De Katholieken van Vietnam - Over de negentiende eeuwse martelaren van Vietnam 

Episode 7 March 16, 2026 00:59:01
De Katholieken van Vietnam - Over de negentiende eeuwse martelaren van Vietnam 
De Ladder van Jacob
De Katholieken van Vietnam - Over de negentiende eeuwse martelaren van Vietnam 

Mar 16 2026 | 00:59:01

/

Show Notes

Afl. 7 | Ik begin deze aflevering met een verwijzing naar de heiligverklaring in 1988 door paus Johannes Paulus II van 117 martelaren die in de 19e eeuw op Vietnamese bodem de marteldood gestorven zijn. Ik probeer drie van hen een gezicht te geven en probeer in grote lijnen de complexe achtergronden van de antikatholieke pogroms te schilderen die vooral in de jaren 1850 en 1880 plaatsvonden.

De belangrijkste geraadpleegde literatuur:

Guy-Marie Oury, Le Vietnam des Martyres et des Saints (Parijs 1988)

Jacob Ramsay, Mandarins and Martyrs. The Church and the Nguyen Dynasty in Early Nineteenth-Century Vietnam (Stanford 2008)

Pieter Meulendijks, Een Nieuwe Geschiedenis van Vietnam (Zoetermeer 2016)

Muziek

Visions fugitives van Sergei Prokofiev piano: Laurent Cabasso

(CD 1992 Audivis Valois)

‘De Ladder van Jacob’ is een cultuurhistorisch programma waarin Theo Parlevliet, oud-docent geschiedenis, op sprekende wijze u als luisteraar dieper meeneemt in de rijke geschiedenis die de samenleving en Kerk in Europa kent.

