weg

Afl. 3 | In deze aflevering vertel ik hoe Pärt in de jaren na 1968 een nieuwe muzikale klankwereld ontdekt. Ik maakte daarbij vooral...

Listen

Episode 13

April 27, 2026 00:55:34
Episode Cover

Katholieken van Vietnam - Over Ngo Dinh Diem

Afl. 13 | In 1954 wordt de katholieke politicus Ngo Dinh Diem (1901-1963) minister-president van Zuid-Vietnam.  Ik schets zijn leven tot 1954 en bespreek...

Listen

Episode 2

July 20, 2026 01:00:48
Episode Cover

Willem Nuyens en het Herwonnen Vaderland - Een katholieke reconstructie

Afl. 2 | Willem Nuyens werd geboren in 1823 en stierf in 1894, zijn leven overbrugt dus een belangrijk deel van de 19e eeuw....

Listen