Willem Nuyens en het Herwonnen Vaderland - Een katholieke reconstructie

Episode 2 July 20, 2026 01:00:48
Willem Nuyens en het Herwonnen Vaderland - Een katholieke reconstructie
De Ladder van Jacob
Willem Nuyens en het Herwonnen Vaderland - Een katholieke reconstructie

Jul 20 2026 | 01:00:48

/

Show Notes

Afl. 2 | Willem Nuyens werd geboren in 1823 en stierf in 1894, zijn leven overbrugt dus een belangrijk deel van de 19e eeuw. Hij geldt als de eerste Nederlandse katholieke historicus in de moderne tijd die vaak genoemd wordt in het rijtje van grote negentiende-eeuwse katholieke emancipatoren als Le Sage ten Broek (vóór hem) en Alberdink Thijm en Herman Schaepman (tijdgenoten die hij beiden goed gekend heeft). Dat roept de vraag op hoe een historicus een rol gespeeld kan hebben in de strijd om de verheffing van het eeuwenlang achtergestelde katholieke volksdeel. Onder de titel Willem Nuyens en het Herwonnen Vaderland wordt in drie uitzendingen gepoogd die vraag te beantwoorden.

Aflevering 1: Protestantse mythes

Aflevering 2: Een katholieke reconstructie

Aflevering 3: Historische ruzies

Ik bespreek zijn twee belangrijkste werken:

Geschiedenis der Nederlandsche Beroerten in de XVIe eeuw (Amsterdam 1865-1870)

Algemeene Geschiedenis des Nederlandschen Volks (Amsterdam 1871-1882)

De belangrijkste geraadpleegde literatuur:

G.C.W. Görris S.J., Dr. W.J.F. Nuyens. Beschouwd in het licht van zijn tijd. (Nijmegen 1908)

Albert van der Zeijden, Katholieke Identiteit en Historisch Bewustzijn. W.J.F. Nuyens (1823-1894) en zijn ‘nationale’ geschiedschrijving (Hilversum 2002)

Informatie over de gebruikte muziek: www.camerata-trajectina.nl/

‘De Ladder van Jacob’ is een cultuurhistorisch programma waarin Theo Parlevliet, oud-docent geschiedenis, op sprekende wijze u als luisteraar dieper meeneemt in de rijke geschiedenis die de samenleving en Kerk in Europa kent.

