Katholieken van Vietnam - Over Vietnamese reacties op het Franse kolonialisme

Episode 8 March 23, 2026 00:56:16
Katholieken van Vietnam - Over Vietnamese reacties op het Franse kolonialisme
De Ladder van Jacob
Katholieken van Vietnam - Over Vietnamese reacties op het Franse kolonialisme

Mar 23 2026 | 00:56:16

/

Show Notes

Afl. 8 | Over Vietnamese reacties op het Franse kolonialisme 

In deze aflevering probeer ik in enkele grote lijnen een algemeen beeld te geven van het koloniale Vietnam. De verovering van geheel Vietnam door de Fransen was in 1884 voltooid. Die verovering was gepaard gegaan met periodiek optredende massale en bloedige antikatholieke vervolgingen.

Vervolgens beschrijf ik enkele Vietnamese reacties op het Franse kolonialisme. Er waren er die geloofden in de zegeningen van het Franse koloniale bestuur. Ik geef daar een voorbeeld van. Maar binnen de bovenlaag van de maatschappij  zag je ook een groeiende groep Vietnamezen met een nationalistische overtuiging. Binnen dat nationalisme bestond overigens een grote verscheidenheid aan ideeën, vooral ten aanzien van de houding tegenover de Franse kolonisatoren. Ik besluit deze aflevering met een uitvoerige levensschets van de communist Ho Chi Minh die in 1945 in Hanoi de Democratische Republiek van Vietnam zal uitroepen.

De belangrijkste geraadpleegde literatuur:

Pieter Meulendijks, Een Nieuwe Geschiedenis van Vietnam (Zoetermeer 2016)

Pieter Meulendijks, Van de Trungzusters tot Ho Chi Min (Zoetermeer 2017)

Christopher Goscha, The Penguin History of Modern Vietnam (z.pl. 2017)

Duong Thu Huong, De hemel boven Vietnam (roman uit 2009 in 2011 in vertaling uitgegeven door Uitgeverij De Geus)

Muziek

CD: Original Music from Vietnam (2010)

‘De Ladder van Jacob’ is een cultuurhistorisch programma waarin Theo Parlevliet, oud-docent geschiedenis, op sprekende wijze u als luisteraar dieper meeneemt in de rijke geschiedenis die de samenleving en Kerk in Europa kent.

