Episode Transcript
[00:00:00] Speaker A: Beste luisteraar, hartelijk welkom bij de dertiende aflevering van mijn serie De katholieken van Vietnam.
Een korte samenvatting van aflevering 12.
In die aflevering stond het lot van de Vietnamese katholieken gedurende de Onafhankelijkheidsoorlog centraal.
Die oorlog speelde zich af in de periode tussen 1946 en 1954.
Ik vertelde u hoe onder veel katholieken aanvankelijk wel een zekere sympathie voor de Vietmin bestond, zeker in het noorden, omdat ook onder de meerderheid van de Vietnamese katholieken, vooral onder de jongere generatie, een diepgeworteld verlangen naar onafhankelijkheid leefde.
Maar al snel begon die steun weg te smelten.
Ik vertelde u hoe in de twee noordelijke bisdommen, Va Diem en Bui Chu, waar de meerderheid van de bevolking katholiek was, onder kerkelijke paraplu zelfs twee katholieke staartjes ontstonden met een eigen leger, met een eigen krant en een eigen radiostation en een eigen inlichtingendienst.
Een belangrijke rol werd daar gespeeld door bisschop Le Hu Tu.
De onafhankelijkheidsoorlog werd beëindigd tijdens een internationale conferentie die in 1954 in Genève plaatsvond.
Daar werd afgesproken dat het land voorlopig opgedeeld zou worden in een noordelijk deel en een zuidelijk deel met als grens de 17e Bretagraad.
Voorlopig zouden er twee Vietnamese staten zijn.
De zogeheten Democratische Republiek Vietnam, die in de zomer van 1945 door de communist Ho Chi Minh uitgeroepen was in het noorden.
En het niet-communistische zuiden, waar sinds 1949 de ex-keizer en playboy Bao Da als staatshoofd optrad.
In Geneve werd ook afgesproken dat gedurende een zekere tijd, ik meen dat het 300 dagen waren, de Vietnamesen de vrijheid zouden hebben om naar een ander deel te verhuizen.
En ik vertelde u hoe toen circa 1 miljoen mensen van het noorden naar het zuiden gevlucht zijn.
En dat 3 kwart van die 1 miljoen mensen bestond uit katholieke Ik vertelde u ook welke mythes er rondom deze exodus geweven werden.
Ik vergat u overigens toen te vertellen dat er in 1954 ook een mensenstroom van zuid naar noord op gang kwam, al was die stroom minder talrijk.
Al dus mijn korte samenvatting van de vorige aflevering.
Deze aflevering is grotendeels gewijd aan het leven en de opvattingen van de politicus die in het jaar 1954 als minister-president aan het hoofd kwam te staan van de regering in Zuid-Vietnam.
Dat was de katholieke politicus Ngo Dinh Diem, een naam die al een paar keer tijdens vroegere afleveringen gevallen is.
Ik ga in deze aflevering uitvoerig in op zijn leven voor 1954 en op zijn opvattingen, maar eerst wat inleidende opmerkingen over hem.
Diem was van 1955 tot 1963 president van Zuid-Vietnam.
En in die hoedanigheid was hij het eerste katholieke staatshoofd uit de Vietnamese geschiedenis.
Diem was zowel een vrome katholiek als ook een gedreven nationalist.
Voeg daar nog bij zijn diepgewortelde anticommunistische gezindheid en u krijgt een eerste idee van de driedelige gelaagdheid die zijn wereldbeschouwing vertoonde.
Katholiek, nationalist en anticommunist, in die volgorde van belangrijkheid.
Zowel tijdens zijn leven, maar vooral na zijn dood, hebben journalisten en historici zeer verschillende interpretaties gegeven van zijn leven en zijn politieke loopbaan.
In de vroege beeldvorming verscheen hij vaak als een soort marionet van de Amerikanen. Of, nu juist, als een eigen gerijde man die voortdurend goed bedoelde adviezen van de Amerikaanse regering opzij schoof.
Hij werd door sommigen gezien als iemand met diepgravende ideeën over een door hem gewenste modernisering van het land, maar door anderen juist als een oppervlakkig denkende reactionaire despoot die zich teveel door een geïdealiseerd verleden liet leiden.
Soms verschijnt hij in de beeldvorming als een wijze, deugdzame nationale held, maar bij anderen zien we hem verschijnen als een onbuigzame autokraat die op onverantwoordelijke wijze de katholieke minderheid voortrok ten nadelen van de boeddhistische meerderheid.
In de Westerse pers en in de vroegste geschiedschrijving heeft hij lange tijd de weinig beneiswaardige rol van schurk gespeeld.
Een samenvattend overzicht van die toen wijd verbreide zwarte legende vinden we in een Nederlandse Pax Christi uitgave uit 1970.
Dat boekje had de bedoeling de Nederlandse lezer te informeren over de rol van de Vietnamese katholieken in de Vietnamoorlog.
In mijn inleidende aflevering heb ik daar al kort over dat boekje gesproken.