View Full Transcript

Episode Transcript

[00:00:04] Speaker A: De Ladder van Jacob. Literatuur, geschiedenis en muziek met Theo Parlevliet. [00:00:15] Speaker B: Beste [00:00:21] Speaker A: luisteraar, ik begroet u bij deze nieuwe aflevering van De Ladder van Jacob. Voordat ik verder ga met mijn verhaal over de historicus Willem Nuyens, wil ik graag iets vertellen over de bijzondere liederen die u in de muzikale pauzes gaat horen. De teksten van deze liederen zijn geschreven door Johannes Stalpart van de Wielen, een priesterdichter die in 1579 in Den Haag geboren werd. Hij dichte deze liederen voor de klopjes van het Begijnhof in Delft, voor wie hij de geestelijke zorg had en met wie hij geestelijke muziek zong. Hij schreef talloze liederen voor hen op bestaande melodieën. Die liederen gaan vaak over heiligen waarvan de beelden door de protestanten tijdens de beeldenstorm als afgodsbeelden kapotgeslagen waren of op andere wijze verwijderd waren uit de kerkgebouwen. Door deze liederen te zingen raakten de gelovigen weer vertrouwd met hun heilige en konden die heiligen weer als hemelse voorbeelden dienen. Na zijn dood is zijn werk lange tijd in de vergetelheid geraakt. Het werd pas herontdekt in de tijd van Willem Nuyens. Met name Dien's vriend, Alberting Tijm, vestigde in 1879 voor het eerst weer de aandacht op Stalpaard. En sindsdien is hij weer enigszins in de belangstelling geraakt. Op het Bagijnhof in Delft kunt u trouwens een stambeeldje van hem vinden. Anton van Duijkerken had het over zijn zingende geloofszekerheid die de jubel van de middeleeuwen heeft voortgedragen door alle godsdienstschennis en kerkvernedering heen. De liederen die u nu gaat horen zijn voornamelijk afkomstig uit zijn bundel Guldenjaarsfeestdagen uit 1634. U gaat nu eerst luisteren naar een lied over de heilige Agnes. De eerste zinnen luiden... O Agnes, jonge maagd, maar grijs van zinnen, Den Heer hebt u behaagd door zuivere minnen. Rijn was de eernaam dijn, Rijn wist u ook gebleven. U hoort weer het onvolpreze gezelschap, Camerata Traiectina. [00:02:56] Speaker B: O Agnes, jonge maagd, maar grijs van zinnen, M'n heren steunen hard door z'n vreemde. Rijn maar stijn, heer, laat mijn reisje ongebleven. Laat me klaar zijn voor bloeseloop van leven. O, Achtersjongemacht! O, Achtersjongemacht! Hoe afgest jong behaald, afrijds van zinnen, Den Heer hebst u behaagd, Den Heer hebst u behaagd, Den Heer hebt u behaagd, door zuiveren benen. Mijn bruidig, ongetrouwte, vuurteswaarde, Zoek de andere vrouw die uit de aarde vangt, die voorkomen heeft met liefde en met troeden, en die daar leeft, de nederste van bloeden. Mijn bruidige omgetrouwte viel te zwijgen. Gaat, zoekt een andere vrouw, die haast er af. Wiens winnaars vader zit, is goed der Gode. U en begier ik niet de weestes node. Zijn vrouw moeder is macht, zijn vader blijven kende. Zulk mij behaart, wiens rijk is zonder einde. O achtes, jonge macht, O achtes, jonge macht, O achtes, jonge macht, Acht reis van zielde, Den Heer hebst u behacht, Den Heer hebst u behacht, Den Heer hebst u behacht, Voor z'n gemeente. [00:05:44] Speaker A: Vorige week maakte u kennis met Willem Nuyens, die geboren werd in 1823 en stierf in 1894. En we zagen hoe zijn leven in vier kernbegrippen kan worden samengevat. Katholiek, West-Fries, huisarts en amateurhistoricus. En we hebben gezien dat hij ondanks zijn grote passie voor het verleden in Utrecht toch medicijnen gaat studeren. Met de studiegeschiedenis zou hij in het toenmalige Nederland zijn brood niet kunnen verdienen, omdat het onderwijs in die tijd praktisch gesloten bleef voor katholieken. Maar zijn belangstelling voor het vaderlands verleden is hij nooit kwijtgeraakt. In zijn vrije tijd schreef hij een omvangrijk werk bij elkaar. We hebben in de vorige aflevering gezien dat er in het 19e eeuwse Nederland weliswaar vrijheid van godsdienst was, maar dat dat samen ging met een toestand van feitelijke uitsluiting van katholieken. In dat verband hebben we met wat voorbeelden toegelicht dat er in Nederland een dominant soort protestants antipapisme bestond. Daarna hebben we ons meer direct gericht op de dominante protestantse beeldvorming van het verleden. En hoe Nuyens een, wat hij dan noemt, een historische reconstructie nastreefde, waarin meer recht werd gedaan aan de positie van de katholieken in de vaderlandse geschiedenis. We komen nu te spreken over Nuyenswerk zelf. Een amateurhistoricus die zijn leven heeft gewijd aan de bestrijding van de protestantse mythe dat het Nederlands volk boven de rivieren eensgezind in zijn geheel naar de nieuwe leer is overgegaan. positief geformuleerd, Nuyens heeft gestreden voor een volwaardige plaats van de katholieken en hun kerk in de Nederlandse natie en in de Nederlandse geschiedenis. Zijn reconstructie behelst dus de herovering en de herwaardering van de plaats van de katholieken in de Nederlandse geschiedenis. En deze aflevering heet dan ook een katholieke reconstructie. We vinden bij Nuius vaak de gedachte terug dat de kennis van de Nederlandse geschiedenis een machtig en onmisbaar hulpmiddel was in de strijd voor de volledige emancipatie van de Nederlandse katholieken. Zijn bekendste werk is Geschiedenis der Nederlandse Beroerte in de 16e eeuw. Beroerte is een woord dat in de negentiende eeuw ook onlust of sociale beroering of politieke beroering kon betekenen. Denkt u