View Full Transcript

Episode Transcript

[00:00:04] Speaker A: De ladder van Jacob. Literatuur, geschiedenis en muziek met Theo Parlevliet. [00:00:16] Speaker B: Beste [00:00:21] Speaker A: luisteraar, welkom bij de zevende aflevering van mijn serie, de katholieken van Vietnam. Deze aflevering heet Over de negentiende-eeuwse martellaren van Vietnam. Eerst weer een beknopt overzicht van het direct voorafgaande. In de vorige aflevering schetste ik de algemene geschiedenis van het Vietnamese keizerrijk, zoals dat als zelfstandige staat bestaan heeft in de negentiende eeuw. De geschiedenis van dat keizerrijk begon met de troonsbestijging door een prins uit de oude vorstelijke familie Nguyen, die dertig jaar eerder door de Thaïsson opstandelingen uit de oude stad Hu verdreven was. Dat was prins Nguyen An. Ik vertelde u in aflevering 5 uitvoerig het verhaal van de opmerkelijke vriendschap tussen deze prins en de Franse missionaris Pierre Pigneau de BN. En ik vertelde u toen ook hoe verschillend het optreden van monseigneur Pigneau in de Franse en Vietnamese geschiedschrijving is beoordeeld. In de vorige aflevering vertelde ik u hoe Vietnam in het jaar 1802 voor het eerst in zijn geschiedenis een politieke eenheid ging vormen onder leiding van deze prins Aan, die als keizer Tsa Long de troon besteeg. Deze eerste keizer stond relatief verzoenend tegenover de kerk. Zijn katholieke vriend, monsieur Pinho, was al in 1799 gestorven. Over het aantal katholieken dat in het begin van de 19e eeuw in Vietnam leefde bestaat alleen maar tamelijk ruwe schattingen. Dat is overigens heel begrijpelijk omdat die onzekerheid ook geldt voor de aantallen betreffende de totale bevolking. Schattingen van het bevolkingsaantal in het noorden lopen bijvoorbeeld uit 1 van bijna 6 miljoen tot 10 miljoen. In die tijd telde Vietnam naar schatting circa 400.000 katholieken. Verreweg de meeste woonde in Ton Kinh, in het noorden dus. In het zuiden leefden tussen de 10.000 en 15.000 katholieken. En dan leefde nog een derde groep katholieken in of rondom de keizerstad Hu. Ca. 180 inheemse priesters plus een beperkt aantal buitenlandse missionarissen verzorgden tijdens het begin van de 19e eeuw de zielzorg. Vooral in het Diepe Zuiden was gedurende die jaren het aantal priesters beperkt. Het kwam voor dat gelovigen die in de verre Rimbu woonden tientallen jaren geen priester zagen. In de loop van de 19e eeuw zal het aantal buitenlandse, vooral Franse missionarissen, wel flink toenemen. Één van de oorzaken van de verschrikkelijke christenvervolgingen van die eeuw. Want na het bewind van keizer Zalong begon de situatie voor de kerk snel te verslechteren. Vanaf 1825, onder de tweede keizer Ming Mang, werden allerlei antichristelijke decreten uitgevaardigd en begon een periode van heftige christenvervolgingen. Tijdens de regeerperiode van de eerste twee keizers was de culturele invloed van China en van het Confucianisme groot. Dat was vooral het geval tijdens de regering van de tweede keizer, Ming Mang, de zoon van de favoriete concubine van Jialong. Die Chinese culturele invloed zien we onder Ming Mang ook op staatkundigebied. In de wijze van besluitvorming, in het rechtspreken en in het recruteren van functionarissen. Ik wijde ook uit over de 19e eeuwse renaissance in Vietnam van traditionele Chinese ideeën over het sacrale keizerschap. Die herleving zorgde voor een diepere kloof tussen de heersende ideeën binnen het Vietnamese establishment en het katholieke wereldbeeld. Keizer Ming Mang wilde het gedecentraliseerde bestuurssysteem van zijn vader vervangen door een meer centralistisch systeem. En dat riep vooral in het zuiden veel verzet op. Veel daar wonende katholieken steunde een separatistische opstand, wat bij Ming Mang het toch al grote wantrouwen tegen de kerk aangewakkerd heeft. We zagen ook dat de centraliserende politiek van keizer Ming Mang ook leidde tot een afgedwongen assimilatiepolitiek ten opzichte van de vele niet-Vietnamese etnische groepen in het land. In wezen ging het hier over een politiek van gedwongen Vietnamisering. Ik besprak ook de houding van de keizers tegenover de steeds meer oprukkende Westerse machten. Dikwijls is door Westerse historici die houding te simpel voorgesteld als zouden deze eerste keizers hun land doodeenvoudig hebben willen afsluiten voor Westerse invloeden. Ik vertelde u hoe in werkelijkheid hun houding zich door een grote mate van tweeslachtigheid kenmerkte. Verwand aan het wantrouwen tegenover de Europese machten was het wantrouwen tegenover de buitenlandse missionarissen. En in het verlengde daarvan vaak het wantrouwen tegenover de gehele kerk in Vietnam. De negentiende eeuw heeft na het bewind van de eerste keizer in Vietnam massale en bloedige christenvervolgingen gekend. die bloedige en massale vervolgingen zijn in het verleden door verschillende groepen nogal uiteenlopend beoordeeld. Franse auteurs uit de koloniale tijd hebben de antikatholieke maatregelen van de keizers en de bloedige antikatholieke pogeroms op het platteland vaak voorgesteld als een rechtvaardiging van het koloniale ingrijpen door Frankrijk. Veel van die voorstanders van koloniaal optreden waren overigens vaak helemaal niet altijd zo begaan met het lot van de kerk in Vietnam. Anderzijds, Franse katholieken in Frankrijk hebben wel degelijk, onder invloed van de schokkende verhalen die zij vernamen, soms geijverd voor Frans militair ingrijpen om de geloofsgenoten te beschermen. Dat deden ze al in de regeerperiode van Napoleon III. Ook Franse missionarissen in Vietnam hebben soms luidruchtig om een dergelijk ingrijpen gevraagd. Sommige Vietnamese nationalistische historici hebben de missionarissen en de