In dat boekje werd Diems bewind, gecharacteriseerd als nepotistisch, autoritair en discriminerend ten aanzien van de niet-katholieke meerderheid van de bevolking.
Hij zou een fanatieke katholiek geweest zijn, die dankzij zijn goede connecties in de Verenigde Staten in 1954 aan het hoofd van de regering van Zuid-Vietnam was komen te staan.
In het Zuid-Vietnamese bestuursapparaat werd de regering steeds meer door Diem tot een katholieke familie-aangelegenheid gemaakt.
In 1956 schafte hij de traditioneel gekozen provinciale en dorpsraden af en in plaats daarvan kwamen door hem benoemde ambtenaren.
Het leger werd vooral gerecruiteerd uit katholieke vluchtelingen uit het noorden, terwijl het officierenkorps ook voor een zeer groot deel uit fanatiek anticommunistische katholieken zou hebben bestaan.
Ook het regeringsapparaat vormde een dankbaar jachtterrein voor baantjesjagende en elkaar baantjes bezorgende katholieken.
We kunnen in dat boekje lezen dat de discriminatie ten aanzien van niet-katholieken er zelfs toe leidde dat mensen daarom katholiek werden.
Men sprak wel van de zogenaamde 1955-katholieken.
Veel katholieken in het Westen zouden lange tijd de vrome ogen voor die werkelijkheid gesloten hebben.
Dat hold bijvoorbeeld voor de New Yorkse kardinaal Spelman, die Diem tot het laatst de hand boven het hoofd zou hebben gehouden.
Al dus een scribent in dat Pax Christi boekje, die daar overigens niets anders deed dan een samenvatting geven van de zwarte legende die ook onder invloed van het regime in Hanoi door onwetende Amerikanen ontwikkeld is.
We kunnen in het Pax Christi boekje ook vurige pleidooien vinden voor een door de schrijvers zeer gewenste dialoog tussen christenen en marxisten.
En met grote spijt laten de schrijvers in het boekje weten dat de meerderheid van de Vietnamese katholieken daar niet veel voor voelde en dat de katholieke kerk daarom het grootste obstakel vormde voor de vrede.
al dus dat boekje uit 1970.
In deze inleidende opmerkingen moet ik u ook alvast maar meedelen dat Diem, als president van Zuid-Vietnam, in 1963 vermoord is tijdens een door de Amerikanen gesteunde staatsgrip.
Ironie van de geschiedenis, beste luisteraar, die Amerikanen deden dat toen onder leiding van een president die ook katholiek was, John F. Kennedy.
Kennedy zou trouwens enkele weken na de dood van Diem zelf ook het dodelijke slachtoffer worden van een aanslag.
Het staat overigens niet vast of Kennedy persoonlijk tevoren wist dat Diem niet alleen afgezet zou worden, maar ook vermoord.
Volgens sommige bronnen zou Kennedy behoorlijk overstuur zijn geweest toen hij over de dood van Diem hoorde.
Hoe het ook zij, de moord op Diem, in het kader van die door de Amerikanen gesteunde staatsgreep, geldt als een van de belangrijkste en meest controversiële gebeurtenissen tijdens de Vietnamoorlog.
Grote politieke chaos en voortdurende maatschappelijke onrust hebben de positie van de communisten er toen alleen maar sterker doorgemaakt.
Afgezien van ons oordeel over de persoon Diem, die door de Amerikanen gesteunde staatsgreep vormt volgens sommige auteurs, latere auteurs, een van de grootste blunders uit de naoorlogse Amerikaanse buitenlandse politiek.
En ik heb een sterke neiging ze daarin gelijk te geven.
Ook over die staatsgreep zullen we dus in een latere aflevering nog moeten hebben.
Pas lang na de Vietnamoorlog, dus lang na 1975, is dat negatieve beeld van Diem enigszins bijgesteld door het werk van jongere historici.
Over de resultaten van die rehabilitatie ga ik u ook nog verslag doen.
Ik verklap u overigens al dat deze rehabilitatie hier niet tot een soort heiligverklaring van Diem zal leiden.
Noh Din Djem moest als politicus optreden in uitzonderlijk moeilijke en complexe omstandigheden.
Omstandigheden waar wij als Nederlanders ons maar moeilijk een volledige voorstelling van kunnen maken.
In dergelijke omstandigheden houdt geen enkele politicus zijn handen volledig schoon.
U hoort in de korte pauzes weer deeltjes uit Prokofjef's Vision fugitif, maar nu niet voor piano, maar in een bewerking voor strijkquartet.
[00:12:14] Speaker B: MUZIEK
[00:12:48] Speaker A: Ngo Dinh Diem werd in de keizerlijke hoofdstad Ho geboren.
Volgens de Vietnamese kalender gebeurde dat tijdens het uur van de buffel op een dag aan het einde van het jaar van de rat.
Volgens de Westerse kalender werd hij niet aan het eind van het jaar maar aan het begin van het jaar geboren, namelijk op 3 januari 1901.
Zijn familie was welgesteld en invloedrijk.