aan Alva's Raad van Beroerte. Het eerste deel van dit werk verscheen in 1865. Nuyens probeerde in zijn boek op basis van historische bronnen aan te tonen dat in het begin van de opstand veel katholieken ook tegen de tirannie van Philipse II en Alfa waren. En betoog daarmee dat de onafhankelijkheid van Spanje niet alleen aan de hervormers is te danken. Toen Nuyens zijn historische werk begon te schrijven waren er twee duidelijk van elkaar te onderscheiden stromingen in de Nederlandse geschiedschrijving. Naast een protestantse stroming, met Groen van Prinsteren als boegbeeld, is er een liberale school met als voorman de Leidse hoogleraar Robert Fruyn. Willem Nuyens kunnen we dus zien als de pionier van een derde school. tussenhaakjes katholieke afgestudeerde vakhistorici zouden pas rond 1900 in ons land verschijnen. De eerste in Leiden afgestudeerde en gepromoveerde katholieke vakhistoricus was de jezuïet G. Geuris. En diens eerste publicatie was trouwens een studie over Nuyens, een publicatie die in 1908 verscheen. De negentiende eeuwse geschiedschrijving had één belangrijk gemeenschappelijk kenmerk. Geschiedschrijving was voornamelijk gericht op de natie. Protestant, katholiek of liberaal, groen, nuiens of fruin, ze waren allen nationaal georiënteerd. Zij streefden alle drie naar onpartijdigheid, maar zij gaven ieder hun eigen invulling aan het begrip van een Nederlandse natie. En die invulling ging natuurlijk sterk terug op de eigen levensbeschouwing. In het werk van de liberaal fruin zien we vooral het streven om allerlei tradities uit het verleden met elkaar te verzoenen. Zoals bijvoorbeeld de protestants-oranjistische en de staatsgezinde tradities, waarvan de vertegenwoordigers in de tijd van de Republiek vaak zo scherp tegenover elkaar stonden. Denkt u maar aan de tegenstelling tussen Maurits en Oldenbarneveld in de vroege 17e eeuw. Of aan de tegenstelling tussen de zogeheten oranjisten en de patriotten in de late 18e eeuw. Vruin streefde naar een soort verzoenend, nationaal-liberaal geschiedsbeeld. Een beeld waar zijn tijdgenoten eendrachtig het Nederland van na de Belgische afscheiding mee konden identificeren. En daarom stond Vruin ook positief tegenover het idee dat ook katholieken hun visie op de vaderlandse geschiedenis zouden gaan geven. Dat zou de geschiedschrijving alleen maar meer nationaal maken. De positie van Nuyens als pionier van een derde historiografische stroming was natuurlijk bijzonder. Want zoals we eerder zagen was het Nederlandse verleden tot dan toe vooral door protestantse ogen gezien en beschreven. Want we moeten ons realiseren dat ook een liberaal als Vruin een gelovige protestant was. Robert Fruin had in een artikel over de martelaren van Gorkum in de tijdschrift De Gids van mei 1865 geschreven hoe weinig Nederlanders ervan op de hoogte waren dat ook katholieken vanwege hun geloof om het leven zijn gebracht. Want, zo schreef Fruin, protestantse geschiedschrijvers hebben de wandaden van de opstandelingen nooit breed uit willen meten. En, zo schreef hij, een katholieke geschiedschrijver van de opstand, waard om gelezen te worden, is nog niet opgestaan. En in datzelfde artikel sprak hij dan ook de wens uit dat, citaat, eerlang een katholiek de taak op zich zou nemen om uit het oogpunt zijna kerk, maar zonder blind vooroordeel, de geschiedenis van ons volk te beschrijven. Fruin's artikel verscheen op het moment dat nu eens het eerste deel van zijn boek over de Nederlandse opstand persklaar had liggen. Fruin werd dus op zijn wenken bediend. Het boek zou in juni 1865 verschijnen onder de titel Geschiedenis der Nederlandse Beroerte in de 16e eeuw. Het vierde en laatste deel zou vijf jaar later het licht zien. Na de pauze zullen we dit boek bespreken. U gaat nu luisteren naar een lied met weer een tekst van de 17e eeuwse priester Stalpaard van der Wielen. Dit lied verwijst naar het begin van het christendom in wat later het graafschap Holland zou worden. Het lied gaat namelijk over de heilige Adelbert die rond 740 stierf. Hij was een Angelsactisch missionaris en metgezel van Willy Broerders. Adelbert werd de patroon van het Kennemerland waar hij een halve eeuw heeft gepreekt. Eeuwen later verees in Egmond het naar hem genoemde klooster. Dat klooster werd door de Hollandse graven gesticht. De middeleeuwse geschiedenis van de abdij eindigde in 1573, wanneer de Geuzen de abdij in brand steken. In het eerste refrein worden al die historische elementen aangeduid, met aan het eind een flinke uithaal naar die Geuzen. Luistert u maar. Egmond, die de graven van de Batavieren de eerste tempel gaven, zegt in wat manieren dorst uw hand chaufferen, een zoo van Maardenwerk. O ketters, verpletters, vervormers, bestormers van Godeskerk! U had het al begrepen, het gaat in dit lied niet alleen om een vroomheilige lied, maar om stevige katholieke zeventiende-eeuwse verzetspoesie. [00:15:52] Speaker B: Ter grootte die de graven van de watervieren eerst de tempel graven. Zegt, in wat manieren, dorst uw handscholvieren een zo vermaarde werk? O kenters, verpleinters, vervormers, bestormers van Godeskerk, Elbert als diaden, preetse der Brittonen, kwam u Christen maken, Heeft u eer als gewonnen, Als hij kwam gezongen, Door wille broerts bevel? Hoe passen uw lassen, Hoe sluiten uw druiten, Op Elbert wel? Zul die dan niet vrezen, met goering de straten, die u