View Full Transcript

Episode Transcript

[00:00:03] Speaker A: U luistert naar Radio Maria via DATPLUS, internet of de Radio Maria app. [00:00:09] Speaker B: Beste [00:00:17] Speaker A: luisteraar, hartelijk welkom bij de achtste aflevering van mijn serie, de katholieken van Vietnam. In deze aflevering ben ik aangekomen in het door Frankrijk gekoloniseerde Vietnam. Deze aflevering draagt de titel over Vietnamese reacties op het Frans kolonialisme. Eerst weer een korte samenvatting van de vorige aflevering. Die begon ik met een verwijzing naar de heiligverklaring in 1988 door paus Johannes Paulus II van 117 martellaren die op Vietnamese bodem de marteldood zijn gestorven. De meesten zijn gestorven in de periode 1838-1883. Dus in de periode dat Vietnam een zelfstandig keizerrijk was. Ik vertelde u dat de schattingen over het totale aantal in Vietnam vermoorde katholieken voor de 18de en 19de eeuw onvoorstelbaar hoog zijn. Dat waren allemaal gelovigen die of als gevolg van direct gerechtelijk overheidsoptreden, of door militair geweld, of door communaal geweld, zeg maar door anti-katholieke pogroms zijn omgebracht. Ik probeerde u in de vorige aflevering de achtergrond van die kerkvervolgingen te geven. En ik vertelde u toen ook het verhaal van drie priesters. Veel slachtoffers vielen er tijdens de jaren 1850 en tijdens de jaren 1880. En er was in beide gevallen een nauw verband met het koloniale binnendringen van de Fransen. Ik gaf u ook een kort overzicht van de Franse verovering van het land. En ik vertelde u ook over de motieven van de Franse binnendringers. Vooral militaire en economische belangengroepen speelden hun rol. In het Rijk van de ideeën zagen we Franse besturens en militairen ook gedreven worden door het in die tijd sterk levende ideaal van de zogeheten mission civilisatrice. Daarmee werd een beschavingsmissie bedoeld die ook een sterk raciaal element bevatte. Door de voorstanders van de koloniale politiek werden de belangen van de kerk soms wel verbaal meegenomen, maar dergelijke overwegingen speelden nauwelijks een rol in de derde republiek. In het Frankrijk van na 1871 was de politieke elite grotendeels anticlericaal ingesteld. Wel hebben katholieken in Frankrijk en in Vietnam soms Frans optreden gepropageerd. Maar vooral in de jaren 1880 overheersten bij veel missionarissen skepsis en de angst voor oplaaiend antikatholiek geweld, juist naar aanleiding van de Franse veroveringen. En die angst bleek niet ongegrond. In de jaren 80 zien we weer opnieuw grootschalige antikatholieke pogroms. Dorpen werden in brand gezet, kerken verwoest en duizenden katholieken vermoord. Maar ik vertel u ook dat er in de gehele 18e en 19e eeuw natuurlijk ook langere periodes zijn geweest waarin de katholieke dorpen met rust gelaten werden. Al werd die rust vaak met geld gekocht van lokale autoriteiten. Er waren soms zelfs veraanstaande katholieken die een rol aan het keizerlijk hof gespeeld hebben. Al dus mijn korte samenvatting van het voorafgaande. Deze aflevering probeert u vooral een beeld te geven van het kolonialisme en van de verschillende manieren waarop Vietnamesen gereageerd hebben op het kolonialisme in hun land. De verovering van Vietnam door de Fransen was in 1884 voltooid. Het land maakte samen met Laos en Cambodja deel uit van Frans-Indochina. Er kwam een gecentraliseerd bestuur onder leiding van een gouverneur-generaal die alleen aan Parijsverantwoording schuldig was. Hij kon wetten doorvoeren, ging over het koloniale budget, was bevelhebber van de Franse troepen, benoemde de ambtenaren en kon zelfs diplomatieke contacten in Azië onderhouden. De inspraak van Vietnamesen was bij dit alles beperkt. Dus we kunnen wel spreken van een gouverneur-generaal die als een soort autokraat over het gebied heerste. Wel bleven Vietnamese mandarijnen een rol spelen in het lokale bestuur. Formeel blijft de keizer heersen over het midden en het noorden van Vietnam, maar hij heeft in de praktijk weinig macht. De Franse kolonisatie introduceerde een kapitalistisch productiesysteem in een samenleving die overwegend agrarisch was. Er was sprake van een aanzienlijke groei van de productie en een modernisering van de economie. We moeten dan denken aan de aanleg van havencomplexen, de groei van mijnbouw en industrie, de aanleg van wegen en spoorwegen en aan de grootscheepste stedenbouwkundige ontwikkeling in steden als Saigon en Hanoi. Franse firma's als Michelin lieten in het zuiden enorme rubberplantages aanleggen. Tegenwoordig wordt het Westerse kolonialisme vaak in inkswarte kleuren voor ons neergezet. Je krijgt dan de indruk dat de totale bevolking in dergelijke gebieden voortdurend bezig was zich te verzetten tegen onderdrukking en ook aan niets anders kon denken. Historici die een meer genuanceerd beeld schetsen en het bijvoorbeeld wagen ook op de positieve kanten te wijzen, hebben het in het huidige academische klimaat vaak moeilijk. Uiteraard heeft het Westerse kolonialisme veel verwerpelijke en absurde kanten gekend, ook in Vietnam. Vooral op het Vietnamese platteland leidde de netgenoemde modernisering tot de ontwrichting van de traditionele boerendorpen, die bijvoorbeeld vaak hun gemeenschappelijk gebruikte gronden kwijtraakten. Steeds meer boeren veranderden in landloze landarbeiders en de armoede