In het leven van zijn vader, Nodin K., vinden we al de godsdienstige culturele en politieke stromingen die ook het leven van zijn zoon bepaald hebben.
Vader K. was een frome katholiek met een succesvolle loopbaan aan het keizerlijke hof.
Maar nog rond 1870 kwamen tientallen familieleden om het leven toen tijdens een anti-katholieke pogrom het houten katholieke kerkje van Pai Long in brand werd gestoken.
Vader K. ontkwam ternauwenood.
Diem's vader bezocht een katholieke school in Maleisië waar hij onder andere Engels leerde in het kader van een Westers getint leerplan.
Maar Ka beheerste het Latijn naast het klassieke Chinees, was zowel thuis in de Bijbel als in de Confucianistische Klassieken.
Zijn plan om priester te worden ruilde hij in voor het besluit een wereldelijke loopbaan te beginnen.
In de jaren 1880 werkte hij als tolk voor Franse militaire commandanten en nam als zodanig deel aan campagnes tegen antikoloniale rebellen in de bergen van Tonkin.
Hierna kwam hij aan het hoofd te staan van de net door de koloniale overheid opgerichte Nationale Academie in Hoek.
dat onderwijs omvatte zowel Franse als Vietnamese elementen en zowel het Frans, het Vietnamese als het Chinees werden er onderwezen.
Onder zijn leerlingen bevond zich de jonge Nguyen keizer Tan Thai, die K. als mentor en adviseur ging beschouwen.
Vader K. werd zelfs aan het hof benoemd tot opperkamerheer.
De steun die Diem's vader aan Franse militaire en onderwijskundige activiteiten gaf en zijn positie aan het toen door de Fransen gedomineerde Keizerlijke Hof maakte hem nog niet tot een bewonderaar van het Franse koloniale stelsel.
Maar, zoals zoveel andere ontwikkelde Vietnamesen van zijn generatie, meende hij dat de onafhankelijkheid van het land pas mogelijk was na diepgaande hervormingen in de Vietnamese samenleving.
Hij behoorde dus tot die hervormingsgezinnen-nationalisten waar ik eerder over berichtte.
Maar dat vertrouwen in een koers van geleidelijke hervormingen op weg naar meer autonomie kreeg een diepe knauw toen de Fransen in het jaar 1907 keizer Tantaille afzette en hem ten gunste van een andere prins naar het buitenland verbanden.
Al Caes hervormingsplannen leken nu in het water te vallen en hij trok zich teleurgesteld terug uit het keizerlijke hof.
Tot aan zijn dood in de jaren twintig leefde hij verder als ambtenoos burger.
Voor zijn zoon Diem en diens vijf broers schijnt K. een strenge vader geweest te zijn.
Het typerende verhaal gaat dat het jongetje Diem niet tegen vis komt, maar toch verplicht werd elke vrijdag een visgotel tot zich te nemen, met telkens een snelle tocht naar het toilet als gevolg.
Diem bezocht een prestigieuze katholieke school in de keizerstad Hu, waar ook hij in het Frans, het Latijn en het klassieke Chinees onderwezen werd.
We zullen laten zien hoe in zijn latere opvattingen oosterse en westerse elementen onontwarbaar met elkaar verknoopd zijn.
Zijn tien jaar oudere broer, Noh Din Khoi, zou een bestuurschool volgen als voorbereiding voor een gelijksoortige loopbaan als zijn vader voor ogen had.
Kooi zou in 1945 als bestuursambtenaar vermoord worden door leden van de Vietmin.
Een andere oudere broer, Ngo Dinh Thuc, ging een priesteropleiding volgen.
Thuc zou in 1938 als derde Vietnamese tot bischop gewijd worden.
Een jongere broer, Ngo Dinh Nu, zou zich ontwikkelen tot intellectueel van de familie.
Ngu studeerde gedurende de jaren 30 literatuur en archiefwetenschap in Parijs.
In Vietnam begon hij aan een loopbaan in het archiefwezen.
In 1945 kwam hij in de leiding van de Nationale Bibliotheek in Hanoi.
Vooral deze Ngu zou een belangrijke rol gaan spelen in de latere politieke carrière van Diem.
Jem was al als kind erg vroom.
Als jongetjes houdt hij iedere dag lange uren aan gebed en meditatie besteden.
Na langdurige twijfels brak hij, net als zijn vader, een priesteropleiding af.
Wel is er sprake van een private belofte om de rest van zijn leven celibatair te leven.
En in zijn latere toespraken als president van Zuid-Vietnam zouden verwijzingen naar de Bijbel bepaald niet ontbreken.
In 1918 begon Diem aan een opleiding aan de bestuursschool waar Vietnamesen werden opgeleid voor posities in de keizerlijke bureaucratie.
Hij studeerde af als beste van zijn jaar.
Naast talent beschikte Diem over een enorme werklust.
Gedurende zijn gehele leven zou hij als een workaholic bekendstaan.
Naast lange werkuren zou hij bij vriend en vijand ook bekendstaan om zijn onomkoopbaarheid.
