Arvo Pärt - Een jeugd in Estland

Episode 1 May 25, 2026 00:51:41
Arvo Pärt - Een jeugd in Estland
De Ladder van Jacob
Arvo Pärt - Een jeugd in Estland

May 25 2026 | 00:51:41

/

Show Notes

Afl. 1 | Behalve over de jeugd van Pärt in deze aflevering veel over de moderne geschiedenis van Estland en de opmerkelijke muzikale tradities van dit land . Aandacht met name voor twee invloedrijke Estse componisten van wie Pärt les kreeg: Veljo Tormis en Heino Eller.

Belangrijkste geraadpleegde literatuur:

Muziek:

Piano: Sergei Babayan

Piano: Marcel Wormsviool: Ursula Schoch

Estonian Philharmonic Chamber Choir o.l.v. Tönu Kaljuste

Tuulisbrass o.l.v. István Baráth

Estonian National Symphony Orchestra o.l.v. Paavo Järvi; Ellerheim Girls’Choir

‘De Ladder van Jacob’ is een cultuurhistorisch programma van Radio Maria Nederland waarin Theo Parlevliet, oud-docent geschiedenis, op sprekende wijze u als luisteraar dieper meeneemt in de rijke geschiedenis die de samenleving en Kerk in Europa kent.

View Full Transcript

Episode Transcript

[00:00:00] Speaker A: Beste luisteraar, hartelijk welkom bij de eerste van een serie afleveringen over de componist Arvo Pärt. Ik heb een jaar of tien geleden al eens aandacht aan hem geschonken, maar beperkte me toen tot de tijd tot 1980, het jaar dat hij onder druk van de communistische autoriteiten Estland moest verlaten. In deze serie wil ik ook de periode na 1980 behandelen. Dit mede naar aanleiding van het recent verschenen prachtige boek Componist van de stilte van Twan Geurts. Deze aflevering draagt de titel Een jeugd in Esland. Arvo Pärt is een uitzonderlijk succesvol hedendaags componist naar alle uiterlijke maatstaven waarmee je succes zou kunnen meten. Zijn werken worden tegenwoordig veel uitgevoerd. Hij heeft een zeer divers en internationaal publiek en hij ontving talloze prijzen en prestigieuze opdrachten. Maar succes alleen is natuurlijk geen reden om uitvoerig aandacht aan hem en zijn werk te geven op Radio Maria. Voor de luisteraar die hem niet kent of weinig over hem weet, geef ik eerst een hele korte samenvatting van het leven van deze grote kunstenaar. Maar op haast alles kom ik natuurlijk in deze of latere afleveringen uitvoerig terug. Arvo Pärt wordt in 1935 geboren in een dan nog vrij Estland. Een land dat toen nog staatkundig onafhankelijk was. Wanneer hij negen jaar oud is, in 1944, wordt zijn vaderland door annexatie tot deel van de Sovjet-Unie gemaakt. Al tijdens zijn conservatoriumopleiding begint hij te componeren, afhankelijk in een westers modern idioom. In 1968 veroorzaakt de uitvoering van zijn Credo, een stuk voor piano, koor en orkest, een politiek schandaal. Het stuk wordt als een provocatief trotseren van de officiële communistische kunstopvatting gezien en Credo wordt voor verdere uitvoering voor langere tijd in de band gedaan. Vanaf dan wordt hij door het regime als componist monddood gemaakt. En dan volgt een periode van acht jaar dat hij nauwelijks meer componeert. Die periode, die dus loopt tussen 1968 en 1976, wordt in biografische schetsen vaak aangeduid als een tijd van artistieke heroriëntatie. Maar wat veel belangrijker is, het is ook een periode geweest van een ingrijpende geestelijke heroriëntatie. Bert bekeert zich en treedt toe tot de orthodoxe kerk. De muzikale heroriëntatie loopt uit op een nieuwe componeerstijl, die later meestal wordt aangeduid als de tintinabulli-stijl. De term komt van het oorspronkelijk Latijnse tintinabulum, dat bel of klokje betekent. Tintinabulli is natuurlijk de meervoudsvorm. Ik laat u nu eerst het korte pianostuk uit 1976 horen, dat als de geboorte van deze stijl geldt. De titel van het stuk is Vuur Aline. Het