gelovigen daarom vaak als verraders neergezet, als een soort vijfde kolonne die de stabiliteit van de Vietnamese samenleving ondermijnde en zo op deze wijze de Franse invasie voorbereid hebben. Ook de communistische Vietnamese historici hebben na 1945 de katholieke kerk stevast voorgesteld als de promotor van het Frans imperialisme. Maar wie kennis neemt van recent verschenen studies, zo vertelde ik u, ziet dergelijke simplistische zwart-wit beeldvorming al snel verkruimelen. De relatie tussen kerk en kolonialisme was in Vietnam veel complexer. Ook daarover later meer. Ik vertelde u ook hoe we bij die vrede en massale christenvervolgingen minstens drie redenen kunnen onderscheiden. In de eerste plaats konden buitenlandse missionarissen en Vietnamese katholieken inderdaad gemakkelijk als een bedreiging voor de binnenlandse stabiliteit van het keizersbewind gezien worden. De keizers zagen soms een deel van hun katholieke onderdanen oppositiebewegingen steunen. Keizer Ming Mang zag bijvoorbeeld hoe een opstand in het zuiden ook door een deel van de daar wonende katholieken gesteund werd. Later is er zelfs in het noorden nog een opstand geweest die onder leiding stond van een katholieke pretendent. Dat was een zekere Pierre Le Duy-Fung, die uit een oude noordelijke dynastie stamde. Een tweede reden lag in de snelle groei van het contingent buitenlandse, vooral Franse, missionarissen in deze eeuw. Die toename was weer een gevolg van de opbloei van de Franse kerk na de Franse revolutie en een groeiend missiebewustzijn in Frankrijk dat daar deel van uitmaakte. En de derde reden, de keizers gaan de katholieke kerk heel gemakkelijk als bedreiging zien in het kader van de internationale politiek. Opkomende westerse machten in de 19e eeuw zien zij natuurlijk heel makkelijk ook als christelijke nazi's. Onder keizer Ming Mang veroveren de Engelsen in 1824 vanuit India Burma. En de keizer ziet die verovering als een stap van Europa op weg naar overheersing van Zuidoost-Azië. Al in 1817 was een Frans oorlogsschip de haven van Da Nang binnengevaren. En de Fransen begonnen toen te eisen dat de bepalingen van het dertig jaar eerder gesloten verdrag van Versailles alsnog uitgevoerd moesten worden. U weet nog wel uit de vorige aflevering hoe dat verdrag onder bemiddeling van de Franse bischop Pierre Pigneau was gesloten, maar hoe er nooit veel terecht was gekomen van de toen toegezegde Franse steun. Tot zover mijn beknopte samenvatting van het voorafgaande. Beste luisteraar, de korte pianostukjes in deze aflevering zijn weer afkomstig van de componist Prokofjev. [00:11:37] Speaker B: MUZIEK Ik [00:12:30] Speaker A: neem u nu eerst mee naar een gebeurtenis uit de 20e eeuw. We gaan terug naar 19 juni 1988. Toen verzamelden zich honderden in het buitenland levende Vietnamese katholieken in de Sint-Pieter van Rome. Op die dag werden 117 martelaren door paus Johannes Paulus II heiligverklaard. Het allergrootste deel van deze 117 martelaren stierf gedurende de periode 1838-1883 de marteldood. 58 van hen werden onder de tweede keizer Ming Mang vermoord, 50 tijdens het bevind van de vierde keizer Tu De. 96 van die 117 martelaren waren van Vietnamese afkomst. Onder hen vinden we priesters en leken. Die leken waren vooral katechisten. En verder bevinden zich op die lijst nog de namen van 10 Franse missionarissen. Dat waren seculiere priesters die uitgezonden waren door het eerder door mij besproken Missie-Institut Mission étrangère de Paris. En tenslotte zien we nog elf priesters en bischoppen van Spaanse afkomst op de lijst staan. Enkele van deze 117 martelaren zullen dadelijk nog in mijn verhaal figureren. De heiligverklaring van 1988 werd overigens door het regime in Vietnam als een vijandige provocatie gezien. Die 117 mensen waren immers volgens de dominante communistische opvatting slechts vijanden van het volk en van de natie geweest. In mijn verhaal over pater Alexander de Rood kwam uitvoerig de marteldood van zijn katechist André aan de orde. Zijn volledige Vietnamese naam luidde overigens André de Phu Yen. Hij behoorde niet tot de 117 die door Johannes Paulus heilig zijn verklaard in 1988. Deze Vietnamese lekenkatechist werd, zoals we zagen, in 1644 gedood en wordt vaak als de eerste martelaar van de Vietnamese kerk gezien. André werd op 5 maart 2000 door paus Johannes Paulus II zalig verklaard. Dat getal 117 zegt overigens erg weinig over het totale aantal katholieken dat gedurende die periode is omgebracht. Het geschatte aantal voor de gehele 18e en 19e eeuw ligt tussen de 130.000 en 300.000. Dat zijn allemaal gelovigen die of als gevolg van direct gerechtelijk overheidse optreden, of door militair geweld, of door communaal geweld, zeg maar door anti-katholieke pogroms zijn omgebracht. We gaan nog even terug naar de toestand van de kerken in Vietnam aan het eind van de 18e eeuw. Die is precair te noemen. In de eerste plaats doordat door de revolutionaire woelingen in Frankrijk de aanwas van nieuwe missionarissen gedurende langere tijd stokte. Ik vertelde u eerder over het ontstaan van het missieinstituut in Parijs dat zoveel seculiere priesters naar het Amerikaanse continent en het Verre Oosten gestuurd had. Maar in het jaar 1792 wordt het gebouw van het Parijse seminarie getransformeerd in een kazerne en worden de staf en de studenten verspreid over Frankrijk en het buitenland. Het missiehuis zelf wordt te koop gezet. Onder Napoleon lijken eerst betere tijden aan te breken, maar de keizer eist de macht over het instituut op. Dat zou betekent hebben dat oude tijden terugkeerden. De Spaanse en Portugese patronage van vroeger zou getransformeerd worden in een Franse patronage. Uiteraard weer ten koste van