nam daartoe. Al in 1908 leidde de groeiende ontevredenheid tot een aantal boerenopstanden waarbij men met name in verzet kwam tegen onbetaalde corveediensten en de hoge belastingen. Die opstanden laten overigens ook zien dat er tussen de boeren en de Franse machthebbers nog een derde partij was. De lokale Vietnamese mandarijnen en andere lagere functionarissen die een belangrijke rol speelden in de inning van de belastingen die ze niet zelden nog eens ten eigen baten verhoogden. De sociale geleding van de koloniale maatschappij in Vietnam was veel ingewikkelder dan een simpele tegenstelling tussen onderdrukkers en onderdrukten. En we moeten daarbij natuurlijk ook goed zien dat massale boerenopstanden en lokale opstandjes ook in de eeuwen voor de komst van de Fransen heel vaak voorkwamen. Desalniettemin, in de jaren 1930-1931 zien we een opstandige beweging ontstaan met moderne trekken. Op plantages en in fabrieken breken op initiatief van militante communistische cellen stakingen uit, gevolgd door manifestaties en gewapende conflicten. In bepaalde delen van het noorden ontstaan, gedreven door slechte oogsten en onvrede over de corruptie, boerensofjets. In de lente van 1931 is de rust weergekeerd, maar het is de rust van het kerkhof. Door militair ingrijpen worden duizenden mensen gedood, volgens sommige schattingen zelfs tienduizenden. Honderden worden geëxecuteerd en vele duizenden verdwijnen in gevangenissen of worden verbannen naar strafkampen. Hoe zag de sociale geleding van de koloniale maatschappij eruit? De Franse kolonisatoren stonden uiteraard aan de top van de sociale piramide. Maar hun aandeel in de totale bevolking was miniscuul. In 1913 omvatte de totale bevolking in Frans-Indochina 16 miljoen mensen. Het aantal Fransen bedroeg toen slechts 23.000. In 1937 was dat 25.000 op een totale bevolking van 21 miljoen. Die bevolkingsgroei van 16 naar 21 miljoen werd overigens veroorzaakt door een dalend sterftecijfer. Van die 25.000 Fransen in 1937 waren er 11.000 militair en 4.000 ambtenaar. en daarnaast nog de nodige industriële ondernemers, leraren en managers die werkten op de plantages, bij de mijnen of bij de banken. De meeste Fransen woonden in de grotere steden. Onder de Vietnamesen zelf bestond er uiteraard al voor de koloniale tijd een sociale hiërarchie. Onder de vorsten en de hofkringen stonden de mandarijnen en andere geletterden en daaronder de boeddhistische monniken, de boeren, de handwerkslieden, de kooplieden, maar ook waren er etnische minderheden als de Chinezen, de Tai, de Tjaan, de Khmer en de Hmong en nog vele anderen. In de Franse tijd bleef de mandarijnenklasse en andere geletterden een belangrijke rol spelen in het lokale bestuur, zoals we net al zagen. Het aantal arbeiders bleef relatief beperkt, maar toch ruim 50.000 mannen werkten in de mijnen en ruim 80.000 op de plantages. Grote verschillen zien we optreden wanneer we het hebben over de houding die Vietnamesen, met name Vietnamese intellectuelen, innamen tegenover het Franse bewind. Over die opstandige boeren had ik het al. Maar er waren wel degelijk ook Vietnamesen die geloofden in de zegeningen van het Franse koloniale bestuur. Bij de historicus Meulendijks vond ik een aardig geschreven portretje van ene Petrus Qui. Aan die naam kunt u al zien dat hij katholiek is. Hij was door Franse missionarissen opgeleid en kreeg in zijn jeugd te maken met geloofsvervolging. Hij was een briljant student met een brede belangstelling. Hij leerde onder andere Frans, Engels, Grieks, Latijn en Chinees. In 1863 reisde hij als lid van de Vietnamese delegatie naar Frankrijk om te onderhandelen over het deel van het zuiden dat de Fransen toen veroverd hadden. Hij verbleef toen ook in landen als Italië, Spanje en Egypte. Hij raakte mede door deze ervaringen overtuigd van de rechtmatigheid en de noodzaak van het Franse bestuur. In 1876 schreef hij Ik twijfel er niet aan dat de invloed van de Franse regering van groot gewicht is om de hervormingen door te voeren die dwingend noodzakelijk zijn. Politieke hervormingen, economische hervormingen, hervormingen op bestuurlijk gebied en op financieel gebied, voor de wetgeving, et cetera. Ik heb de stellige overtuiging dat de regering in Hoe, de keizerlijke regering, niet in staat is dit grote werk uit te voeren en dat Frankrijk alleen in staat is om deze in verval geraakte natie te verheffen. Petrus Quy schreef de eerste Franstalige geschiedenis van Vietnam. In totaal zijn er 118 werken van hem bekend. Hij was een groot voorstander en gebruiker van het zogeheten Coq Mu, het Westerse alfabet dat door missionarissen in de 17e eeuw ontwikkeld was. Petrus Key geldt, buiten communistische kringen, als een van de belangrijkste geleerden in de geschiedenis van het land. In de jaren tachtig was hij lid van een geheime adviesraad aan het door de Fransen gedomineerde keizerlijke hof. Ky behoorde dus tot die omvangrijke groep van Vietnamese bestuurders die zich schikte in de rol die de Fransen voor hen hadden geschapen. Hij stierf in 1898. Uiteraard waren er veel Vietnamesen met andere opvattingen. Daarover meer na een korte pauze met traditionele Vietnamese volksmuziek. [00:14:53] Speaker B: MUZIEK MUZIEK Uiteraard [00:16:10] Speaker A: waren er ook Vietnamesen die een nationalistische overtuiging