aangewezen, Elbert heeft te laten? Leider, wijt de vaten, gaat vliegvrij weg als kalf. Gaat dwalen, gaat malen, gaat razen, gaat dwazen, maar wacht de straf. Keinerheid legaten, gaat vliegvrij weg als kalf. Gaat dwalen, gaat malen, gaat razen, gaat dwazen, [00:18:59] Speaker A: Het verschijnen van Nuyens' boek in 1865 kan met recht een mijlpaal van de katholieke heropleving in ons land genoemd worden. Drie eeuwen lang werd de geschiedenis van Nederland op een paar uitzonderingen na alleen door tegenstanders van de kerk geschreven. In de tijd van de Republiek zou een katholiek voor de publicatie van een dergelijk werk met een fikse geldboete bestraft zijn of zelfs het land zijn uitgezet, schrijft Nuyens ergens zelf. Ook de komst van Willem I op de troon werd in brede protestantse kring toch als een soort restauratie van de oude verhoudingen voorgesteld, met een nasleep van alle scheve voorstellingen die we al uitvoerig hebben besproken. Ook de opwinding rond de Belgische afscheiding van 1830 maakte het klimaat voor de Nederlandse katholieken er niet gunstiger op. In de Republiek bleef de historische beeldvorming over de opstand bepaald door de eenzijdige blikken van zeventiende-eeuwse historici als Pieter Boor, Emanuel van Meteren en P.C. Hooft. In die geschiedschrijving was er nooit een spoor van twijfel te bespeuren over de wettigheid van de opstand. Philips II werd doorgaans afgebeeld als een vrede-tiran, Willem van Oranje als een man gods, of in ieder geval als een engelachtige weldoener van zijn vaderland. En de strijd van de Nederlanders werd beschreven als een strijd voor het zuivere licht van het evangelie en de burgerlijke vrijheid. Een groot publiek succes in de tijd van Nuyens was de vertaling van het boek The Wise of the Dutch Republic, geschreven door de Amerikaanse protestant John Matley. Nuyens beschrijft diens geschietbeeld als een schildering met Rembrandts penseel, hier alle licht ginds alle schaduw. Ook in deze 19e eeuwse bestseller zien we weer Willem als de grootste strijder in een vrijheidslievende revolte. Een revolte die door Motley als een voorafschaduwing wordt gezien van de Amerikaanse revolutie van 1776. De wraakzuchtige koning Philips wordt aangeduid als een giftige spin en een bekrompen, boosaardige pilaarbijter. Pilaarbeiter is een 19e eeuws woord dat schijnheilige betekent. Volgens Matley liet Philipse II uit lauter gemakzuchtige vreedheid de hoofden van Egmond en Horne naar Spanje opsturen na hun terechtstelling op de markt van Brussel. Kortom, bij Matley vinden we een Rooms griezelkabinet in de vorm van een historische vertelling. en dat ging er bij veel negentiende-eeuwse lezers in als koek. Er was dus alle ruimte voor een historische reconstructie. In het voorwoord van zijn Geschiedenis der Nederlandse Beroerte geeft Nuyens een korte verantwoording van de door hem gebruikte bronnen, maar meldt hij ook dat hij niet primair voor de geleerden schrijft, maar voor die katholieke jongeren die beschikken over een zekere algemene ontwikkeling en die aanvoelen dat de meeste auteurs de Nederlandse opstand tot nu toe eenzijdig hebben voorgesteld. Nuyens gaat hier een eigen positiebepaling niet uit de weg. Ik paravaseer hem hier enigszins in wat nu volgt. Hij schreef, wat liberalen en protestanten mogen, mag ik ook. Ik ben Rooms gezind, maar daarom nog niet Spaans gezind. Ik veroordeel de opstand, maar ik veroordeel ook de schending van onze privileges. Ik verafschuw Alfa's onmenselijke rechtbanken, maar verafschuw evenzeer de moordpartijen van de Watergeuzen. Het is mijn overtuiging dat het behoud van de oude godsdienst der voorvaderen en het behoud van de voorvadelijke vrijheid heel goed samen hadden kunnen gaan. Als het de inquisitie en de trots van de adel is geweest die tot de revolutie hebben geleid, dan is de Calvinistische terreur verantwoordelijk geweest voor het uiteenscheuren van de 17 Nederlandse gewesten. Niettemin streef ik ernaar niets uit partijgeest te verdedigen dat niet verdedigd kan worden. Ik zal mij niet bekommeren om hen die Philips de Tweede als een heilige vorst zien, maar ook niet om hen die Willem de Zwijger tot vader des Vaderlands willen uitroepen en hem als een halfgod beschreven willen zien. Ja, schrijft Nuyens letterlijk, al het geschrijf van bekrompene drijvers zal ik onverschillig terzijde leggen. En dan besluit hij zijn voorwoord met enkele voor zijn doen emotioneel geladen opmerkingen over zijn voorvaderen die van geslacht tot geslacht in een Nederlandse gewest hebben gewoond. Ik meld dit, zo schrijft hij dan uitdagend, omdat ik een prijs opstel als een Nederlander van oude stam beschouwd te worden. Een kort lied nu over Willie Broerders. Alweer een heilige die aan de wieg stond van het christendom in ons land. Ook hier is natuurlijk de impliciete boodschap, wij katholieken worden wel bijwoners genoemd, maar onze historische papieren wijzen toch op iets anders. U hoort dadelijk, Willie Broerden die Holland heeft bekeerd. Gij moet ten hoogste zijn van ons geëerd. Gij hebt onze ouders bevrijd van afgoderij. Dien vrome man, Wilbroorde, die waart Gij. [00:25:23] Speaker B: Wilibroorde, die Holland hert bekeert, Gij moet den hoogsten zijn van ons geëerd. Jij moet ten hoogste zijn van ons geëerd. Jij bent ons een weldadig vader, die ons aan Jezus Christus hebt gebaard. Die ons aan Jezus, die ons aan Jezus Christus hebt