de invloed van de kerkleiding in Rome. een poging om het Parijse seminarie in Italië herop te richten, mislukt. En ook in de eerste jaren na Napoleon blijft de aanwas van nieuwe missionarissen stokken, omdat de Franse kerk haar priesters in Frankrijk nodig heeft om de enorme schade die de revolutie aan de Franse kerk tweegebracht heeft, enigszins te herstellen. Tussen 1792 en 1817 vertrekken slechts twaalf priesters naar de missiegebieden en een fractie daarvan zal bestemd zijn geweest voor Vietnam. Vervolgens werd in 1825 door de keizer dat decreet uitgevaardigd waarin het verboden werd voor buitenlandse missionarissen het Rijk te betreden. En al snel vloeit het eerste martelarenbloed. Onder keizer Ming Mang werden volgens Vaticaanse bronnen 130 priesters, missionarissen en lekenleiders ter dood gebracht. Maar het totale aantal katholieke slachtoffers moet in de tienduizenden hebben gelopen. Tussen 1833 en 1838 liet hij tien Europese missionarissen ter dood brengen, onder wie zes Fransen en drie Spanjaarden. Een manier om te achterhalen wie vasthield aan het geloof was alle dorpsbewoners optrommelen en ieder van hen te dwingen over een houten kruis te lopen. Soms werd zo'n dorp eerst door militairen van de buitenwereld afgesloten. Soms knepen lokale functionarissen een oogje dicht na de betaling van een afkoopsom. Anderzijds werden mandarijnen, legerofficieren, dorpsbestuurders en boeren die katholieke aangaven of arresteerden beloond met hoge baantjes of geldbedragen. Ik wil nu drie priesters aan u voorstellen die onder keizer Ming Mang de marteldood zijn gestorven. Pierre Le Thuy is een Vietnamese priester die in het noorden werkt. Hij is de zestig al gepasseerd. Hij wordt staande gehouden wanneer hij met de sacramenten heimelijk op weg is naar een zieken. De lokale provinciegouverneur wil hem wel tegen betaling van een los geld vrij laten indien de priester verklaart dat hij het beroep van dokter uitoefent. De priester weigert dat. drie maanden gevangenschap volgen waarin de priester voet bij stuk houdt tijdens diverse ondervragingen. En dan wordt de zaak voorgelegd aan de Keizerlijke Raad. Op 11 november 1833 wordt hij in het openbaar onthoofd in het gezelschap van een grote massa mensen die de moed bewonderen waarmee de priester zijn dood tegemoet loopt. Een week later ondergaat de Franse missionaris François-Isidore Gagelin hetzelfde lot. Gagelin was in september 1821 in Vietnam aangekomen. Hij verbleef na 1825 onder dwang twee jaar onder toezicht aan het Hof van de Keizer. Hem werd de titel van mandarijn eerste klas aangeboden. Hij weigerde. Hij slaagde er soms in zijn bewakers te misleiden of om te kopen. Hij schreef, Ik maakte gebruik van alle mij geboden gelegenheden onze heilige godsdienst bekend te maken aan de ongelovigen in het paleis en in de stad. Wanneer de keizer me iemand stuurde met iets om te vertalen, bracht ik altijd God of een of andere geloofswaardheid ter sprake, al naar gelang de omstandigheden. maar ik hield er vooral van de inwoners van de stad te spreken over de goede boodschap. Tijdens de kerstdagen van 1827 schreef hij Dankzij de achterloosheid en soms de welwillendheid van onze bewakers kunnen we ons van tijd tot tijd, buiten medeweten van zijn majesteit, tijdens de zon en feestdagen naar de naburige christengemeenschappen in de stad begeven om er de heilige mis op te dragen en onze arme kinderen enkele woorden van troost te bezorgen. Op voorspraak van de zuidelijke onderkoning Le Van Jet mocht hij in 1828 naar het zuiden vertrekken. Na de publicatie van het edict van 1833 probeerde hij een toevlucht te zoeken in het gebergte. Maar toen hij hoorde over de huiszoekingen, de gevangenneming en de folteringen waaraan de trouwe gelovigen werden onderworpen, besloot hij in mei 1833 zijn schuilplaats weer te verlaten en zichzelf aan te geven. Op 17 oktober van hetzelfde jaar werd François Isidore Gagelin na onbeschrijfelijke folteringen in de keizerstad Hoe geëxecuteerd. Hij was de eerste missionaris in vijftig jaar die dat lot trof. De laatste executie van een missionaris vond plaats in de tijd van de Taisson opstand. Cargallin werd door de christenen van het dorp Foucambe begraven, maar de keizer had in een kategorismus gelezen dat Jezus de derde dag was opgestaan en dus gaf hij bevel het lijk ter verificatie op te graven. In de geschiedschrijving wordt soms een direct verband gelegd tussen de opstand in het zuiden en de golf van christenvervolgingen. Maar de executie van deze beide priesters vond al voor het uitbreken van die opstand plaats. Wel mag men in de christenenvervolgingen de rancune en zelfs haat zien die de keizer opgevat had ten opzichte van de beschermheer van de christenen in het zuiden. U weet wel Le Van Jet, de man met de tijger. De keizer liet zelfs na het onderdrukken van die opstand het lichaam van die onderkoning opgraven, liet zijn gebeenten verpulveren en vervolgens de stoffelijke resten via een kanon in de lucht schieten. Omdat sommige katholieken in het zuiden om begrijpelijke redenen de opstand gesteund hebben, is het niet altijd makkelijk de katholieke slachtoffers van politiek getinte repressages te onderscheiden van authentieke martelaren. Het optreden van de in 1988 heiligverklaarde Franse priester Joseph Marchand heeft wel eens in dergelijke discussies een rol gespeeld. Is hij voor zijn geloof gemarteld en gestorven of was hij betrokken bij de opstand? Hoe zat dat? Jozef Marchand was als jonge priester nog maar enkele jaren in het land. Hij arriveerde er vijf jaar na het uitkomen van het edict dat de binnenkomst van buitenlandse priesters onder strenge straffen had verboden. Dus formeel was zijn verblijf in Vietnam