uitdroegen. Maar binnen dat nationalisme zag je een grote verscheidenheid aan ideeën. Vooral ten aanzien van de houding tegenover de Franse kolonisatoren. Maar we moeten eerst goed zien hoe dat moderne idee van een Vietnamese natie rond 1900 maar bij een beperkte groep intellectuelen leefde. Zij wensten een onafhankelijk Vietnam, maar over de weg daarnaartoe zien we grote verschillen. Mocht men al of niet geweld gebruiken om dat doel te bereiken? Wilde men het doel bereiken via een geleidelijke hervorming waarin Frankrijk nog een rol zou kunnen spelen? Of zag men slechts revolutie als enige mogelijkheid? En hoe moest zo'n zelfstandig Vietnam eruitzien? Als een constitutionele monarchie? Of als een democratische republiek? Of als een socialistische staat naar model van de Sovjet-Unie? Het nationalistisch denken werd in het begin van de twintigste eeuw ook sterk beïnvloed door buitenlandse gebeurtenissen en door van buiten komende ideeën. Zo maakte het in Vietnam grote indruk toen de Japanners in 1905 de Russische vloot een zware nederlaag toebrachten. Voor het eerst nam een gekleurd land het met succes op tegen een machtig blank land. En ook de vaal van de Chinese monarchie in 1911 maakte in Vietnam diepe indruk. En dan was er nog de Russische Revolutie die in het denken van sommige intellectuelen een rol begon te spelen. Een andere paradox van de koloniale geschiedenis ontstond toen tienduizenden Vietnamesen bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog naar Frankrijk trokken om daar in dienst van het Franse leger of als arbeider hun bijdrage te leveren aan de Franse oorlogsinspanningen. De meesten deden dat min of meer vrijwillig. Op de slagvelden in Frankrijk en België sneuvelden toen circa 1600 Vietnamesen. Naast boeren vond je onder hen militairen en ambtenaren en zelfs leden van hooggeplaatste families. De ellendige omstandigheden waarin velen terechtkwamen in de loopgraven of in de fabrieken heeft hun beeld van de superioriteit van de Europese beschaving ongetwijfeld beïnvloed. In die fabrieken maakte zij ook kennis met de moderne arbeidersbeweging. In die tijd verbleven ook circa 500 Vietnamese studenten in Parijs. En we zullen later nog zien hoe enkelen daar kennis maakten met het Westerse marxisme. Ik ga u vertellen over drie belangrijke Vietnamese nationalisten. Eerst vraag ik uw belangstelling voor Van Boy Chau. Hij was een van de eerste intellectuelen die spraken en schreven over een Vietnamese natie. Hij was de oprichter van het Genootschap voor de Hervorming of Vernieuwing van Vietnam, de eerste rudimentaire politieke partij. Aanvankelijk zag Chau nog wel iets in een herstel van de monarchie, maar later zien we hem radicaliseren. Hij begint de Vietnamese vorsten te criticeren wegens hun negeren van de belangen van het volk en omarmt het westers idee dat de soevereine macht niet bij de vorst, maar bij het volk beruste. Hij schreef, door het harde werken van de spieren van miljoenen mensen is het land ontstaan. Door het werk van miljoenen die de rijstvelden hebben aangelegd. Het is het land van de mensen. Hoe kan het dan in handen zijn gekomen van een enkele persoon? Qiao werd duidelijk beïnvloed door de gebeurtenissen in China, waar de nationalist Sun Yat-sen in 1911 via een revolutie de oude keizerlijke monarchie had weggevaagd. Deze Sun Yat-sen stond aan het hoofd van de Kuomintang-beweging. In het huidige Taiwan geldt Sumyat Sen bij velen nog als een soort vader des vaderlands. Al in 1905 verscheen van Chau een boek met de titel De geschiedenis van het verlies van Vietnam. en hij laat daarin zien hoe de Fransen een zwak, dom en blind Vietnam in de val hebben gelokt. De Fransen hebben de Vietnamesen bedrogen met loze beloften. Hij schreef Frankrijk is een sterk en energiek land, maar het plukt en beledigt een klein en zwak Vietnam. Welk land doet dat? Men veronderstelt dat Frankrijk een beschaafd land is. En toch behandelt het de domme en blinde Vietnamesen alsof zij vis of vlees zijn. Later begint hij ook het gebruik van geweld te propageren. In 1912 richt hij als politiek vluchteling in China het genootschap voor het herstel van Vietnam op. En hij bepleit drie stappen om tot dat herstel te komen. Eerst de Fransen verdrijven, dan de onafhankelijkheid uitroepen en tenslotte een democratische republiek tot stand brengen. In 1925 wordt hij door de Franse geheime politie in Shanghai gearresteerd. Terug in Vietnam wordt hij aanvankelijk ter dood veroordeeld. Later wordt dit vonnis omgezet in huisarrest. Hij heeft tot 1940 in de stad Hu onder huisarrest geleefd. In dat jaar overleed hij. We zullen in de volgende aflevering nog zien dat deze Chau ook onder jonge Vietnamese priesters en onder jonge leken aanhang kreeg. Een andere vroege nationalist wilde een andere weg bewandelen. Van Chu Chin wees geweld af. Hij pleitte voor een meer geleidelijke weg naar een ook door hem gewenste democratische republiek. Hij maakte ook een duidelijker onderscheid tussen overname van westerse ideeën en kritiek op het Frans kolonialisme. Chin stichtte met anderen in Hanoi een soort avonduniversiteit, waar jongeren lessen volgden over de rechten van de mens en andere thema's uit het westen. Om zijn afwijzing van de oude Confucianistische traditie te onderstrepen, liet Qin zijn lange haren