is opgedragen aan Aline, een dochter van vrienden. U hoort er gemakkelijk dat oneindig doorklinkende geluid van klokjes in. Het voorportaal van de evigheid schreef ooit iemand eens over deze muziek. [00:06:11] Speaker B: TV GELDERLAND 2021. Onder [00:07:27] Speaker A: druk van de autoriteiten verlaat Pert met zijn gezin in 1980 de Sovjet-Unie. Hij woont gedurende een korte tijd in Wenen en vestigt zich daarna in Berlijn. Eind jaren negentig is hij met zijn vrouw weer teruggekeerd naar zijn geboorteland. Het is vooral vanaf 1980 dat zijn werk bekender wordt in het Westen. Beste luisteraar, ik ben hier aan het einde van mijn inleidende schetje gekomen en wil nu beginnen met een wat uitvoerigere bespreking van Pert's eerste periode. De arvopert als de in muzikaal opzicht steeds recalcitranter wordende Sovjet-componist. De jeugdige arvopert die begint met het Westers modernisme te omarmen. Maar eerst hoort u nog het bekende Fraatres. Een stuk uit 1977 dat in heel veel verschillende versies bestaat. Ook dit stuk is geschreven in die vroege Tintinabuli stijl. U gaat luisteren naar de versie voor piano en viool, gespeeld door de Nederlander Marcel Worms aan de piano en zijn Duitse collega Ursula Schoch, een prominent violiste in het Concertgebouworkest. [00:09:02] Speaker B: MUZIEK MUZIEK MUZIEK MUZIEK RUSTIGE MUZIEK MUZIEK MUZIEK MUZIEK MUZIEK MUZIEK MUZIEK MUZIEK MUZIEK MUZIEK MUZIEK. [00:20:14] Speaker A: Arvo Pärt heeft in Estland geleefd gedurende de tijd dat het land verschillende politieke regimes gekend heeft. Hij is in 1935 geboren in een staatkundig, zelfstandig Estland. Wanneer we een portret van deze componist willen geven, moeten we, vind ik, ook wel aandacht geven aan het land waar hij opgroeide en natuurlijk ook aan de muzikale tradities van dat land. Toen Pert nog een kleuter was, wordt Esland voor het eerst overlopen door het Rode Leger in het kader van het abjecte Molotov-van-Ribbentrop-pact. Twee jaar later, in 1941, verschijnen de Duitse troepen die in het kader van Operatie Barbarossa de Sovjet-Unie waren binnengevallen. En in 1944 verschijnt het rode lega weer in het land om er de volgende halve eeuw te blijven. Deze simpele zakelijke weergave van de feiten doet weinig recht aan wat de Esten, samen met de andere volkeren in Oost-Europa, in die jaren hebben moeten doormaken. Ik beperk me hier tot Estland, maar veel gaat ook op voor de twee andere Baltische landen. In de periode 1940-1941 beginnen de Russen op grote schaal mensen uit de maatschappelijke elite te arresteren en in goederenwagons naar Siberië weg te voeren. Dominees, leraren, journalisten, politici, kunstenaars, etc. In die periode vallen er in Estland 15.000 slachtoffers als gevolg van de rode terreur. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat de Duitsers in 1941 aanvankelijk als bevrijders worden binnengehaald. De Duitsers maken ook bewust gebruik van de Sovjet-vreedheden door beelden van honderden vermoorde bekende esten te publiceren die vaak nog voorzien zijn van sporen van marteling. Dit verhoogt natuurlijk de ontsteltenis en haat tegen de Russen. In 1944 wordt het land dus opnieuw door het Rode Leger bezet. Die bezetting wordt pas een kleine halve eeuw later weer opgeheven. Ruim 60.000 Esten zijn in 1944 hun land ontvlucht richting Duitsland en Zweden. In de periode 1940-41 en in de periode 1944-1953 worden 140.000 esten gearresteerd en naar andere delen van de Sovjet-Unie gedeporteerd. Een laatste grote golf van deportaties vindt plaats in 1949. De deportaties in dat jaar hebben veel te maken met de collectivisatie van de Esse landbouw en het massale boerenverzet ertegen. In die periode is ook een oom van Pert met