illegaal. We zien hem in 1835 verblijf houden in de citadel van de rebellerende zuidelijke stad Dong Nai. De Franse kolonisatoren zullen die stad later Saigon noemen. Die citadel was enkele decennia eerder door een Franse vestingbouwer aangelegd. In 1835 wordt de citadel belegerd en uiteindelijk ingenomen door een overmacht van keizerlijke troepen. Onder de aanwezigen bevinden zich 66 katholieken, waaronder vrouwen en kinderen. Was Marchand daar om die katholieken bij te staan of behoorde hij ook tot de opstandelingen? Na de val van de citadel werd hij gevangen genomen. Net nadat hij een heilige mis opgedragen had. Het was het feest van de geboorte van Maria. De vesting wordt met de grond gelijkgemaakt. Enkele opstandelingenleiders werden ter berechting naar de stad Hoe overgebracht. In hun gezelschap bevindt zich ook Jozef Marchand. Hij maakt de reis naar Hoe in een soort kooi. De rest van de verdedigers, inclusief de katholieken, waren in een grootschalig bloedbad om het leven gekomen. Wanneer de 32-jarige Joseph Marchand in Hoe voor zijn rechter staat, ontkent hij een actieve rol in de revolte gespeeld te hebben. We lezen in een rechtbankverslag Je ontkent, zegt de mandarijn, op een of andere manier aan de opstand te hebben deelgenomen. Goed, dat zal ik niet meer bestrijden. Maar je ontkent niet dat je hier gekomen bent voor de godsdienst. En je weet dat de keizer dat streng verboden heeft. Het is dus nodig dat je moet boeten voor dit vergreep, met de juiste straf. Maar je kunt elke straf ontlopen op voorwaarde dat je je godsdienst opgeeft en dat je over het kruisbeeld zal lopen. Er zullen nog andere ondervragingen volgen die ieder ook vergezeld gaan met de vreselijkste voltringen. Tijdens die ondervragingen gaat het nauwelijks meer over de opstand, maar veel meer over godsdienstige zaken. Marchand wordt onder afschuwelijke omstandigheden ter dood gebracht. Hij wordt levend geveeld en in stukken gesneden. Een straf die aan verraders gegeven wordt om te voorkomen dat hun geest in het hiernamaals hun lichaam kon herstellen. Hoe werd er later over Jozef Marchand geoordeeld? In de katholieke literatuur overheerst de opvatting dat hij niet wegens rebellie ter dood is gebracht, maar omdat hij enkele jaren geleden de Vietnamese bodem heeft betreden om Christus te verkondigen. En daaraan lag weer zijn besluit ten grondslag, zijn geboortestreek, de Franche Comté, te verlaten om naar het Parijse seminarie in de Rue du Bac te gaan. en vandaar werd hij door de MEP als missionaris naar Vietnam uitgezonden. In die katholieke literatuur wordt hij beschreven als een slachtoffer van de omstandigheden. Maar door koloniale historici werd Joseph Marchand vaak neergezet als een actieve, zei het ook enigszins naïeve, deelnemer aan de opstand. Een Vietnamese communistische historicus heeft hem in een artikel uit 1974 zelfs afgeschilderd als een geheim agent van een Franse imperialistische klik. Hoe zit dat? Ik heb het standaardwerk van de Amerikaanse historicus Jacob Ramsey erop nagelezen. Dat Engelstalige boek heet Mandarijnen en Martelaren en is een diepgaande studie over de kerkvervolgingen in de eerste helft van de 19e eeuw. Ramsey schrijft uitvoerig en gedocumenteerd over Marchand. Weinig missionarissen, zo meent hij, zijn zo controversieel geweest in de debatten over het precoloniale Vietnam als hij. De missionaar is al 30 jaar oud en verbleef pas twee jaar in het land. Te kort om een sterk engagement ten aanzien van de binnenlandse verhoudingen te ontwikkelen. Hij zal de taal slecht gesproken hebben. En in die twee jaar was hij bovendien bijna steeds ziek geweest. Wat het ook niet waarschijnlijk maakt dat hij als een zelfbewuste en krachtdadige opstandelingenleider is opgetreden. In een overgeleverde brief van hem schrijft Ramsey is zijn visie op de zuidelijke rebellie weinig coherent. Onmerkelijk is het dat de rebellen aan hem vragen hoe het overwinningsteken dat Constantijn de Grote in 312 gebruikt heeft, eruit heeft gezien. U weet wel dat La Baroum monogram wat bestaat uit de g en de ro uit de naam van Christus. Zeg maar de x en de p van ons alfabet. Marchand schrijft dat hij dat geweigerd heeft te geven, maar dat de rebellen die informatie van een Vietnamese priester gekregen hebben. Hij schrijft ook dat toen hij in de citadel aankwam, zaken die hij nodig had om de heilige mis op te dragen, in eerste instantie door de rebellen geconfiskeerd werden. Kortom, Wemsey is de opvatting toegedaan dat Marchand geen belangrijke politieke rol gespeeld heeft. En dus, dat is dan mijn conclusie, inderdaad als martelaar gestorven is. [00:32:24] Speaker B: MUZIEK TV Gelderland 2021 [00:33:55] Speaker A: Keizer Ming Mang stierf in het jaar 1840. Toen brak er voor de kerk weer een periode van relatief grotere rust aan. Relatief, missionarissen konden nog wel gevangen gezet worden of verbannen, maar werden niet meer te dood veroordeeld. We lezen zelfs over het bijeenkomen van een in het geheim gehouden kerkvergadering in 1841. Daar werden enkele besluiten genomen over het leven in kerk en gezin. Vrouwen moesten voortaan een doek dragen wanneer ze ter communie gingen. Kinderen mochten niet in hetzelfde bed slapen als hun ouders. En ook jongens en meisjes dienden separaat te slapen. Ook kwamen er meer regels in het kader van de doopvoorbereiding. De wijze waarop katholieke gemeenschappen met rust gelaten werden hing vaak sterk af van de houding van lokale bestuurders. Met name konden die gemeenschappen zich vaak met geld een grote mate van tolerantie verschaffen. U moet zich dus realiseren dat er ook langere perioden in de 19e eeuw waren dat de katholieken met rust gelaten werden. Er zijn zelfs wel voorbeelden te geven