afknippen en begon Westerse kleding te dragen. En dat was het begin van een soort rage onder studenten en scholieren, ook in andere steden. De Franse overheid werd ongerust en zag er een gevaarlijke, subversieve beweging in, die zij als de Haarknipbeweging begon aan te duiden. We zien hier een van de paradoxen van de koloniale geschiedenis. Uiterlijke verwestelijking werd door de koloniale machthebbers als teken van een revolutionaire gezindheid opgevat. Eind 1907 dwongen de Franse autoriteiten de school te sluiten. Chin begon het jaar daarop ook een rol te spelen in de onrust en protesten van de boeren waar ik het eerder over had. In het kader van de harde repressie die daarop volgde, werd Chin tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. Drie jaar later werd dat omgezet in verbanning naar Frankrijk. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hij daar opnieuw in de gevangenis gezet, omdat de autoriteiten hem ten onrechte ervan verdachten contact met Duitsland te zoeken, ten einde de hulp van dat land te verkrijgen voor de onafhankelijkheid van zijn land. In 1925 mocht de doodzieke Qin naar zijn land terugkeren om daar een jaar later te sterven. Zijn begrafenis leidde tot massale vormen van rouwbeklag. De schattingen van het aantal mensen die zijn baar op straat volgden lopen uiteen van 60.000 tot 140.000. Op veel plaatsen volgden manifestaties en onlusten. Een gematigde vorm van nationalisme kreeg in de jaren dertig steeds meer aanhang onder een opkomende Vietnamese middenklasse. Die middenklasse had zich gevormd door de groei van de economie en de mogelijkheid onderwijs te volgen en zo te stijgen op de sociale ladder. Velen in die middenklasse bewonderden de Franse technologie, maar vaak ook de Franse cultuur. Zaken als burgerrechten, persvrijheid, vrijheid van vereniging werden uit dat Franse ideeenarsenaal gelicht, waarbij het herstel van de nationale zelfstandigheid lang niet altijd op de voorgrond kwam te staan. De eerste feitelijke politieke partij in Vietnam, de Constitutionele Partij, opereerde in deze gematigde sfeer. Daarnaast was er nog een radicalere Vietnamese nationalistische partij. Maar in dat Franse ideeënarsenaal zaten niet alleen maar zaken als mensenrechten en burgerlijke vrijheden. In Frankrijk bestond er na de Eerste Wereldoorlog ook een communistische partij. En ik ga u dus na de pauze nog vertellen hoe een jonge Vietnamees, die zich veel later begon te tooien met de naam Ho Chi Minh, in Parijs het marxisme ontdekte. Beste luisteraar, ik kan natuurlijk niet met u door de geschiedenis van Vietnam wandelen zonder aandacht te geven aan de figuur Ho Chi Minh. Ho Chi Minh ligt tegenwoordig begraven op een plein in Hanoi in een monumentaal mausoleum. In onze dagen wordt het mausoleum nog steeds druk bezocht door toeristen en schoolklassjes met kinderen die daar liedjes zingen ter ere van oompje Ho. Ho Chi Minh neemt in onze dagen in het officiële Vietnam een positie in die vergeleken kan worden met die van Mao Tse-tung in China. Ook Ho Chi Minh wordt gecelebreerd als de onbetwiste vader des vaderlands, de grote roerganger, de bevrijder en onderwijzer van het volk. In februari 1941, na 30 jaar ballingschap, was Ho met enkele tientallen volgelingen vanuit China de grens met Vietnam overgetrokken. Tijdens de periode van de Japanse bezetting richtte hij met een groepje geestverwanten de Vietnamese Onafhankelijkheidsbond op, de zogeheten Viet Minh. De beweging stond open voor iedereen die onafhankelijkheid wilde, maar de leiding lag stevig in communistische handen. De Vietmin slaagde er vaak in uit Japanse voedselvoorraden te roven en kon zo aan populariteit winnen door rijst uit te delen aan de arme, hongerige bevolking. Na de Japanse capitulatie maakte de Vietmin gebruik van het machtsvacuum en greep de macht. Keizer Baoda deed in de stad Hu afstand van het troon. Met een symbolisch gebaar overhandigde de afgetreden keizer zijn zwaard en het keizerlijk zegel aan vertegenwoordigers van de Viet Minh. Een hoogtepunt in het leven van Ho Chi Minh lijkt 2 september 1945 te zijn. Op die zondag riep hij in Hanoi, op hetzelfde plein als waar nu dat mausoleum staat, via een geluidsinstallatie de onafhankelijkheid uit van de zogeheten Democratische Republiek Vietnam. De tekst van zijn redenvoering was beknopt en zakelijk, zonder veel moeilijke woorden. Op dat plein stond een massa van enkele tienduizenden. Ochtwijfeld bevonden zich onder de menigte ook vele katholieken die vanuit de overvolle kerken naar dat plein waren gekomen. Die dag werd namelijk het kerkelijk feest van de Vietnamese martelaren gevierd. Dat feest werd sinds 1925 op de eerste zondag van september gevierd. We zullen later nog zien dat de leiding van de nationalistische Fiat Min weliswaar door communisten gedomineerd werd, maar in die dagen nog een betrekkelijk goede naam had, ook onder velen van het katholieke volksdeel. Zoals katholieke priesters die dag na de mis hun gelovigen naar het plein dirigeerden, zo deden ook boeddhistische monniken dat die dag. Ho begon zijn redenvoering met woorden die voor de katholieke aanwezigen niet meteen aanstootgevend zullen zijn geweest. Want Ho's eerste woorden klonken aldus. Alle mensen zijn gelijk geschapen. Zij zijn door hun schepper begiftigd met bepaalde onvervreenbare