zijn familie weggevoerd en nooit meer teruggekomen. Tegelijkertijd vindt er in de naoorlogse jaren een grootscheeps en door de Sovjetstaat gestimuleerd proces van Russificatie plaats. De plaats van de weggevoerden wordt als het ware ingenomen door de talloze Russen die het land binnenkomen. In 1939 bestond 92% van de bevolking uit Esten. Op dit moment is dat cijfer onder de 70% gedaald. U moet al deze vreselijke cijfers natuurlijk afzetten tegen het feit dat het hier om een klein volk gaat. Estland had toen ruim een miljoen inwoners. Wanneer in 1939 het Rode Leger aan de grens verschijnt, worden die miljoen Esten geconfronteerd met een kwart miljoen Sovjetsoldaten, terwijl hun eigen leger uit 18.000 man bestond. Dat weerhoudt een deel van de esten er overigens niet van vanaf 1944 in gewapend verzet te komen. Tot in de jaren 50 bestaat er op het platteland een anticommunistische partisanenbeweging, al is die minder omvangrijk geweest dan in het katholieke Litouwen. Tijdens de jeugdjaren van Arvo Pärt voltrekt zich een proces van soviëtisering in het land. Wie zich serieus wil verdiepen in het leven en het werk van Arvo Pärt ontkomt dan niet aan eerst zijn aandacht te richten op de periode die hij als Sovjetcomponist heeft doorgebracht. Dat is dus de periode tot 1980 toen hij naar het Westen moest vertrekken. Met de term Sovjet-componist wil niets gezegd zijn over Pert's persoonlijke overtuiging in die tijd. De term duidt hier simpel op de uiterlijke omstandigheden van zijn leven. Hij groeit immers op in een communistisch land, ontvangt daar zijn muzikale opleiding en het eerste deel van zijn beroepsleven speelt zich af in een door het communisme bepaalde culturele omgeving. Pet werd dus enkele jaren voor de Tweede Wereldoorlog geboren in het stadje Païde, dat ergens in het midden van Estland ligt. Later, in een lang interview met de Italiaanse musicoloog Enzo Restagno, zegt hij over zijn vroegste jeugd. Er was een klein theater in Paaide waarvan ik mij herinner dat mijn ouders er soms optraden. Ik had ooit een foto van mijn ouders die op het toneel stonden tijdens een voorstelling. Mijn vader was een krachtige gespierde man. Op de foto lijkt hij de rol van een Romeinse gladiator te spelen of iets dergelijks. Mijn moeder verhuisde met mij naar een iets groter stadje, Raquerre, dat ergens half verwegen ligt tussen onze hoofdstad Tallinn en Petersburg. Ik herinner me dat er in de flat waar we in trokken een grote piano stond van het merk Sint-Petersburg. Het was geen goed instrument, maar ik speelde er mijn eerste noten op en gebruikte het tot aan mijn zeventiende. Terugdenkend aan mijn vroegste jaren realiseer ik me dat ik veel vergeten ben. Mijn ouders waren gescheiden voor we naar Racquerre verhuisden. De zoon van onze huisbaas werd mijn stiefvader. De familie waar ik nu deel van ging uitmaken was bijzonder interessant. Er waren drie broers. De oudste was mijn stiefvader. De tweede was een opmerkelijk getalenteerd muzikus die zeer goed piano speelde en over een grote muziekbibliotheek beschikte. De derde was een uitmuntende technisch tekenaar. Wanneer ik er zo aan denk, moet ik toegeven dat ik erg veel geluk heb gehad in een dergelijk milieu terecht te komen. Later bleek de muziekbibliotheek erg bruikbaar voor me te zijn. Maar de eigenaar ervan, de muzikus, was toen al gestorven. Als ik me niet vergis werd onze muziekschool in Rakwerre onmiddellijk na de oorlog opgericht. Omdat we al piano thuis hadden staan, besloot mijn moeder me maar naar die school te sturen. Zo is het allemaal begonnen. Dat was dus toen hij negen jaar oud was. Later is hij ook actief in het schoolorkest en begeleidt zangers die bij feestelijke