van katholieken die een vooraanstaande rol aan het hof gespeeld hebben. Een nieuwe periode van massale onrust en onderdrukking brak aan in 1858, toen de Fransen het land binnenvielen. Eerst was er een Frans-Spaanse maritieme aanval op de stad Da Nang. Een jaar later voeren Franse schepen de haven van Saigon binnen. Na vier dagen van strijd werd het garnizoen verslagen. Berichten dat de Fransen geholpen werden door katholieken zorgden voor nieuwe repressie vanuit de keizerstad Hoe. Opnieuw verschenen decreten met het bevel dat katholieken hun godsdienst moesten herroepen. Duizenden katholieken werden geïnterneerd en kregen een tatoeage met de tekst Ta Da O op hun gezicht, dat zoiets betekende als heiden of ketter. De zich ontvouwende Franse verovering van het zuiden vormde weer de aanleiding voor bloedbaden. Haat ten aanzien van de Fransen leidde vaak weer tot haat ten aanzien van de katholieken. Bij de Nederlandse auteur Meulendijks vond ik een degelijk overzicht van de discussie in de historische literatuur over de belangwekkende vragen in hoeverre Franse missionarissen en Vietnamese katholieken dat Franse optreden gesteund hebben. In de nationalistische en communistische Vietnamese literatuur werd de kerk natuurlijk vaak volledig vereenzelvigd met de Franse imperialisten. Maar ook in de oudere Franse katholieke literatuur gebeurde dat. Een negentiende-eeuwse katholieke journalist als Louis Fariault had er in Frankrijk weinig moeite mee de koloniale politiek van Frankrijk in positieve zin te duiden als een verovering van de wereld namens Christus. En in ieder geval als een bijdrage tot versterking van de missie. En met groot gemak legde hij een verband tussen een Franse beschavingsmissie in de wereld en het belang van de christelijke beschaving. Ook in latere tijden komen we iets dergelijks af en toe nog wel tegen. In mijn inleidende eerste aflevering liet ik u horen hoe kardinaal Spelman van New York in 1966 tegen Amerikaanse soldaten in Vietnam de oorlog voorstelde als een verdediging van de beschaving. En letterlijk zei hij toen ook, de Amerikaanse soldaten zijn de soldaten van Christus. Zij vechten voor God. Amerika is de barmartige samaritaan van alle nazi's. Franse missionaris hebben in de 19e eeuw soms ook ongenuanceerd de belangen van de missie gelijkgesteld met de belangen van hun vaderland. Midden jaren 50 bezocht de missionarissen Napoleon III om een interventie van de Franse vloot te bepleiten. Ook in Frankrijk zelf werd soms actie gevoerd ten gunste van Frans ingrijpen. Onder invloed van de vreselijke verhalen die Frankrijk bereikte over de christenvervolgingen. Ook in Frankrijk zelf werd soms actie gevoerd ten gunste van Frans ingrijpen. Maar tegelijkertijd waren er anderen, zoals de in zuidelijk Vietnam residerende bischop Lefebvre, die kritiek hadden op de wijze waarop sommige missionarissen zich met de politiek bemoeiden. Hij behoorde tot de katholieken die juist wezen op de gevaren voor de katholieke gemeenschappen die een Franse interventie zouden oproepen. In de nieuwere Westerse en Vietnamese literatuur vinden we toch vaak een genuanceerder beeld, schrijft Meulendijks. Dat wil zeggen de Vietnamese literatuur die in het Westen geschreven is. Katholieken hebben soms wel degelijk de kant gekozen van de Franse invallers, maar men moet zich ook realiseren dat de binnenlandse situatie al onrustig was toen in 1858 de Franse invasies begonnen. De Franse invasie vormde ook een soort katalysator voor allerlei langer bestaande antikeizerlijke oppositiegroepen. En bovendien speelde ook lokale omstandigheden een rol in de houding die aangenomen werd. Er was ook binnen de groep van Franse missionarissen een soort generatiekloof. De ouderen onder hen hadden vaak meer moeite met het idee dat de Franse expansie ook in dienst van de christelijke beschaving stond dan de pas aangekomenen. In die literatuur wordt ook vaak een onderscheid in de tijd gemaakt. In de periode 1840-1860 koos een grote groep katholieken en missionarissen de kant van de Fransen. Maar in de periode erna lag dat toch weer vaak genuanceerder. Hoe het ook zei, het Franse optreden heeft alles bij elkaar rampzalig uitgewerkt voor de kerk. Gedurende de jaren 50 liep het aantal katholieke slachtoffers in de tienduizenden. en een dergelijke catastrofe herhaalde zich nog een keer in de jaren tachtig. Een kenmerkend verhaal is er in dit verband te vertellen over de Franse missionaris Pernod. Die werkte in een katholiek dorp in de buurt van de grens met Cambodja, het huidige Cambodja. Daar leefden circa 450 katholieken, vredig samen te midden van circa 3000 niet-katholieken. In 1858 begint het met een inbraak bij Perno, waarbij zijn honden vergiftigd worden. Tegenstanders vestigen de aandacht van de lokale bestuurders op de priester. Maar de regionale prefect laat deze mannen geestelen, want, zegt hij, in zijn gebied kon alleen maar orde en rust heersen. en iets dergelijks kon volgens hem in zijn gebied niet gebeuren. Vervolgens zoeken die tegenstanders het hogerop bij de districtsmanderein. Na enige tijd wordt de priester beschuldigd van wapenbezit. Wapens die hij verzameld zou hebben om de Fransen te ondersteunen. En tenslotte loopt de zaak uit op een regelrechte poging. Een paar honderd man vallen het katholieke dorp binnen en steken de huizen in brand. De missionaris weten ontsnappen, maar enkele dorpelingen worden standrechtelijk geëxecuteerd en een groot deel van de rest van de bevolking wordt verbannen. [00:42:53] Speaker B: MUZIEK [00:43:23] Speaker A: Ik vertel u tenslotte nog in grote lijnen hoe de Franse verovering van Vietnam verlopen is en over de dramatische gevolgen die dat aanvankelijk heeft gehad