rechten, waaronder leven, vrijheid en het nastreven van geluk. We hebben hier weer te maken met zo'n treffend staaltje van historische ironie. Deze woorden zijn namelijk afkomstig uit de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring. En we zullen laten zien hoe onder zijn gehoor zich ook enkele Amerikanen bevonden, maar daar vertel ik u een andere latere aflevering over. Maar ook de retoriek van de Franse revolutie zet hij in, wanneer hij over het Franse kolonialisme zegt dat het in strijd was met de beginselen van menselijkheid en fatsoen. De Fransen, zo schalt het over het plein, hebben tachtig jaar geleden ons land gestolen en ons volk onderdrukt, waarbij zij misbruik maakten van de idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Zij bouwden meer gevangenissen dan scholen. Zij hebben onze nationalistische leiders gedood. In economisch opzicht exploiteerden zij ons volk tot op het bot en dompelden ons volk in armoede en ellende. Ons land is geruïneerd en verwoest. En dan gaat hij verder met de vaststelling dat het land sinds 1940 onder het dubbele juk zuchte van de Franse Vichy-regering en van de Japanse bezetter. Die Franse regering was het met de Duitsers samenwerkende regime dat in de bronnenplaats Vichy gevestigd was. Vandaag, zegt Ho, zijn de Fransen gevlucht, hebben de Japanners zich overgegeven en is de keizer afgetreden. Het volk heeft zich bevrijd van meer dan honderd jaar kolonialisme en van een duizend jaar oud monarchaal stelsel. Om nu via een voorlopige regering een democratische republiek te stichten. En na Ho komt nog de minister van Informatie en Propaganda van de voorlopige regering aan het woord die de mensen vertelt hoe keizer Bauda is afgetreden. En vervolgens overhandigt die minister pontificaal het keizerlijke zwaard en het keizerlijke zegel aan Ho. Het hemelse mandaat om te regeren ging die dag als het ware over van de keizer naar Ho Chi Minh. Wie was deze Ho Chi Minh? [00:35:42] Speaker B: MUZIEK MUZIEK Bij [00:37:01] Speaker A: die naam Ho Chi Minh moeten we al meteen vaststellen dat Ho tijdens zijn leven vele namen heeft aangenomen. Het pseudoniem waarmee hij uiteindelijk voor een wereldpubliek bekend is geworden, Ho Chi Minh, betekent zoiets als hij die verlicht. Zijn verleden is deels verborgen gebleven in een waas van mysterieuze raadslachtigheid. Tijdens zijn leven zijn onder talloze pseudonieme biografieën van hem verschenen. In die romantische levensschetsen verschijnt hij stevast als de toegewijde revolutionair met het hart op de juiste plaats die voorbestemd was zijn land te herenigen en te bevrijden. Het beeld rijst dan op van een sober levende man die zelfs geen tijd had voor vrouwen of gezinsleven. Dat beeld ging er later ook bij Westerse demonstranten tegen de Vietnamoorlog in als soeterkoek. Pas lang na zijn dooduit in 1967 bleek dat hij die levensschetsen allemaal zelf geschreven had. Al die pseudoniemen hadden overigens ook de functie de Franse geheime politie op dwaalsporen te brengen. Zijn leven is dus deels in mysteries gehuld en dat begint al met zijn geboortedag. Die is namelijk onbekend. Verjaardagen zijn in de Vietnamese cultuur, zo begreep ik, onbekend. Alle nieuwgeborenen worden tijdens het Vietnamese nieuwjaar één jaar. Of ze nu één jaar oud zijn of tien maanden daarvoor geboren zijn. Ho begon op zeker moment 19 mei 1890 als zijn geboortedag uit te roepen. Want op 19 mei 1941 werd de Vietmin opgericht. 19 mei werd in het latere Noord-Vietnam een nationale feestdag waarop Ho felicitaties van bevriende staatshoofden ontving en een geselecteerd groepje kinderen en volwassenen bij hem te gast was om de geboorte van de republiek én de geboorte van hemzelf te vieren. Wat we menen te weten van zijn jeugd is dat hij tot zijn tiende een betrekkelijk zorgeloos kinderbestaan leidde in een dorp waar zijn vader een confessionistisch leraar was en zijn moeder op het land werkte. Toen hij tien jaar oud was overleed zijn moeder plotseling na de geboorte van haar vierde kind. Buren zouden laten vertellen dat het altijd vrolijke jongetje toen huilend door het dorp liep op zoek naar melk voor zijn pasgeboren broertje. Hij schijnt een dubbele opleiding genoten te hebben. Enerzijds studeerde hij als jongen de vele klassieke, in het Chinees geschreven teksten over heldendom, deugdzaamheid en moraliteit. Anderzijds kwam hij in contact met de Franse taal en cultuur, want zijn vader stuurde hem ook naar Frans-Vietnamese scholen. In 1906 verhuisde het gezin naar de keizerstad Hu, waar Ho dezelfde prestigieuze school bezocht als mijn later nog uitvoerig te bespreken katholieke held Ngo Dinh Diem. Het was een tijd dat zelfs hoge Vietnamese ambtenaren in die stad op straat het hoofd dienden te buigen wanneer zij een Fransman tegenkwamen. Over zijn gedwongen vertrek van die school bestaan twee versies. De ene vertelt dat de 18-jarige Ho betrokken raakte bij een oproer van opstandige boeren. De andere versie meldt dat hij de school moest verlaten wegens het schandaal verwekkende gedrag van zijn vader. Hoe het ook zei, hij verliet Ho en begon vanaf dan aan een jarenlang zwervend en ontworteld bestaan. Hij leefde een tijdje in Saigon en monsterde toen onder een valse naam aan op een schip als keukenmaatje. In Marseille meldde hij zich schriftelijk aan