gebaard. Je hebt ons, ouders, bevrijd vandaag. Die vromme man wil worden, die waard gij. Die vromme man wil worden, die waard gij. Voor ons ouders te beden, gestreden, het gij wil worden, het bloedgoedigheid. Het gij wil worden, het gij wil worden, het bloedgoedigheid. Ik heb ontvangen, hier voor uw heuveloom, van Jezus Christus, Godes enge Zoon. Van Jezus Christus, Godes enge Zoon. In zijn [00:27:19] Speaker A: geschiedschrijving keert Nuyens zich tegen allerlei mythes en legenden uit de protestantse historische school. Zo bestrijdt hij in zijn werk de in de 19e eeuw vaak gehoorde overtuiging dat het de 16e eeuwse Calvinisten om godsdienstvrijheid te doen zou zijn geweest. Zowel katholieken als protestanten streden in die tijd om de opperheerschappij. Godsdienstvrijheid als denkbeeld bestond volgens Nuyens nauwelijks in de 16e eeuw. De Gossisch politiek van Philip II ten aanzien van protestanten was niet wezenlijk anders dan die van bijvoorbeeld de Engelse koningin Elisabeth tegenover katholieken. Ook Luther, Calvin, Melanchthon en de Calvinistische kerkenraden in de Nederlanden kenden aan de overheid het recht toe ketterijen te straffen en te onderdrukken. Dat was geen exclusief katholieke overtuiging. In een brief aan Robert Fruyn schreef Nuyens, ik zie in Philips de man die de incarnatie is van de strijd van het katholicisme tegen het protestantisme, maar de mens Philips boezend mij geen sympathie in. Ik veroordeel als zoon der negentiende eeuw het ketterdoden, maar verklaar het uit de jurisprudentie der zestiende eeuw. Daarom ontken ik aan zekere partijen in ons land het recht om ons, katholieken, uit te krijten als een bastaardteelt uit vreemdelingen voortgesproten. On-Nederlands, omdat zij breken willen met de protestants-calvinistische traditie der 16e eeuw. Hij bestrijdt in zijn boek uitvoerig de protestantse mythe dat de revolte begon als een religieus geïnspireerde opstand. En dat doet hij onder andere door het heersende beeld van een massale kettenvervolging door de overheid bij te stellen. Het getal van honderdduizend slachtoffers, door Hugo de Groot genoemd, en daarna door allerlei auteurs klakkerloos overgenomen, is niet te rijmen met het betrekkelijke kleine aantal protestanten dat de Nederlanden feitelijk voor het uitbreken van de opstand telden. Bovendien, de afschuw in zaken de kettervervolgingen werd ook door veel katholieke burgers gedeeld. Lang voor een 20e eeuwse historicus als Wolter dat zou doen, benadrukte hij het belang van een middengroep, wiens religieuze keuze pas door de uiterlijke politieke of militaire omstandigheden gemaakt werd. Naast de hervorming ziet hij nog twee belangrijkere grondoorzaken van de opstand. Allereerst de strijd van een berooide en zelfzuchtige adel tegen de vorst. Een belangrijk deel van de hoge en lage adel kampt met enorme schulden en ziet in de hervorming een ideaal middel om zich te verrijken met de kijkerlijke goederen. Zij zijn de eigenlijke verwekkers van de revolutie tegen de vorst. En dan speelt ook nog de algemeen bestaande afkeer in de Nederlanden tegen de Spanjaarden en tegen vooral de Spaanse soldaten een grote rol in het ontstaan van een revolutionaire stemming. Het valt ons overigens op met welk een negentiende-eeuws gemak Nuyens schrijft over Nederlanders als hij het over de bewoners van de lage landen heeft. Alsof nationaal gevoel in de zestiende eeuw een breed gevoeld en vanzelfsprekend sentiment zou zijn geweest. Maar ook heilige huisjes in het liberaal nationale kamp worden door Nuyens niet gespaard. Vooral de kritische benadering van Willem van Oranje valt op. Dat is niet alleen vloeken in de protestantse kerk, maar wel degelijk ook vloeken in de liberale tempel. Nuyens geeft in zijn boek de volgende karakteristiek van de vader des vaderlands. Hij was nu, bij het einde der regering van Karel de Vijfde, de rijkste edelman der Nederlanden. Maar hij leefde op zulk een vorstelijke voet dat hij zeer diep in schulden geraakte. Willem van Oranje was boven alles eerzuchtig en heersuchtig. Hij gedoogde geen tweede in macht en aanzien naast zich. Hij was arglistig, geslepen, doorkneed in alle listen der gewetenloze politiek der 16e eeuw. Hij wist zijn gevoelens en plannen te verbergen, zodat niemand in zijn hart kon lezen. Vandaar de bijnaam van De Zwijger. Hij zelf las in het hart van anderen en zocht eenieder tot zijn werktuig te gebruiken. Wat zijn godsdienst betreft, hij was beurtelingsluteraan, katholiek, Calvinist. Maar het is waarschijnlijk dat hij de godsdienst voor mannen als hij slechts beschouwde als een middel, dienstig voor de politiek, indifferentist in overtuiging, katholiek of Calvinist uit berekening. Dat was dus duidelijk tegen het zere been van zowel protestanten als liberalen. Voor de protestanten was Willem van Oranje de nieuwe Mozes, die zijn volk in 2 x 40 jaar naar het beloofde land leidde, zonder ooit dat land zelf te zien. Voor de liberalen was Willem veel meer een boven de partijen staande nationale held, die burgerlijke gewetensvrijheid aan het vaderland had geschonken en die als symbool voor de 19e eeuwse Nederlandse natie kon dienen. De visie van Nuyens die Willem van Oranje zag als een machtsbeluste machiavellist en als een levensbeschouwelijke opportunist, werd hem door Fruyn dan ook niet in dank afgenomen. In een recensie over Nuyens' boek, die overigens verder redelijk