voor de Vietnamese katholieken. Die Franse verovering zou zich in drie fasen voltrekken. Eerst werd het zuiden veroverd. Op 5 juni 1862 werden de Vietnamese onderhandelaars gedwongen het verdrag van Saigon te ondertekenen, waarmee de stad Saigon en omgeving onder Frans beheer kwamen te staan. Vijf jaar later werd de rest van het zuiden ingelijfd. Voorlopig zou het zuiden door Franse militairen bestuurd worden. Daarna volgden pogingen om ook het noorden te veroveren. Die pogingen kwamen overigens lang niet altijd direct uit de koker van de regering in Parijs. We moeten het Franse imperialisme in Vietnam zeker niet altijd zien als een vanuit Parijs opererende, goed georchestreerde operatie. We zien integendeel geregeld allerlei losgeslagen militairen of regelrechte avonturiers zelfstandig optreden. De tweede fase begon in 1873, toen een legertje van 200 man op vier schepen de noordelijke delta van de Rode Rivier binnentrok. Dat legertje stond onder leiding van ene kapitein Garnier, maar in Parijs wist ze van niets. De Franse gouverneur in Saigon wist daar wel van. Hij wilde zo de keizer tot verdere concessies dwingen, met als einddoel een protectoraat in het noorden. De militairen zochten contact met de Franse missionarissen daar en een deel van hen reageerde positief. Bij de overwegingen van kapitein Garnier speelde de belangen van de kerk overigens nauwelijks een rol. Wel zij streven een toegang tot China te creëren. Carnier sneuvelde tijdens dit militaire avontuur. Maar de onderhandelingen met keizer Touden leverden Frankrijk wel allerlei handelsrechten op en toegang tot de Rode Rivier. Na deze mislukte poging om het noorden te veroveren volgt in de jaren tachtig de derde fase waarin de definitieve Franse verovering van het land gerealiseerd wordt. Die verovering heeft ditmaal ook te maken met de snelle industrialisatie van Frankrijk. In Franse rapporten uit die tijd kon men lezen dat het noorden niet alleen een potentiële toegangsweg naar China bevatte, maar ook zelf rijk was aan steenkool en andere delfstoffen. En nu is er een andere Franse kapitein die in maart 1882 met 233 man het noorden binnentrekt. Dat is kapitein Henri Riviere. Hij slaagt erin de citadel van Hanoi te veroveren. De Vietnamese bevelhebber, Hoang Chiu, hangt zichzelf op. Voordat hij zelfmoord pleegt schrijft hij een stuk onder de titel Afscheid en verontschuldigingen aan de keizer. Hij doet dat om zijn trouw aan de keizer te bewijzen en als protest tegen de slappe wijze waarop het verzet tegen de Franse werd uitgevoerd. Hij schreef onder andere dit Wie had kunnen denken dat roofvogels in de lucht hingen of dat horrige carnivoren op zoek waren naar vlees. Bijna dagelijks besprak ik de situatie met mijn ondergeschikte. Sommigen stelden voor dat wij de citadel zouden openen voor de Fransen, zodat ze vrijelijk binnen konden komen. Anderen stelden voor dat wij onze troepen terug zouden trekken om zo hun wantrouwen te verminderen, wat betreft het door ons geplande verzet. Ik heb mij hevig verzet tegen deze adviezen. Wij waren zwak, terwijl zij sterk waren. Te vergeefs hebben wij op versterkingen gewacht. Te vergeefs hebben wij voor sommige strategische punten gevochten. Wat hadden wij meer kunnen doen toen onze militaire officieren, geschrokken door de opmars van de vijand, alle kanten uitvlogen en onze burgermanderijnen alleen maar op zoek waren naar een manier om te vluchten. Mijn enige toevlucht is mijn leven te beëindigen om op deze wijze de grote verantwoordelijkheid te eren die mij was toevertrouwd. Een jaar later werd de overgave van geheel Vietnam getekend. Keizer Thu De was toen al overleden. Hij stierf op 17 juli 1883, terwijl hij uitgeput en teleurgesteld de Europese aanvallers vervloekte. In 1884 werd het verdrag van Hu gesloten dat de relatie tussen Frankrijk en het Keizerrijk vastlegde. In zekere zin kwam er nu niet alleen een eind aan de zelfstandigheid van het land. Tegelijkertijd verdween ook de staatkundige eenheid. Het zuiden werd voortaan direct door de Fransen als een kolonie bestuurd. Het midden, waar de keizerstad Hoelag werd door de Fransen Annam genoemd. Annam werd een Frans protectoraat. Het gebied bleef in theorie onder de keizer vallen, maar deze werd als zelfstandig regerend vorst volledig ingekapseld door Franse adviseurs. Ook het noorden werd op soortgelijke wijze een protectoraat onder leiding van een onderkoning. De Fransen schaften overigens het gebruik van de naam Vietnam volledig af in alle documenten. De inwoners van Koxing, China, Annam en Tonkin werden vanaf dat moment door de Franse Annamieten genoemd. Die term Annamieten zal later in nationalistische kringen niet erg populair zijn. Op 17 oktober 1887 hebben de Fransen de Unie van Indochina opgericht. Behalve de drie Vietnamese onderdelen, Cochinchina, Annam en Tonkin, gingen ook het door de Franse veroverde Cambodja en Laos hiervan deel uitmaken. Achter de Franse expansie zat een complex van factoren, maar missiebelangen zullen geen grote rol gespeeld hebben. Een groot deel van de politieke klasse in het toenmalige Frankrijk was immers zeer anticlericaal van instelling. De Franse militairen en bestuurders die in de jaren 1880 de verovering van Vietnam uitvoerden, waren doorgaans dus geen pleitbezorgers van de katholieke zaak. En omgekeerd maakte een aanzienlijke groep missionarissen zich grote zorgen over de manier waarop de vertegenwoordigers van de derde republiek in Vietnam te werk gingen. Het was overduidelijk dat in de door hen bezongen mission civilisatrice het katholicisme geen belangrijke rol toebedeeld kreeg. Vooral militairen en commerciële belangengroepen als vlootofficieren en kooplieden speelden hun rol. Ook de