In de jaren dertig maakte hij een snelle carrière in de keizerlijke bureaucratie.
Eerst districtchef, vervolgens provinciegouverneur van steeds belangrijkere provincies.
In die ambtelijke loopbaan hielp het dat hij begin jaren dertig betrokken was bij het onderdrukken van een revolutionaire samenzwering door leden van de toen net opgerichte communistische partij van Indochina.
Ik berichtte u in een vroegere aflevering al over de jonge keizer Baudai.
U weet wel die man die mij qua levensstijl aan onze prins Bernhard deed denken.
Na een periode van sociale onrust in het begin van de jaren dertig probeerde de Franse deze Baodai uitdrukkelijker als symbool van de samenwerking tussen de Franse en de Vietnamese naar voren te schuiven.
In 1932 kreeg de keizer de kans om een kabinet met nieuwe ministers te vormen.
Een van die ministers werd de nog jonge provinciegouverneur Ngo Dinh Diem.
Maar al spoedig werd het Diem duidelijk dat van meer Vietnamese invloed op het beleid geen sprake was.
Dat de hele manoeuvre niet meer was dan Franse window dressing.
Dus nam Diem na twee maanden ontslag.
In een brief aan de twintigjarige keizer drukte hij zijn teleurstelling over een en ander uit.
Je zou kunnen zeggen dat Diem in dat jaar in 1932 voor het eerst een nationale bekendheid kreeg. In katholieke kranten werd uitvoerig over zijn ontslag bericht.
En vanaf dan gold hij als een belangrijk katholiek leider en als overtuigd nationalist.
Hier zien we al één element uit die zwarte legende sneuvelen. Want in die oude beeldvorming werd Jem vaak voorgesteld als een in Vietnam volledig onbekende nobody die in 1954 pas door Amerikaanse bemoeienissen op het schuld zou zijn geheven.
Diems nationalisme werd in het bijzonder intellectueel gevoed door zijn contacten met de antikoloniale nationalist van Boi Chau, een man waarover ik u al in een eerdere aflevering vertelde.
Ik vertelde u toen onder andere hoe Chau als politiek balling in China verbleef, maar in 1925 door de Franse geheime politie in Shanghai gekidnapt werd.
Terug in Vietnam werd hij aanvankelijk ter dood veroordeeld, maar later werd dit vonnis omgezet in huisarrest.
En zo kon het in de jaren dertig tot een diepe vriendschap komen tussen de ambtenloze Diem en de onder huisarrest levende Chau.
Beide mannen woonden toen in de keizerstad Hoe.
Diem's antifranse gezindheid was al zo bekend geworden dat de Franse autoriteiten hem iedere toegang tot het keizerlijke hof verboden.
En ook werd hij door de Franse grijmepolitie in de gaten gehouden.
Centraal in de gesprekken die Jem met Chau voerde stond het Confucianisme.
In de tweede aflevering van deze serie besprak ik kort het uit China afkomstige Confucianisme.
Ik meldde u toen dat het Confucianisme niet als een godsdienst gezien moest worden, maar meer als een stelsel van filosofische en morele opvattingen.
Die opvattingen hadden vooral betrekking op de juiste manier van regeren en op de juiste sociale verhoudingen.
Volgens Chauw kon dit confusionisme ook in de moderne tijd nog heel goed functioneren. Niet alleen ten dienste van de persoonlijke moraal, maar ook en vooral als een soort politieke filosofie waaruit richtlijnen te destilleren waren om de sociale en politieke problemen van de moderne tijd aan te pakken.
De waardering van Diem voor de Confuciaanse traditie stond haaks op de opvattingen van bijvoorbeeld de communisten, die de filosofie van Confucius slechts konden zien als een reactionaire ideologie van de traditionele feudale bezittende klassen.
Na 1954 zouden echo's van de vooroorlogse gesprekken met Chau te horen zijn in Diem's toespraken als staatshoofd van de Zuid-Vietnamese Republiek. Toespraken waarin hij zijn ideeën over de democratie uiteenzette in het kader van zijn streven een moderne Vietnamese nazistaat op te bouwen.
Al in de vroege jaren vijftig publiceerde Diem artikelen waarin hij benadrukte dat hij zijn opvattingen over democratie niet ontleend had aan Europese of Amerikaanse politieke theorieën, maar aan het voorkoloniale Vietnamese verleden.
De staat is gegrondvest op het volk, maar op basis van een hemels mandaat, zo meende hij.
Het volk kon zijn steun altijd intrekken wanneer de voorzichten en opzichten van dat mandaat onwaardig tonen.
Maar, zo schreef hij, we moeten ons verleden niet steriel kopiëren, maar we moeten onze erfenis aanpassen aan de moderne tijd.
In zijn denken over democratie ligt minder de nadruk op de bescherming van politieke rechten en meer ligt de nadruk op morele plichten.
Zo schreef hij, we moeten in onze sociale betrekkingen een geest van opoffering en mentale discipline, een geest van verantwoordelijkheid en fatsoen opnemen, ten einde respect voor onze naasten en voor onszelf te bevorderen.