positief was, liet Fruyn weten één belangrijke grief tegen de schrijver te hebben, namelijk dienstnegatieve beoordeling van Willem de Zwijger. Toch moet hier gezegd worden dat Nuyens geen monster van Willem van Oranje maakt, zoals protestantse schrijvers vaak van Fidus II een monster maakten. Nuyens erkent Oranjes talenten en diens afkeer van geloofsvervolging en verdedigt hem tegen katholieken die op hun beurt weer vaak overdreven in een negatieve beeldvorming. Dit is trouwens een centrale karakteristiek van Nuyens' instelling. Een zeer diep gefundeerde geloofsovertuiging wordt gecombineerd met een grote mate van gematigdheid in zijn streven de eenzijdige protestantse duiding van de Nederlandse natie te corrigeren. Tegenover de zeer beeldend schrijvende Matley is Nuyens' schrijfstijl toch vooral een nuchtere en afstandelijke. Tegenover Matley's hatelijke vooringenomenheid presenteert hij zichzelf toch vooral als een naar objectiviteit strevende onderzoeker. U kunt nu luisteren naar een lied van Stalpaard over de heilige Bonifatius. Het lied wordt helemaal toegespitst op dienst gewelddadige dood in Dokkum. Wat doet gij, Friese volken? Waartoe dit groot garaas? Waartoe al deze dolken? Den tijd zal nog eens komen, dat voor het vergoten bloed Zijn grafste uit zal stromen, een klare watervloed. Die klare watervloed is natuurlijk een verwijzing naar de Bonifatiusbron in Dokkum. [00:35:48] Speaker B: Wat doet het vriese volk, maar toen het rood, maar toen het rood verrast, maar toen al deze dolken bont schijnen, Zinnen zijn begaan om welk lijf met dit bed te drijven. Om wonden te verlaten. Om wonden te verlaten. Van herten en van naken, veel harder, veel harder, die u van het eeuwig leven door Godes Goed de rechte poort, de rechte poort en ingang heeft gegeven. Dit is toch een vriend met sfeer, dit is de vrede die van ons. Die nu heeft komen leren de straf van steden doods. Ontlokken en gewezen, bepaalden heeft onwaar en meer. Dit bedroeg is uitgelezen, dit bedroeg is uitgelezen. Baldarige vijanden, gaat vrij al zo, gaat vrij al zo de werk. Houdt hakt bedronen hand. Het dierenbloed, het dierenbloed, uw scheestelijke vader. De tijd zal nog eens komen, dat voort van voter vergoten bloed zijn grafsteen uit zal stromen. Dat komt alle tijden. Uw rode hart voorzichtig zeldaat. De wereld om u gaat rijden. De wereld om u gaat rijden. Uw rode hart voorzichtig zeldaat. De wereld om u gaat rijden. De wereld om u gaat rijden. [00:39:19] Speaker A: In zijn boek probeert Nuyens niet alleen de protestantse mythe af te breken, hij probeerde wel degelijk ook een nieuwe visie op onze geschiedenis te geven. In die nieuwe visie zitten twee elementen. Enerzijds beoogt zijn visie een katholieke te zijn. Wil hij aantonen dat een serieus historicus het katholieke volksdeel niet zonder meer als dom voetvolk van de Spaanse koning kan voorstellen. Anderzijds wil hij die katholieke visie op de opstand uitdrukkelijk als een nationale presenteren. Dat zo'n katholieke visie ook nationaal kon zijn, dat werd nu juist door vele protestanten in die tijd voor onmogelijk gehouden. De hoofdthese van het boek is wel dat de opstand in de eerste fase ook door de katholieken, met name buiten Holland en Zeeland, gesteund werd. Het verzet tegen Alfa's tiende penning was rond het jaar 1571 algemeen. Van de koningsgezinde voorzitter van de Raad van State tot de eenvoudigste Marskamer. Alfa werd geconfronteerd met een eensgezind verzet in de Nederlandse gewesten. Die situatie begon te veranderen toen de Calvinisten de eerst gemeenschappelijke tegenstand tot een Calvinistische revolutie begonnen te vervormen. Al in 1573 begonnen de Staten van Holland de katholieke godsdienst te verbieden. Maar tot 1576 bij de pacificatie van Gent kan men nog spreken van nationaal verzet. Het is door het Calvinistische drijven dat het tot een doornuiens zeer betreurde splitsing komt tussen de zuidelijke en noordelijke gewesten. Al in 1588 ziet hij de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden als praktisch gevestigd. Het treurige resultaat van een burgeroorlog die steeds meer ook een godsdienstig karakter kreeg. In zijn beschrijving van de strijd valt een zekere evenwichtigheid op als het gaat om de wandaden die beide kampen bedreven. In een moderne studie over Nuyens wordt zelfs de term wegstreepmechanisme gebruikt. Wandaden uit het pro-Spaanse kamp worden voortdurend geplaatst tegenover de wandaden van de Calvinisten. Maar ondanks zijn gematigde instelling en zekere polemische gerichtheid is Nuyens natuurlijk ook weer niet vreemd. Met graagte vergelijkt hij het Calvinistische terreurbewind in Gent met de moderne terreur in het Parijs van 1793. En het bloedige optreden van Alfa in de Nederlanden in 1568 zet hij naast het optreden van de protestantse troepen van Cromwell in het Ierland van 1650. kwam wel, zo schrijft hij, heeft even medogeloos en vreet Ierland in 1650 vertrapt en vertreden als Alfa, de Nederlanden, in 1568. Heel modern-katholiek is Nuyens wanneer hij onverbloemt niet alleen het misbruik van de inquisitie aan de orde stelt, maar ook de inquisitie zelf onvoorwaardelijk afkeurt. Een opvatting die in de toenmalige katholieke wereld bepaald nog geen gemeengoed was. Want laten we het niet vergeten, het werk van Nuyens werkte ook corrigerend op de ideeën die in katholieke kring over het vaderlandse verleden