in die tijd invloedrijke raciale ideeën hebben het imperialisme ondersteund. Het kolonialisme hielp ook het zwaar beschadigde nationale prestige door de nederlagen in de Frans-Duitse oorlog van 1870-71 te herstellen. En er waren natuurlijk nog de economische belangen. Tegelijkertijd speelde binnen invloedrijke Franse kringen China een rol. Dat Chinese keizerrijk was in deze periode sterk verzwakt en andere westerse machten probeerden daar een graantje mee te pikken in de vorm van militaire en commerciële privileges. Via Vietnam kon Frankrijk China binnendringen en zou ook een graantje mee pikken. Zo was het idee. Overigens zien we ook in de jaren tachtig herhaaldelijk het eigenmachtige optreden van militairen en allerlei soorten avonturiers, waardoor de Franse regeringen soms met voldoende feiten geconfronteerd werden. Niet alles werd gedetailleerd in Parijs Beslist. Het is ook waar dat sommige van deze lieden zich ook opgeworpen hebben als belangenbehartigers van de missie, als het hen tenminste goed uitkwam. In het Frankrijk van de derde republiek was een belangrijke pleitbezorger van de koloniale expansie, de politicus Jules Ferry. Bij hem en anderen zien we het in die tijd sterk levende ideaal van de zogeheten mission civilisatrice. Frankrijk had een beschavingsmissie en dus, citaat, het recht om lagere rassen te veroveren omdat het Frankrijks plicht is die te beschaven. Ferry bracht wel lippendienst aan de bescherming van de missionarissen, waarover hij sprak als, citaat, een voet in de zaken in het oosten, maar iedereen begreep wel dat de belangen van de missie hem niet veel interesseerden. Veel missionarissen hadden daarentegen grote angst voor oplaaiend antikatholiek geweld. Spoedig zou blijken dat die angst niet ongrond was. In de jaren tachtig zien we weer opnieuw anti-katholieke pogroms. Dorpen werden in brand gezet, kerken verwoest en duizenden katholieken gedood. toen in 1885, dus een jaar na dat verdrag van hoe Vietnamese leiders de bevolking opriepen tegen de Fransen in verzet te komen, richtte de volkswoede zich opnieuw tegen de katholieken die als handlangers van de Franse soldaten werden gezien. Schattingen over het aantal gedoden katholieken lopen uit 1 van 30.000 tot meer dan 50.000. Natuurlijk waren er ook katholieken die de Fransen inderdaad daadwerkelijk geholpen hebben. En waar katholieken in grotere getalen bijeenwoonden, kwam het soms ook voor dat boeddhistische dorpen door katholieken werden aangevallen. En dan waren er ook nog interne Vietnamese ontwikkelingen. De vierde keizer, Toude, heeft heel lang geregeerd, van 1847 tot 1883. Maar hij gold bepaald niet als een politieke krachtfiguur. Wel was hij zeer geleerd, maar tegelijkertijd ook extreem xenofoob. Hij worstelde dertig jaar lang met binnenlandse rebellie, met Franse bemoeienissen en met gerechtelijke intrieges. In Hofkringen was er bovendien verdeeldheid over de vraag hoe men het Franse gevaar zou kunnen bedwingen. Twee facties stonden tegenover elkaar. De Tchou Chin, de oorlogspartij, vond dat er weerstand moest worden geboden en was ook op godsdienstig gebied het meest onverzoenlijk. En daartegenover stond de Tchou Hoa, de vredespartij, die de Franse militair supérieur achte en dus wilde onderhandelen, ook om de bevolking voor verder lijden te broeden. Al deze problemen groeide de keizer boven zijn hoofd en hij had steeds meer de neiging zich uit de wereld terug te trekken. Tijdens zijn leven liet hij een luxueus paleis, CQ Grafton, bebouwen. Tegen het eind van zijn leven trok de keizer zich steeds meer terug in zijn monumentale grafgebouw. Dat lag midden in een uitgestrekt landgoed van 30 hectare met plezierpaviljoens waar de keizer verse kon schrijven. Er was een meer met een eilandje waar de keizer miniatuurdieren kon jagen als hij dat wilde. En zo creëerde hij een soort fantasieland waar hij poëzie kon componeren, kon jagen en zich kon laten troosten door zijn vele bijvrouwen. Nu schiet mij toch even het leven van popster Michael Jackson in mijn gedachten. Maar dit even terzijde. Maar goed, de definitieve binnenkomst van de Fransen viel samen met een stevige dynastieke crisis. Keizer Toudet stierf in 1883, namelijk kinderloos. Wegens een pokkeninfectie had hij geen kinderen kunnen krijgen. Een groepje regenten plaatste binnen één jaar achtereenvolgens drie familieleden van de overleden keizer op de troon. Een 31-jarige neef, een 36-jarige broer en een 14-jarig neefje bestegen achtereenvolgens de keizertroon. Twee en mogelijk drie van hen stierven dat jaar een gewelddadige dood. Beste luisteraar, volgende keer neem ik u mee naar het koloniale Vietnam dat tussen 1884 en 1945 bestaan heeft. Hoe werd het land bestuurd? Welke Vietnamese reacties heeft dat kolonialisme veroorzaakt? En vooral, welke rol speelde de kerk in dit alles? Ik dank u weer voor uw gewaardeerde aandacht. U hebt geluisterd naar De Ladder van Jacob door Theo Parlevliet.

Other Episodes

Episode 2

June 01, 2026 00:57:33
Episode Cover

Arvo Pärt - Op zoek naar nieuwe klanken

Afl.2 | Centraal in zijn componistenleven staat een gebeurtenis die op allerlei manieren kan gelden als een keerpunt in zijn leven. Daarom wil ik...

Listen

Episode 12

April 21, 2026 01:00:25
Episode Cover

De katholieken van Vietnam - Over een katholieke exodus

Afl. 12 | Deze aflevering behandelt de lotgevallen van de Vietnamese katholieken in de woelige periode 1940 - 1954. Hun positie kan voor deze...

Listen

Episode 10

April 06, 2026 00:59:14
Episode Cover

Katholieken van Vietnam - Over de dekolonisering van de Kerk

Afl. 10 | In deze aflevering gaat het over initiatieven vanuit Rome om iets te doen aan het onvermogen of de onwil in veel...

Listen