gelegenheden optreden. In de herfst van 1954, na zijn eindexamen van de middelbare school, vertrekt hij naar de hoofdstad Tallinn om daar zijn muziekstudie voor te zetten. Maar al na een paar weken wordt hij als dienstplichtige opgeroepen in het leger. Arvo mag als muzikus toetreden tot het regimentsorkest, wat zijn diensttijd aanzienlijk aangenamer maakt. Door ernstige ziekte wordt de driejarige dienstplichtperiode ingekrompen tot twee jaar. En daarna kan hij eindelijk aan zijn muziekopleiding beginnen. Om op het conservatorium toegelaten te kunnen worden, moet hij eerst een soort vooropleiding doen. In de herfst van het jaar 1956 betreedt Pert de lokale van de Tallinn Muziekschool en begint daar het vak compositie te studeren bij Veljo Tormis, een Est-componist die toen net afgestudeerd was aan het Moskouse staatsconservatorium, de meest prestigieuze muziekopleiding van de Sovjet-Unie. Veljo Tormis, die in 2017 overleed, is in Estland en in de rest van Oost-Europa een zeer bekend componist. Hij heeft meer dan 500 koorwerken geschreven. U hoort van deze Tormis nu een drietal kostelijke, korte bewerkingen van Estse kinderliedjes. Het eerste heet Bezoek aan Tante. [00:30:29] Speaker B: ZINGT ZINGT ZINGT ZINGT ZINGT ZINGT Het [00:31:07] Speaker A: volgende liedje heet Geitje, ga naar de wei. [00:31:14] Speaker B: MUZIEK [00:31:41] Speaker A: En tot slot van die drietal hoorde hij het charmante De muis gaat naar het bos. [00:32:12] Speaker B: MUZIEK. MUZIEK MUZIEK [00:33:18] Speaker A: U hoorde het Ests Philharmonisch Kamerkor, onder leiding van de ook in ons land zeer bekende Teunoe Kaljoeste. Ik laat in deze aflevering dus ook korte stukken van andere componisten uit Estland horen, want het land kent, net als Letland, een ongelooflijk rijke muzikale traditie. En we moeten de componist Arvo Pärt natuurlijk ook tegen de achtergrond van die traditie begrijpen. Die traditie wordt eerst en vooral gevoed door de vele koren die het land rijk is. Iedere vier jaar in de zomer wordt een nationaal zangfestival gehouden in Tallinn en dat duurt twee dagen. Op het eind van het feest treden de honderden koren gezamenlijk op. Op dat moment zijn er gewoonlijk zo'n 25.000 mensen aan het zingen. Het repertoire bestaat uit esse volksmuziek en muziek die in die stijl geschreven is. Je zou kunnen zeggen dat de opkomende nationale beweging in het 19e eeuwse Esland, toen het land ook al deel uitmaakte van het Russische Rijk, maar ook de latere zucht naar vrijheid in de communistische periode altijd sterk verbonden zijn geweest met muziek en zang. In 1988, het is de tijd van de Perestroika van Gorbachev, loopt een zangfestival in Tartu uit op een massale anti-Sovjet manifestatie. De 300.000 esten die het festival bijwoonden zongen patriotische liederen en riepen politieke leuzen tegen de Sovjet-dictatuur. De Esten als klein volk hebben zich letterlijk zingend van die dictatuur bevrijd. Waarschijnlijk is er geen land ter wereld dat zoveel koren heeft. Niet voor niets bestaat zeker de helft van Pert's muziek uit koormuziek. Het oeuvre van Arvo Pert stoelt mede op die eeuwenoude Esten zangtraditie. Ik kan het nu niet laten u nog een bewerking van een oud Ests volksliedje te laten horen van een mij volkomen onbekende componist. Hij begint met deze regel. Word wakker, mijn hartje, en bezing de lof van de Schepper. [00:35:44] Speaker B: Posita erca iudes Ja, die daad, o ja, daad, o jes, gespeithet meine alla. Ja, o u retinata, en toeziang omhoog, moest u dat hebben in z'n ogen. Zo z'n hap in z'n oog toe. Inmiddels [00:37:24] Speaker A: betreedt de 22-jarige Arvo Pett in de herfst van 1957 voor het eerst als student het gebouw van het conservatorium