bij de prestigieuze École Coloniale in Parijs, een opleiding notabene voor toekomstige koloniale bestuurders. Hij werd afgewezen. Vervolgens monstert hij weer op een schip aan. Met allerlei scheepsbaantjes zwerft hij de wereld over. Afrika, Latijns-Amerika en Noord-Amerika doet hij aan. In New York zou hij in een hotel als banketbakker gewerkt hebben. In latere publicaties wijt hij vaak uit over de grote sociale ongelijkheid en onrechtvaardigheid die hij overal tegenkwam. Vooral de achtergestelde positie van de zwarte bevolking in de Verenigde Staten en van de Ieren in Groot-Brittannië schijnen hem gefascineerd te hebben. In de latere Noord-Vietnamese binnenlandse propaganda diende deze verhalen om aan te tonen dat de strijd van de Vietnamesen niet op zichzelf stond, maar onderdeel was van een wereldwijde strijd tegen het Westers imperialisme. Maar al in de jaren twintig zou hij artikelen schrijven over het racisme in de zuidelijke staten van de Verenigde Staten, over de lynchpartijen en over het optreden van de coucouks clan in het bijzonder. Na zijn wereldreis vestigt hij zich in Parijs. En daar sloot hij zich in 1919 aan bij de Franse Socialistische Partij. Met de hulp van enkele oudere Vietnamese intellectuelen schreef hij artikelen in het socialistische tijdschrift L'Humanité. Onder die titel zou later de communistische krant uitgegeven worden. Een van die mentoren was overigens de net door mij besproken nationalist Van Chu Chin, die toen als politiek balling in Parijs woonde. In het begin van zijn Parijse periode leek Honoch aan Qin verwante ideeën te hebben. Maar in die stad maakte hij kennis met het marxisme. Hij maakte ook kennis met andere jonge Aziaten die later een vooraanstaande rol in hun land zouden spelen. Zo kende hij Chinezen als Qiu Enlai en Deng Xiaoping, mannen die later hoofdrollen zouden vervullen in de geschiedenis van het Chinese communisme. Het was ook de tijd dat er na afloop van de Eerste Wereldoorlog in Versailles onderhandeld werd over een aantal vredesverdragen. De Amerikaanse president Wilson had zijn beroemde 14 punten gelanceerd, waarin onder andere gesproken werd over het recht op zelfbeschikking. Een aantal Vietnamesen, verenigd onder de naam Groupe des Patriotes Annamite, stelden een petitie op waarin om meer autonomie voor Vietnam werd gevraagd. Dat verzoekschrift werd door hun vriend Ho afgegeven aan de poort van het paleis van Versailles waar de overwinnaars van de oorlog bij elkaar zaten. Voor die gelegenheid gebruikte hij een nieuwe naam, Nguyen Ai Co. Letterlijk betekent dat Nguyen die van zijn land houdt. De delegaties hebben waarschijnlijk nauwelijks aandacht geschonken aan de petitie, maar helemaal onopgemerkt bleef de zaak niet. De Franse minister van Kolonie, Albert Sarrot, liet onderzoek doen naar deze mysterieuze Nguyen. En het kwam zelfs tot een kort onderhoud tussen de twee. Maar ook de Franse geheime dienst was gealarmeerd en vanaf dan wordt Ho steviger in de gaten gehouden. Eind 1920 kwam er tot een splitsing binnen de Franse Socialistische Partij. Zoals ook in andere landen gebeurde, trad een groep die met de Russische Revolutie sympathiseerde uit de Socialistische Moederpartij. In de stad Tour werd toen de Franse Communistische Partij opgericht en Ho Chi Minh was daarbij. Hij kan dus als een van de oprichters van die partij beschouwd worden, al was zijn rol natuurlijk beperkt. Wel heeft hij tijdens die bijeenkomst een 12 minuten durende speech gehouden met een gepassioneerde oproep aan de kameraden om eensgezind voor de onderdrukte volken van Frans-Indochina op te komen. Hij deed dat gekleed in een wesserspak met stroplas. Zijn belangstelling voor het communisme was eerder gewekt door een vertaling van Vladimir Lenins artikel These over nationale en koloniale vraagstukken dat in L'Humanité verschenen was. In dat stuk legt Lenin in begrijpelijke taal uit dat het kapitalisme en het imperialisme sterk met elkaar verbonden zijn. En roept hij de kameraden op de boerenbevolking in Azië en Afrika te steunen in hun vrijheidsstrijd. Ho schijnt erg getroffen te zijn toen hij dit las. Hij begint zelf artikelen in communistische organen te publiceren met dezelfde boodschap. Historici hebben later het nodige over zijn Parijse bestaan kunnen ontdekken in het archief van de geheime dienst. Ook troffen ze daar summierige gegevens aan over zijn toenmalige privéleven. Hij had een Franse vriendin of mogelijk meerdere vriendinnen. In China schijnt hij later zelfs getrouwd te zijn geweest met de dochter van een rijke Chinese ondernemer en met haar een kind gehad te hebben. Maar in het latere communistische Noord-Vietnam werden dit soort gegevens als een soort staatsgeheim beschouwd, omdat dat afbreuk zou doen aan de mythe van de toegewijde revolutionaire monnik die zijn gehele leven in dienst had gesteld van de bevrijding van zijn volk. Een dergelijk tamelijk sympathiek beeld van Ho vinden we trouwens ook in de indrukwekkende, ook in het Nederlands vertaalde, roman De hemel boven Vietnam. Dat boek is geschreven door een auteur die overigens uiterst kritisch staat tegenover het communistische regime. Die schrijfster is Dong Thu Han. Zij is in 1989 uit de partij gezet, heeft korte tijd in de gevangenis gezeten en leeft nu als politieke balling in Frankrijk. In