Dit sterk morele element zien we in zijn overtuiging dat alle politieke en bestuurlijke activiteiten, inclusief alles wat betrekking heeft op individuele rechten, primair in dienst moet staan van het instand houden van de sociale orde.
Letterlijk schreef hij, morele ontwikkeling blijft het doel van alle rationele activiteit.
Politiek is slechts een middel.
Eén element in Diem's rehabilitatie, in de meer recente geschiedschrijving, vinden we in het gegeven dat historici tegenwoordig die opvattingen tegenwoordig niet alleen maar zien als een soort vijgenblad voor autoritair gedrag.
Na een korte pauze zullen we nog zien hoe Diem nog uit een tweede bron geput heeft ter behoeven van zijn politieke denken.
[00:27:57] Speaker B: MUZIEK MUZIEK MUZIEK
[00:29:28] Speaker A: De woelige periode van de Tweede Wereldoorlog en van de daarop volgende Onafhankelijkheidsoorlog brak aan.
Een voor het volk van Vietnam rampzalige periode zoals ik die in vorige afleveringen probeerde te schetsen.
Samen met zijn broers probeerde Diem een brede nationalistische beweging van de grond te krijgen die koos voor een derde weg.
Een beweging dus die zich zowel keerde tegen pogingen om het Franse kolonialisme te herstellen door het in een nieuw jasje te steken, als ook tegen het communistische alternatief.
Dat betekent dus ook dat hij kritisch was zowel over de Vietmin als ook over de regering die vanaf 1949 onder leiding van de ex-keizer Bao Dai optrad.
Een regering die sterk onder Franse invloed stond.
Met name onder invloed van zijn broer, Ngo Dinh Nhu, verdiepte zich het politieke denken van Diem.
Nou was tijdens zijn studie in Frankrijk vooral geïnteresseerd geraakt in de geschriften van de toen invloedrijke katholieke filosoof Emmanuel Mounier.
Mounier hield zich in de schaduw van de grote depressie van de jaren dertig bezig met het formuleren van een katholiek antwoord op zowel het liberale kapitalisme als op het marxisme.
Enerzijds liet hij zien hoe de liberale nadruk op het individu op allerlei manieren leidde tot vereenzaming, vervreemding en uitbuiting.
Maar even kritisch stond hij tegenover het marxisme dat met zijn collectivistische nadruk op de staat slechts kon leiden tot nieuwe onderdrukking ten koste van de waardigheid van de menselijke persoon.
Mounier pleitte voor een postcapitalistische sociale orde waarin sprake zou zijn van een evenwicht tussen de behoefte van de enkeling en de belangen van de gemeenschap.
Die nieuwe sociale orde zou volgens Mounier georganiseerd moeten worden rondom het concept van la personne.
Die term persoon koos hij dus vooral om het verschil uit te drukken met de liberale notie van het individu. In plaats van het menselijk bestaan in exclusief economische termen te beschrijven, is die nadruk op de persoon dus een remedie tegen het materialisme van zowel liberalisme als marxisme.
Mounier's ideeën werden bekend onder de benaming personalisme.
Toen Noué eind jaren dertig naar Vietnam terugkeerde noemde hij zichzelf een personalist.
Het idee van het personalisme als een derde weg tussen liberalisme en marxisme zou, zo hoopte Nou, ook de richting kunnen vormen van het zoeken naar een derde weg in de Vietnamese chaos tussen Frans kolonialisme en communisme.
Noul organiseerde samen met de Franse missionaris Fernand Parel in 1949 een studiebijeenkomst over het personalisme en over andere onderwerpen uit de katholieke sociale leer.
De twee mannen lanceerden zelfs een nieuw tijdschrift in de Vietnamese taal.
In 1952 werden seminars gehouden in diverse steden waaraan ook niet-katholieke intellectuele deelnamen.
Tijdens die bijeenkomsten werd het personalisme uitdrukkelijk niet als een conservatieve leer geportreteerd, maar eerder als een radicale vernieuwing.
Een nieuwe vorm van denken over de Vietnamese politiek, de Vietnamese samenleving en de Vietnamese cultuur.
Het kwam zelfs tot de oprichting van een in het geheim opererende politieke partij.
Een van de vroegste leden was de vakbondsleider Tran Quoc Buu, die zich eerder gedesillusioneerd uit de Vietmin had teruggetrokken en banden onderhield met Europese christendemocratische vakbonden.
Ook begon Ngu aanhang te werven onder de jongere officieren van het leger van de in 1949 opgerichte niet-communistische Vietnamese staat die onder leiding stond van de ex-keizer.
Ngo Dinh Dien was in de jaren 40 al zo bekend dat hij van twee kanten een ministerspost aangeboden kreeg.
Tweemaal heeft hij een dergelijk aanbod afgewezen.
In 1945 heeft hij een aanbod van keizer Baudaille afgeslagen om als minister-president in dienst regering te gaan optreden.
Jem vond die regering teveel aan de lijband lopen van de Fransen.