van Tallinn. Daar is zijn belangrijkste compositiedocent Heino Elyar. We laten Pert zelf weer even aan het woord. Ik herinner me mijn compositieleeraar Heino Elyar en de jaren dat ik met hem mocht studeren met grote dankbaarheid. Ik vind het moeilijk om te zeggen wat het meeste indruk op mij maakte. Zijn manier van lesgeven of zijn persoonlijk charisma. De generositeit en edelmoedigheid van Heino Eljer als persoon en zijn werk hebben zich gedurende de afgelopen decennia in mijn geest vermengd tot één totaalbeeld dat me tot op deze dag beïnvloed. Als een pedagoog stond hij stevast open voor nieuwe ontwikkelingen in de kunsten. Hij liet zijn studenten daarbij hun eigen weg vinden en respecteerde hun persoonlijke beslissingen, ook als deze soms verschilde van zijn eigen artistieke idealen. Hij behoorde tot een totaal andere generatie. Maar via hem kwamen we in contact met de Russische prerevolutionaire aristocratie en haar culturele erfenis. De Sovjet-ideologie was niet in staat zijn opvattingen over menselijke en culturele waarden te ondermijnen. Caracteristiek voor het werk van Heino Elyar is het strikt logische, gecultiveerde, stylistische gevoel. Zijn verfijnde en virtuose orchestratie. Dit brengt hem op het niveau van de grote noordelijke componisten. Je kunt zeggen dat zijn vaderlandlied voor Estland een symbolisch karakter heeft verworven dat slechts te vergelijken is met het belang dat Sibelius' beroemde compositie Finlandia had en heeft voor Finland. Wes, luisteraar, u gaat nu naar dat vaderlandlied van Elia Luisteren, gespeeld door een Ests blaasensemble. [00:40:00] Speaker B: MUZIEK MUZIEK MUZIEK MUZIEK MUZIEK [00:42:58] Speaker A: Elja had de glorie dagen van het conservatorium van Sint-Petersburg in de pre-revolutionaire jaren nog meegemaakt. Esland boorde zoals gezegd voor de revolutie tot het Russisch Rijk. Hij had in zijn leven veel dramatische tegenslagen meegemaakt. Tijdens het eerste jaar van zijn vioolstudie in Sint-Petersburg had hij zijn arm dusdanig geblesseerd dat hij zijn studie voor langere tijd moest onderbreken. Na een studie rechten diende hij tijdens de Eerste Wereldoorlog als soldaat in het Tsaristische leger. Na die oorlog vatte hij zijn vioolstudie weer op en behaalde op 33-jarige leeftijd het einddiploma op het conservatorium. En hierna keerde hij terug naar Esland, waar hij les ging geven en zich ontwikkelde tot de componist in het muzikale leven van Esland. Tijdens de Duitse bezetting werd zijn Joodse vrouw, de pianiste Anna Kramer, door de Duitsers weggevoerd. Zij stierf in een Duitse concentratiekamp. Elher zelf behoort nog duidelijk tot een laat romantische school. Maar tegelijkertijd was hij ook een groot kenner van de ontwikkeling van de moderne muziek in het Westen. Via hem komen Pert en zijn medestudenten in contact met die muziek. Waarschijnlijk was Elher op dat moment de enige componist in Esland die zoveel kennis had van de nieuwe muziek in het Westen. Hij liep toen al tegen de 70. Pert begon zijn opleiding aan het Conservatorium van Tallinn in de periode die vaak wordt aangeduid als de periode van de dooi. Dit was een periode van enkele jaren van wat grotere culturele vrijheid die werd ingeluid door de onthullingen die Krutjof tijdens een redenvoering in 1956 deed over de Stalin-periode. Het zogeheten 20ste partijcongres. Onthullingen die overigens op geen enkele manier recht deden aan de ware omvang van de rode terreur. Nog aan de rol die Kroetjof zelf gespeeld had in de Oekraïne. En we moeten ons ook geen overdreven voorstelling maken van de culturele vrijheid in de tijd dat Pert studeerde en werkte in Esland. Een belangrijk verschil was wel dat de generatie van