haar monumentale roman verschijnt Ho Chi Minh als oudere man op het moment dat hij aan het eind van zijn leven de feitelijke macht in de partij verloren heeft en min of meer gedwongen op het platteland een comfortabel leven leidt. Een groot deel van de roman bestaat uit zijn overpijnzingen over zijn vroegere leven. Een indrukwekkende roman. Maar na een korte pauze weer terug naar mijn eigen korte levensschets van Ho. In 1923 kreeg Ho een uitnodiging van de Comintern om naar Moskou te komen. Vermomd als een rijke Chinese zakenman vertrekt hij met een vals visum van het Cardunoor. Niet lang na zijn aankomst in Moskou sterft Lenin. Volgens eigen zeggen was Ho aanwezig bij dienst uitvaart. Hij wordt goede maatjes met Nicolai Boukarin, die later onder Stalin geëxecuteerd zal worden. Tijdens het vijfde congres van de Comintern in 1924 spreekt hij over Vietnam. Maar de belangstelling voor zijn ideeën was niet overweldigend. Stalin was niet gecharmeerd van het idee dat de boeren in Vietnam en China van belang konden zijn voor de wereldrevolutie. Anders dan Lenin legt Ho meer de nadruk op een nationale revolutie als voorfase van een communistische omwenteling. Eerst zou een bredere coalitie van boeren en delen van de Vietnamese progressieve elites de strijd met de Fransen moeten aangaan. Dit soort ideeën zou pas in 1935 bij Stalin in vruchtbare aarde vallen toen hij het idee van een breed volksfront liet lanceren. Bovendien probeert Ho het Leninisme te combineren met het Confucianisme. In Parijs had hij al geschreven, ook de grote Confucius pleitte voor internationalisme en een gelijke verdeling van welvaart. Zou Confucius nu leven, aldus Ho, zou hij zich onverwijld tot het Leninisme bekeerd hebben. Ook jonge Vietnamese communisten die hij ontmoette in Moskou werden doorgaans niet enthousiast voor dit soort ideeën, wat het Confucianisme-god bij de jongere revolutionaire garde als reactioneer en achterhaalt. Ho Chi Minh's rol in de communistische beweging is voor 1941 bescheiden geweest, al is die rol in de latere Vietnamese propaganda natuurlijk erg opgepompt. Hij heeft ook tijdens het interbellum Vietnam nooit teruggezien en was daar in revolutionaire kringen vrijwel onbekend. In 1924 vertrok hij naar China als assistent van een zekere borrowdien. Zij kregen de taak toebedeeld invloed uit te oefenen op de Chinese nationalistische beweging van Sun Yat-sen. Rond 1930 was hij in China betrokken bij de oprichting van de Vietnamese Communistische Partij. In 1931 werd hij in Hong Kong gearresteerd door de Britse politie, die dat deed op aanwijzing van de Franse geheime dienst. Hij heeft toen twee jaar gevangen gezeten. Met hulp van een waarschijnlijk door Moskou betaalde Britse advocaat werd hij niet aan de Fransen uitgeleverd, maar vrijgelaten. In twee communistische kranten liet de Comintern toen via overlijdensadvertenties weten dat Ho aan tuberculose was overleden. Wederom vermomd als rijk Chinees zakenman vluchte hij via Shanghai en Vladivostok naar Moskou. Ho heeft vervolgens vanaf 1934 vier jaar in de Sovjet-Unie geleefd. Daar heeft hij gestudeerd aan het officiële opleidingsinstituut van de Comintern. Dat was een school waar buitenlandse communisten een Stalinistische heropvoeding genoten. In 1935 beklede hij op het zevende congres van de Comintern een ondergeschikte positie in de Vietnamese delegatie. Hij bleef gespaard tijdens de grote terreur, toen ook veel buitenlandse communisten door Stalin vermoord werden. In 1938 werd hij als agent weer naar China gestuurd, waar hij uiteindelijk de top van de Vietnamese beweging bereikte. Als blijk van zijn loyaliteit aan Stalin rapporteerde hij aan Moskou over de activiteiten van Vietnamese trotskisten. die heeft hij overigens later in Vietnam zelf uit de weg laten ruimen. Zo werd de tostkistische leider Thao na een onvervalst stalinistisch proces in 1945 geëxecuteerd. In de jaren 50 liet hij in navolging van Stalin en Mao in Vietnam een grootschalige zogeheten landbouwhervorming doorvoeren, die tienduizenden boeren, onder wie ook trouwe Vietmin-leden, het leven hebben gekost. Maar ik ben nu ongemerkt te ver in de Vietnamese geschiedenis doorgeschoten. Volgende week keer ik terug naar het koloniale Vietnam, met het antwoord op de vraag hoe het de katholieke kerk in dat tijdperk vergaan is. De gegevens van de net door mij genoemde roman vindt u in de programma-toelichting van deze aflevering op de site van Radio Maria. Ik dank u weer voor uw gewaardeerde aandacht.

Other Episodes

Episode 2

February 10, 2026 00:51:35
Episode Cover

Over het wonderlijke leven van Jimmy Lai

Afl. 2 | Een rechtbank in Hongkong heeft afgelopen december de katholieke zakenman Jimmy Lai schuldig bevonden aan samenspanning met buitenlandse machten en het...

Listen

Episode 10

April 06, 2026 00:59:14
Episode Cover

Katholieken van Vietnam - Over de dekolonisering van de Kerk

Afl. 10 | In deze aflevering gaat het over initiatieven vanuit Rome om iets te doen aan het onvermogen of de onwil in veel...

Listen

Episode 7

March 16, 2026 00:59:01
Episode Cover

De Katholieken van Vietnam - Over de negentiende eeuwse martelaren van Vietnam 

Afl. 7 | Ik begin deze aflevering met een verwijzing naar de heiligverklaring in 1988 door paus Johannes Paulus II van 117 martelaren die...

Listen