In datzelfde jaar 1945 werd hij door Vietminstrijders gevangen genomen toen hij van Saigon naar Hu onderweg was.
Begin 1946 komt het dan in Hanoi tot een ontmoeting tussen de gevangengenomen Djem en Ho Chi Minh.
Waarschijnlijk de enige keer dat beide heren elkaar ontmoet hebben.
Tijdens dat gesprek bood ook Ho Djem een ministerspost aan in zijn regering.
Jem heeft ook dat geweigerd, al was het alleen maar omdat net zijn oudste broer door leden van de Vietmin vermoord was.
Desalniettemin werd hij door Ho vrijgelaten.
Sommige communistische leiders hebben dat later openlijk betreurd.
Zoals eerder gezegd probeerde hij samen met zijn broers en anderen een brede nationalistische beweging van de grond te krijgen. Die koos voor een derde weg.
Maar de politieke situatie in 1949 had Diem's manoeuvreruimte voor zo'n derde weg buitengewoon ingeperkt.
Enerzijds behaalde de door Ho Chi Minh uitgeroepen republiek een diplomatiek succes doordat die republiek dat jaar erkend werd door de Sovjet-Unie en door het net ontstaande communistische China.
Die erkenning ging gepaard met allerlei materiële vormen van steunverlening.
Anderzijds was er de niet-communistische regering onder leiding van de ex-keizer Baudet die in 1949 een akkoord sloot met de Fransen waarin Vietnamese zelfstandigheid slechts in een uiterst verwaterde vorm werd toegezegd.
Maar die regering begon nu ook Britse en Amerikaanse steun te ontvangen.
Je ziet in deze jaren de Amerikaanse aanwezigheid voortdurend toenemen.
En voor wie het achteraf wil zien, kunnen we al de eerste contouren zien verschijnen van ideeën en praktijken die tot de latere Vietnamoorlog hebben geleid.
In een verklaring veroordeelde Diem in 1949 dat akkoord van Baudiai met de Fransen als een capitulatie voor Franse pogingen het kolonialisme in een nieuw jasje te herstellen.
In die verklaring bleef hij een alternatieve derde weg voor zijn land aanprijzen.
Die verklaring werd weliswaar door veel ontwikkelde Vietnamesen gelezen, maar bleef zonder veel succes in de zin van een toevloed van nieuwe aanhangers.
En bovendien hoorde hij van wel ingelichte zijden dat de Vietmin hem op een dodenlijst geplaatst had.
Dus, en door de politieke impasse waarin hij zich bevond, en door het levensgevaar waarin hij kwam te verkeren, besloot hij in augustus 1950 Vietnam voorlopig te verlaten.
Dat verblijf in Amerika en in België zou een viertal jaren duren.
[00:38:12] Speaker B: MUZIEK Hij
[00:39:06] Speaker A: gaat op reis in de gezelschap van zijn oudere broer, Bischop Töck.
Eerst ging de reis naar Japan.
Een van de Amerikanen die hij daar ontmoette was de jonge politicoloog Wesley Fischel, die ook verbonden was aan de militaire inlichtingendienst sectie Verre Oosten.
Na 1954 zou deze Fischel nog als een enthousiaste adviseur van Diem in Saigon gaan optreden.
Na Japan reizen beide broers naar de Verenigde Staten.
Daar hebben zij ontmoetingen, onder andere met functionarissen van het State Department, het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Die werden wel geïntegreerd door Diem's idee katholieke militia-strijders te gebruiken als kern van een nieuw te vormen anticommunistisch Vietnamese leger.
Maar de meeste Amerikanen waren toch niet onder de indruk van Diem.
Vervolgens reizen de broers naar Rome, waar zij in een privé-audiëntie door Pius XII ontvangen worden.
Zijn bischoppelijke broer keert dan naar Vietnam terug, maar Diem gaat weer terug naar de Verenigde Staten.
De volgende 2,5 jaar verblijft hij daar meestal in kloosters en seminaries en begint hij rustig te bouwen aan een indrukwekkend Amerikaans netwerk.
In dat netwerk zien we bijvoorbeeld kardinaal Spelman van New York figureren, naast William Douglas, een rechter van het Hoge Rechtshof, naast een aantal leden van het congres en naast talloze journalisten en academici.
Het zijn de jaren waarin de Koude Oorlog op een hoogtepunt is.
Zijn opmerkelijke katholieke anticommunisme is een pluspunt in veel Amerikaanse kringen.
In zijn vele contacten met Amerikaanse katholieken verbindt Diem dit met het idee dat de Vietnamese katholieken de meest betrouwbare anticommunisten van het land zijn.
Hij maakt kennis met de katholieke senatoren Mike Mansfield en John F. Kennedy, die recent reizen door Zuidoost-Azië gemaakt hebben en die tijdens een lunch belangstelling hebben voor Diem's ideeën over een mogelijke derde weg voor Vietnam.
Overigens in niet-katholieke gezelschappen weet hij zijn positie ook heel gemakkelijk in meer seculiere termen uiteen te zetten.