sluimerden. Niet zozeer in serieuze boeken, want die waren er nauwelijks, maar wel in brochures, dagbladen, preken en aan de borreltafel. In dat verband schreef Nuyens in een brief aan Fruin, toen hij zijn boek voltooid had, ik heb onder de Rooms-Katholieken geen antipathieën gewekt, maar een gehele, eenzijdige, Philipsvergodende, Spanjoliserende historiebeschouwing de genadeslag gegeven. Zie bijvoorbeeld hoe hij over de persoon van Alfa kort en bondig schrijft dat die in zijn daden al de tien geboden schont en van al de zeven hoofdzonden een kleinigheid maakte. Mijn samenvat het eindoordeel. In de geschiedenis der Nederlandse broerte in de 16e eeuw vinden we, naast Nuyens' katholieke engagement, voortdurend getuigenissen van zijn waarheidsliefde, billijkheid en gematigdheid. Zijn beeldvorming is niet partijdiger dan die van Groen en Fruin. Maar wijkt van die van Groen af door zijn ontkenning dat de Nederlandse opstand in eerste instantie vanuit godsdienstige motieven gevoerd werd? En wijkt van Fruin en de liberale school af door zijn ontkenning dat de geboorte van de Republiek de staatkundige en godsdienstige vrijheid deed ontstaan? Beste luisteraar, ik heb vandaag nog wat tijd over. Ik ga die gebruiken voor een kleine excursie in de muzikale geschiedenis van ons volkslied. Muzikaal, dus we richten onze aandacht vooral op hoe het lied in het verleden werd gezongen. U weet, het Wilhelmus is pas in 1932 het officiële volkslied geworden, maar de tekst stamt uiteraard uit de 16e eeuw. Die muzikale geschiedenis van het Wilhelmus heeft talloze verrassende wendingen gekend. Onthoudt u alvast dat de manier waarop wij tegenwoordig het Wilhelmus zingen nogal afwijkt van de manier waarop het vroeger werd gezongen? Onze plechtige, koraalachtige wijze van zingen stamt pas uit de tijd van Nuyens. Uit de 19e eeuwse periode van de romantiek dus. Allereerst het verrassende antwoord op de vraag waar de melodie vandaan komt. Het is oorspronkelijk een Frans lied, getiteld A la folle entreprise du prince de Condé. Dat betekent zoiets als wat een dwaze onderneming van de prins van Condé. Wie was Condé? Condé en de admiraal Colligny waren protestantse, Franse edelen die in goed contact stonden met de prins van Oranje. In 1568 sloegen zij het beleg voor de stad Chartres. De stad wilde zich niet overgeven en het lukte Condé en Collier niet om de stad te veroveren. En nu de verrassing. Het lied is niet afkomstig uit de protestantse omgeving van Condé. Integendeel, het lied werd geschreven door een katholieke soldaat die aan de verdediging van de stad Chartres deelnam. En het lied bespot de protestant Condé om dienstmislukte pogingen de stad in bezit te nemen. De eerste regels luiden in vertaling. Wat een dwaze onderneming van de prins van Condé. Hij wilde het mooie Chartres binnendringen. Dat is heel dwaas van hem. Hij komt er niet in. Daar zullen de goede soldaten van Frankrijk wel voor zorgen. En laatste regels. Degene die dit lied heeft gemaakt was een dappere soldaat, die op de muren en de bolwerken aanwezig was. En God bad om zijn gunst hem te helpen en de troepen van de prins van Condé te overwinnen. U kunt nu eerst luisteren naar A la folle entreprise du prince de Condé. Let u dus vooral op de melodie. [00:48:12] Speaker C: Oh, de vreemde bedoeling van de prins van Gondin. Hij wilde naar Chartres-la-Jolie. Het is een grote folie, hij zal daar niet binnenkomen. De goede soldaten van Frankrijk zullen hem niet moeten doen. De stad was op zaterdagmorgen geslapen door de prins en de admirale lutin. ontenvooien trompetten en ook zilveren roepen. Se chartre la jolie aux criées à la son. Dites à nos capitaines si vous y tiendrez bon, ou si monsieur le prince en verra son canon, aux pieds de vos murailles pour les faire tomber, ou si vous voulez rendre au prince de Côte d'Azur. Lorsqu'on dit l'hiver, Nous ne le créons point A toute heure qu'il vienne, avons les armes point Pour lui livre bataille, à lui et ses soldats S'il veut perdre la vie, ce qu'il nous vient de faire Le héros s'en retourne au prince de Condé Orsu, orsu, trompette, quelle nouvelle a porté In waarheid, mijn prins, hebben we heel veel angst gehad Om zoveel soldaten in de buurt van een muur te zetten. De lichaam, als ze je vertelden, ging hij naar mijn punten. Maar, luister, we weten dat hij je niet meer schreeuwt. En als je een vrouw bent, dan zijn jullie nieuwe soldaten. En als je wilt dood, dan zul je het zien. Toen zei de prins... We moeten naar Fort Bisset, nieuwe armen, en we gaan langs. Laten we allemaal in de oorlog lopen, we zijn de goede mensen. Voor de billetje van jullie, ik vraag er niets van. We gaan naar Saint-Maurice, hun kanon, we gaan kampen. Met een artillerie hebben we de stad geëindigd. Tocqueville, on fait brecher, des 15 à 16 pas. Pour Ville des Mers, on approche jusque sur les remparts. Als de soldaten de schaar van Verreze hadden getrokken, stonden ze op hun muraille aan de baan. Ze schreeuwden in de brug, schreeuwden op een hoogte. Als je de veren in je handen hield, kwam je op deze hoogte. De prins van Comte et aussi l'admirale Buclocher, Saint-Maurice, la brèche ont dé gouvert L'oral sur la crine, ne vous avancez pas La brèche est remballée, vous n'y entrerez pas [00:50:52] Speaker B: En de dames de châteaux faisant le plein de feu, Veillant les [00:50:56] Speaker C: gens combattre chaque mois de son