Arvo Pärt de existentiële angst waarin mensen als Shostakovich van tijd tot tijd in de Stalin-tijd hadden moeten leven, nauwelijks meer kende. Maar ook Pärt maakte al snel kennis met de beperkingen die een componistenbestaan in de Sovjet-Unie kende. Hij had als jong talentvol student een neoclassiek pianostuk Partita geschreven. Met zes medestudenten werd hij door de directie van het conservatorium in december 1958 naar Moskou gestuurd, waar het bestuur van de componistenbond van de Sovjet-Unie een tiendaagse bijeenkomst hield, waar stukken van jonge componisten uit alle hoeken van het Sovjetrijk tegen het licht werden gehouden. In een resolutie werd zijn stuk, samen met enkele andere ingezonden stukken, aangeduid als een niet-navolgingswaardige compositie, als afkeurenswaardig voorbeeld van formalistische experimenten. De 23-jarige werd door de heren voorgehouden dat zijn ideologische en creatieve ontwikkeling nog ernstige tekorten vertoonde en dat naast een onderwaardering voor de nationaal-folkloristische muziek ook een zekere neiging naar moderne tendenties te bespeuren waren in zijn werk. Dit soort zwaarwichtige taal kon de loopbaan van componisten maken of breken. Al was er lang niet altijd een consistente lijn te ontdekken in de oordelen van het culturele partijestablishment. Wat in zekere periode ernstig werd afgekeurd, kon enkele jaren later weer goedgekeurd worden. In 1962, Pert stond nog steeds ingeschreven aan het conservatorium, ontving hij een officiële prijs voor een stuk dat hij eind jaren 50 al geschreven had. Het is een kantate voor orkest en kinderkoor en het heet Mijn Tuin. Het is het oudste stuk van Pert waarvan ik een opname heb kunnen vinden. Het staat als opus 3 in zijn werkenlijst. U hoort in een recente opname het eerste deeltje uit deze kantate gespeeld door het Nationaal Symfonieorkest van Esland, onderwerp van Paavo Jarvi. [00:48:23] Speaker B: MUZIEK EN ZANG ZANG EN MUZIEK MUZIEK MUZIEK [00:50:30] Speaker A: Beste luisteraar, ik neem afscheid van u. Volgende week kunt u luisteren naar de volgende aflevering die als titel heeft Op zoek naar nieuwe klanken. U zult in die aflevering kunnen horen hoe Arvo Pärt zich in de jaren 60 en 70 ontwikkelde van een op het westen georiënteerde avant-garde kunstenaar tot de schepper van een geheel eigen unieke klankwereld. Wanneer u de afleveringen over de Poolse componist Koretsi beluisterd hebt, weet u dat ook Koretsi een dergelijke ontwikkeling doorliep. Gegevens over de muziekfragmenten vindt u zoals eerder gezegd in de programma-toelichting van deze aflevering op de site van Radio Maria en op de podcast-platforms waar u zich ook kunt abonneren op de Ladder van Jacob. U kunt alle door mij gebruikte muziek ook heel gemakkelijk op Spotify vinden met die gegevens. Ik dank u weer voor uw gewaardeerde aandacht en hoop u volgende week weer bij uw toestel aan te treffen.

Other Episodes

Episode 2

February 10, 2026 00:51:35
Episode Cover

Over het wonderlijke leven van Jimmy Lai

Afl. 2 | Een rechtbank in Hongkong heeft afgelopen december de katholieke zakenman Jimmy Lai schuldig bevonden aan samenspanning met buitenlandse machten en het...

Listen

Episode 1

May 04, 2026 00:58:42
Episode Cover

Henryk Gorecki - Aanvoerder van de Poolse avant-garde

Afl. 1 | In deze aflevering wil ik u vertellen en vooral laten horen hoe de jonge Henryk Gorecki (1933-2010) in de jaren vijftig...

Listen

Episode 6

March 09, 2026 00:48:31
Episode Cover

De katholieken van Vietnam - Over het nieuwe keizerrijk

Afl. 6 | Deze aflevering gaat vooral over de regeerperiodes van keizer Gia Long en Minh Mang. Vooral onder Minh Mang vinden kerkvervolgingen plaats....

Listen