Van belang is ook zijn hernieuwde contact met Wesley Fischel.
We zijn aangekomen in de periode dat de Amerikanen veel geld gaan uitgeven aan zaken die wij later in Nederland ontwikkelingshulp zijn gaan noemen.
Fischel is dan verbonden aan de Michigan State University, een van de universiteiten die zich bezighouden met door de regering betaalde buitenlandse hulpprogramma's.
Hoewel Diem bij veel vooraanstaande Amerikanen wel degelijk indruk maakt, wordt hij door anderen soms toch ook gezien als een soort wereldvreemde monnik.
Die ambivalentie in de Amerikaanse waardering zal als een rode draad door de rest van zijn politieke loopbaan lopen.
In 1953 vertrekt Diem naar België.
Ook daar verblijft hij in een klooster.
Sommigen in zijn omgeving denken dat hij de politiek vaarwel gezegd heeft ten gunste van een monnikenbestaan.
Maar in werkelijkheid houdt hij zich intensief bezig met het herstel van allerlei Vietnamese contacten.
Het komt na vier jaar ook weer tot contacten met Bao Dai.
De ex-keizer is sinds 1949 president van een niet-communistische Vietnamese staat.
Maar Bao Dai verblijft in die jaren vaak in Frankrijk, waar hij veel gezien wordt in casinos en nachtclubs.
Diem ontmoet hem in Parijs.
Later volgt nog een tweede ontmoeting in Cannes, waar gesproken wordt over een mogelijk ministerpresidentschap voor de antifranse Diem als de gemoedkoming aan de groeiende onvrede onder vele niet-communistische nationalisten in het land.
Het is 1954.
We zijn in de dagen van de Franse militaire nederlaag en van de besprekingen in Genève.
Terug in zijn land krijgt hij van president Baudet de vraag of hij minister-president van een nieuwe regering wil worden.
Na een keer geweigerd te hebben beantwoordt hij het verzoek positief.
Wel na de nodige toezeggingen gekregen te hebben omtrent belangrijke bevoegdheden op militair, economisch en bestuurlijk gebied.
[00:44:41] Speaker B: MUZIEK
[00:45:24] Speaker A: Nog even iets over dat oude beeld dat Diem slechts een zaakwaarnemer van de Amerikanen geweest zou zijn.
In de Amerikaanse archieven is nooit enig bewijs gevonden dat de benoeming van Diem als minister-president het directe resultaat is geweest van Amerikaans lobbyen.
Wel speelde bij president Baudet de vele contacten die Diem in Amerika had opgedaan zeker een positieve rol naast de netwerken en organisaties die de broers van Diem in Vietnam zelf hadden opgebouwd.
Maar vanaf het begin werd er zowel door de Amerikanen in regeringskringen als ook binnen de Amerikaanse ambassaden in Saigon zeer verdeeld over Diem gedacht.
Wie kennis neemt van die zeer verschillende Amerikaanse opinies, kan Nodin Jem onmogelijk als een Amerikaanse marionet afschilderen.
Integendeel, al in het voorjaar van 1955 zou zich een sterke Amerikaanse lobby vormen met het doel Jem af te zetten.
Dat zou dan gebeuren met de hulp van de Fransen, die hem sowieso altijd vijandig gezind geweest waren.
Maar die voortdurende ambivalentie in kringen van Amerikaanse beleidsmakers ten aanzien van de persoon Diem, gold eigenlijk ook voor de Amerikaanse houding ten aanzien van het land Vietnam.
President Eisenhower was in 1952 gekozen op een programma waarin beloofd was dat de Verenigde Staten zich zouden inzetten voor een wall-back van recente communistische veroveringen.
Maar zijn beleid was in werkelijkheid erg voorzichtig. Toen de Fransen Eisenhower in 1954 voor de benarde toestand van hun troepen bij Dien Bien Phu om luchtsteun vroegen, werd dat verzoek stevig ondersteund door zijn minister van Buitenlandse Zaken, John Foster Dulles. Maar zijn minister van Defensie, Charles Wilson, meende dat de zaak in Vietnam al verloren was.
Nog Diem, nog enig andere anticommunistische leider zou volgens Wilson nog in staat zijn de enorme sterke militaire en politieke posities waarover Ho Chi Minh kon beschikken te weerstaan.
En Wilson werd daarin gesteund door vele hoge militairen die na de Koreaoorlog niet in een volgend Aziatisch avontuur wilden stappen.
Er waren dus twee kampen, het kamp Dulles en het kamp Wilson binnen de Amerikaanse regering.
Maar in het pro-Diem kamp van Dulles bevonden zich ook invloedrijke mensen zoals Kenneth Young, die in het State Department de afdeling leidde die over Zuidoost-Azië ging.
Als jongeman had de jong, eind jaren dertig, een fietstocht door Vietnam gemaakt.
En hij was toen op onaangename wijze in contact gekomen met de Franse koloniale politie.
En die ervaring maakte de weg vrij voor zijn sympathieën voor wat hij noemde authentiek Vietnamese nationalisme.