couvert, [00:50:59] Speaker B: Portent des confitures jusque sur les rampagnes, [00:51:02] Speaker C: Pour réjouvir le cœur à tous leurs bons soldats. Et fais cette chanson toute brave, MUZIEK [00:51:47] Speaker A: Bij de verlaging van het tempo aan het eind van het lied klonk het meteen al wat bekender voor ons. Zoals gezegd tijdens de Republiek werd het Wilhelmus op een opgewekte wijze gezongen. Niet als een gedragen koraal, maar als een lustig en vrolijk wijsje en het zal in een vlot tempo gezongen en gespeeld zijn. Het kan dus zo geklonken hebben. [00:52:15] Speaker B: Wil Helmes van Assouwe ben ik van Duitsen bloot. Den vaderland getrouwe blief ik tot in den dood. Een prins van Oranje ben ik frie onverveerd. Den koning van Hispanië heb ik altijd geëerd. M'n schild en m'n betrouwen ziet wie, o God, m'n Heer. Op U zo wil ik bouwen, verlaat mij nemmer meer. Dat ik toch vrouw mag blijven, U die naartaler stond. Die tyrannie verdrieven, die mij m'n hert doorwond. Als David moeste vluchten voor Saul, den tiraan, zo heb ik moeten zeuchten met menig edelman. Maar God heeft hem verheven, verlost Utholder nood, en koninkrijk gegeven in Israël zeer groot. Voor God wil ik belieden en ziener groter maagd, dat ik tot genentiedenden konink heb veraagd, dan dat ik God en Heer der hoogster majesteit heb moeten obediëren in der gerechtigheid. [00:54:05] Speaker A: Lange tijd was het Wilhelmus dus een vrolijk lied dat graag werd gespeeld bij het leger, de vloot en bij prinselijke ceremonieën. In de 18e eeuw is het echter steeds meer een instrumentaal lied geworden dat met name werd gespeeld op trompet en karojo. Bij dit lied, dat werd aangeduid als de Prinsenmars, paste de oorspronkelijke tekst niet goed meer. Als het wel gezongen werd in de achttiende eeuw, kan het zo geklonken hebben. [00:54:41] Speaker B: Heel Helmers van Nassau ben ik van Duitse bloed. Den vaderland getrouwen blijf ik tot in den dood. De prinsen van Oranje ben ik vrij ongeveer. Spanje heb ik altijd geëerd. MUZIEK [00:56:06] Speaker A: In de loop der tijden gebeurde er van alles met het lied. Rond 1813 werd deze parodie vrij algemeen bekend. U hoort nu die vroeg 19e eeuwse parodie, gezongen door Freek de Jonge. [00:56:23] Speaker B: Wilhelmus van Nassauë ben ik van Nederduitse bloed. De elleboog door de mouwen, het haar al door den hoed. Zingt gij wil helmes, zingt gij wil helmes, is dat niet goed. [00:56:51] Speaker A: Ook in de laatste halve eeuw is er nog het nodige met het lied Gesold. Wat u nu gaat horen is een goede muzikale weerspiegeling van de decennia dat de progressieve intelligentia in dit land de toon zetten. En iedere vorm van vaderlandsliefde naar de mestvaart verwees. Een historische opname van Sjef van Oekel in het Amsterdamse Paradiso. Waarschijnlijk ergens in de jaren zeventig. Moet u tegen de achtergrond van dat tijdsbeeld zien. [00:57:40] Speaker B: Ha! [00:57:40] Speaker C: Ha! [00:57:40] Speaker B: Ha! Ha! Ha! Ha! Ha! Koning van Hispanië heb ik altijd geëerd. Mijn schil en de betrouwen zijt Gij ook vol. Nu is het welletjes. We gaan er nog een keer op. En we hebben op domen, wat weten [00:58:42] Speaker A: we, het alle 34 complete completten van [00:58:46] Speaker B: ons volledige volkslied gezongen. [00:58:49] Speaker A: Waarvoor in de zaal, bovendien terecht, geen enkele belangstelling bestond. [00:58:55] Speaker B: En dan vergeet men hier botweg de opnameklop in te drukken. Zo krijgen we die plaat nooit vol. [00:59:05] Speaker A: In onze dagen lijkt vaderlandsliefde in allerlei kringen weer meer in de politieke mode te komen. Denkt u aan die zee van Nederlandse vlaggen tijdens de bijeenkomst van het links-liberale D66 gedurende de uitslagenavond van de recente parlementsverkiezingen. Daar hadden ze overigens wel een reclamebureau voor nodig, maar toch, om het met de wijze woorden van de 17e eeuwer brede rode te zeggen, het kan verkeren. Beste luisteraar, ik hoop u volgende keer weer bij Radio Maria aan te treffen voor het derde en laatste deel van mijn serie over Willem Nuyens, het vaderland herwonnen. Ik heb voor deze programma's, naast het werk van Nuyens zelf, vooral veel gebruik gemaakt van twee studies. Het boek van Pater Geuris uit 1908 en het recent verschenen prachtige boek van Albert van de Zeide. Gegevens van een en ander vindt u in de programma-toelichting van deze aflevering op de site van Radio Maria en op de podcast-platforms waar u zich ook kunt abonneren op De Ladder van Jacob. Ik dank u weer voor uw zeer gewaardeerde aandacht. [01:00:28] Speaker B: U [01:00:38] Speaker A: hebt geluisterd naar De Ladder van Jacob door Theo Parlevliet.

Other Episodes

Episode 1

February 10, 2026 00:50:29
Episode Cover

De katholieken van Vietnam - een inleiding

Afl. 1 | In deze inleidende aflevering doe ik twee dingen. Ten eerste vertel ik u hoe ik niet lang geleden geïnteresseerd ben geraakt...

Listen

Episode 5

June 22, 2026 00:45:37
Episode Cover

Arvo Pärt - Componist van de stilte Deel 1

Afl. 5 | In deze aflevering vervolg ik mijn behandeling van het thema “stilte” aan de hand van een boek van de orthodoxe theoloog...

Listen

Episode 3

February 16, 2026 00:38:17
Episode Cover

De katholieken van Vietnam - Over de eerste missionarissen naar Vietnam

Afl. 3 | Uit een Vietnamese bron weten we dat de eerste priester die voet op Vietnamese bodem zette dat al deed rond het...

Listen