Nationalisten dus die zowel anticommunistisch gezind waren, maar zich tegelijkertijd tegen het kolonialisme verzetten.
Jong was een van de invloedrijke Amerikanen die in Diem de man zagen die binnen de traditionele kaders van het land in staat zou zijn aan een moderne Vietnamese nazistaat te bouwen.
Een ander invloedrijk man in het kamp Dulles was senator Mike Mansfield, zoon van arme Ierse emigranten die in die dagen Djem als de enige realistische hoop zag voor het behoud van een anticommunistisch Vietnam.
Begin jaren 60 zou Mansfield overigens Jeris Diem van mening veranderen.
En weer later, in de tijd van president Johnson, zou Mansfield zich ontwikkelen tot een, ook in ons land bekend, criticus van de Amerikaanse politiek in Vietnam.
Hoe het ook zij.
President Eisenhower zag zichzelf voor de lastige keuze gesteld tussen een directe militaire interventie ten gunste van een wegkwijnende Europese koloniale macht en niets doen in het zicht van een verdere communistische opmars in Azië.
Intussen werd Eisenhower in 1954 ook nog eens geconfronteerd met de opvattingen van enkele diehards die het in het zicht van de Franse nederlaag nodig vonden het atoomwapen in Vietnam in te zetten.
Maar even groot als in de Amerikaanse hoofdstad waren het de verschillen van inzicht op de Amerikaanse ambassade in Saigon.
In die jaren werd het ambassadepersoneel behoorlijk uitgebreid, met talloze diplomaten, militaire adviseurs, inlichtingofficieren en technische specialisten.
En in deze kring leefden ook zeer verschillende opvattingen over de vraag hoe de groeiende Amerikaanse steun aan het land besteed moest worden.
Aan de ene kant stond ambassadeur Donald Heath, die sinds 1950 in Saigon diende.
Hij vertegenwoordigde het standpunt dat de Amerikaanse steun vooral via de Fransen geleverd moest worden.
Hij voorzag dat het Franse kolonialisme in het zuiden nog vele jaren zou voortbestaan.
En Heath deelde de Franse opinie over Diem als een onbuigzame, niet flexibel denkende en handelende politicus die op geen enkele manier over de kwaliteiten beschikte om het land te leiden.
De ambassadeur zag Diem dus allesbehalve als de gedroomde redder van het land toen deze in 1954 minister-president van Zuid-Vietnam werd.
Maar andere functionarissen op de ambassade hadden veel positievere denkbeelden over de mogelijkheden van minister-president Diem.
We moeten die verschillende inschattingen over de kansen van Diem natuurlijk wel afzetten tegen de achtergrond van de enorm complexe situatie waarin Zuid-Vietnam zich in 1954 bevond.
[00:52:30] Speaker B: Nadat
[00:52:40] Speaker A: Diem in de zomer van 1954 officieel de opdracht van president Baudet aangenomen had om als minister-president een nieuwe regering in Zuid-Vietnam te vormen, liet hij in een verklaring weten Het beslissende uur is aangebroken.
Ik ben vastbesloten om de Vietnamese natie te leiden, ongeacht de obstakels die we zullen tegenkomen.
Toen Diem deze zelfverzekerde woorden uitsprak, waren er zelfs onder zijn Vietnamese supporters maar weinigen die de kans groot achten dat hij het zelfs voor de kort termijn politiek zou overleven.
Die Vietnamese natie bestond in het zuiden eigenlijk niet en de obstakels waarover hij hier sprak leken onoverkombaar.
Enorme problemen lagen op hem te wachten.
Er was dan eerst het gegeven dat hij een staatsapparaat erfde dat al sinds haar begin in 1949 zwak en inefficiënt was.
En bovendien bij velen de reputatie had sterke banden te hebben met het Franse kolonialisme.
En dan de tweede, Cem zag zich voor de bijna onmogelijke taak regeringsmacht en legitimiteit in een land in te zetten waar ieder centraal gezag ontbrak.
Tijdens de onafhankelijkheidsoorlog was het zuiden met zijn enorme etnische en culturele diversiteit en met zijn lange traditie van verzet tegen bestuur vanuit Saigon een lappendeken geworden van met elkaar concurrerende partijen, facties en warlords.
In de volgende aflevering zullen we zien hoe Diem de bijna onmogelijke opgave aanpakte waarvoor hij stond.
Maar die volgende aflevering zal pas na de zomervakantie uitgezonden worden.
Ik zal vanaf begin september deze serie voortzetten met afleveringen gewijd aan de lotgevallen van de Vietnamese katholieken na 1954.
Hoe is het hen vergaan in hun gedeelde land?
Welke rol speelde zij tijdens de Vietnamoorlog?
En ik zal u natuurlijk ook moeten vertellen over het droevige lot dat velen van hen na de communistische overwinning van 1975 te wachten stond.
In dit radiosaizoen volgen nog herhalingen van programma's die circa 10 jaar geleden werden uitgezonden.
Soms in een herziene versie.
Ik dank u weer voor uw gewaardeerde aandacht.