Episode Transcript
[00:00:03] Speaker A: U luistert naar Radio Maria via DATPLUS, internet of de Radio Maria app.
De
[00:00:21] Speaker B: ladder van Jacob.
Literatuur, geschiedenis en muziek met Theo Parlevliet.
Beste luisteraar, u gaat luisteren naar de tweede aflevering van mijn korte serie over de Poolse componist Henrik Koretsi.
In de eerste aflevering heb ik u vooral willen vertellen en vooral laten horen hoe de jonge Koretsi aanvankelijk het westerse muzikale modernisme omarmd heeft en hoe dat modernisme op gespannen voet stond met de officiële kunstopvattingen in het communistische Polen.
In deze aflevering wil ik u vooral laten horen hoe hij zich in latere jaren van dat modernisme afwendt en zijn inspiratie steeds meer zoekt in de oude Poolse muziek.
Het centrale thema in deze aflevering is de wijze waarop Correggi in veel van zijn composities het thema van de moeder verklankt heeft.
Wanneer Koretsi tijdens een vraaggesprek een vraag voorgelegd krijgt over de banden die hem met Polen verbinden, begint hij de persoonlijke banden die iemand heeft met zijn geboorteland meteen te vergelijken met de kracht van de moederbinding.
Ook al wordt een kind losgesneden van de navelstreng, het blijft het kind van zijn moeder en dit is misschien wel de sterkste menselijke band.
Veel van zijn composities vormen een eerbetoon aan Corecci's hemelse moeder.
Een enkel stuk vormt een liefdevol gedenkteken voor zijn vroeg gestorven aardse moeder.
Maar vaak zien we de liefde voor zijn aardse moeder onontwarbaar verknoopt met die voor zijn hemelse moeder.
Wanneer Correggi het moederschap in algemene zin muzikaal verbeeld, heeft dat toch vaak ook te maken met zijn relatie met zijn aardse moeder.
Zijn moeder was Ottilia Correggi, die niet lang na Hendricks geboorte op 26-jarige leeftijd overleed.
Op 6 december 1935, nota bene op de tweede verjaardag van de jongen.
Een heel veel werk wordt al aan haar nagedachtenis opgedragen.
Het draagt opus nummer drie en werd geschreven in 1956.
Het betreft een reeks van drie korte liederen.
Voor de eerste twee liederen gebruikt de componist twee droevige teksten van de in de eerste helft van de negentiende eeuw levende romantische Poolse dichter Julius Slowaci.
Het eerste nummer heet simpel Doe Matkie voor moeder.
Het tekst is een fragment uit een langer gedicht dat Slowaci schreef na de dood van zijn moeder.
Hij beschrijft de onheilspellende dromen van de zoon na de dood van zijn moeder, zijn nachtmerrie van verlatenheid.
Deze negentiende-eeuwse gezongentekst luidt in vertaling.
In de duisternis zie ik moedersgestalten.
Zij schijnt naar de uitgang van de regenboog te wandelen.
Haar gezicht, weggedraaid, kijkt over haar schouder.
En in haar ogen zie ik dat zij naar haar zoon kijkt.
[00:04:09] Speaker A: In de donkere nacht MUZIEK Zijn omgekeerde gezicht.
Hij kijkt naar mijn armen.
Ik zie in zijn ogen dat hij naar mij kijkt.
MUZIEK.
[00:05:53] Speaker B: We wenden ons nu naar Correggi's tweede lied uit zijn opus drie, waar hij wederom een tekst van de negentiende-eeuwse dichter Julius Slovaci voor gebruikte.
We zien hier de dichter achter de baar van zijn moeder lopen.
De stoet loopt biddend onder de klanken van de kerkklokken de begraafplaats op.
De arm van de zoon onder de kist, gekweld door zwarte wanhoop, bekleed met zwarte rouwkleding.
[00:06:37] Speaker C: Er klinkt een grote klok.
[00:06:42] Speaker A: De kerk ruikt uit het buitenland.
Er komt een grote ploeg.
Laat de vrouwen zijn.
De vrouwen zijn moe.
De vrouwen zijn moe.
De vrouwen zijn moe.
Zacht, zacht, zacht, zacht...
in het zwarte cemeterium.
Onder de trommel van mijn zoon, een zwarte angst en angst, een zwarte schaduw en angst,
[00:09:02] Speaker B: Na de zware akkoorden, de langzame tempi en de dalende notenreekse die in deze twee liederen het moment van de dood van de moeder, de finaliteit van haar vertrek en de wanhoop gevoeld tijdens de begrafenis uitdrukken, zorgt het zeer korte derde en laatste lied voor een verrassende wending.
Het lied heet De Vogel.
En de tekst is onder Poolse scholieren nog steeds heel bekend.
Het is van de hand van de Poolse Joodse dichter Julian Tuwim.
Het gaat als volgt.
Een vogel schitterend op een twijgje.
Hoe het chilpt en hoe het fladdert.
Het veegt zijn scherpe navel af in zijn gevelerde.
Het zet de gehele struik in beweging.
dan vliegt het zingend weg en de schommelende tak trilt nog na van vreugde na het dansen van de vogel.
Als zodanig kan het gedichtje staan voor een gelukkige jeugd.
Maar omdat de vogel in de christelijke iconografie ook kan staan voor de ziel, kun je in dit gedicht ook de symbolen zien van de geliefde moeder, de vogel, en het kind dat zij verlaten heeft, het trillende twijgje.
De aanstekelijke opwinding van het kleine vogeltje laat de struik nog trillen van vreugde, lang nadat de gelukkige moeder de vreugde van haar kind heeft meebeleefd, totdat zij verdween.
Het plotselinge einde van haar korte maar intens beleefde aanwezigheid liet een gapende wond achter in de kinderziel.
Het verlies van de moeder kan nooit meer ongedaan gemaakt worden.
Maar het is mogelijk troost te vinden in de herinnering aan voorbije vreugde.
In het werk van Correggi vinden we een dergelijke weg naar sublimering van verdriet en acceptatie van het leven zoals het is wel meer.
Luistert u nu naar het ultrakorte De Vogel.
[00:11:19] Speaker A: Hij zat op de brug en schreeuwde, schreeuwde, schreeuwde.
Een zwaar doekje in de vleugels kwam eruit. Hij riep het hele bosje. Daarna vlieg hij in de lucht. De brug was nog steeds open. Zijn neus was nog steeds open. Zijn neus was nog steeds open.
[00:11:47] Speaker B: Misschien is het hier de plaats om, los van het autobiografische, nog wat te zeggen over de bronnen waaruit Correggi voor zijn moederbeeld geput heeft.
Want zijn moederbeeld ligt natuurlijk licht jaren verwijderd van dat van de invloedrijke feministische auteurs van onze tijd.
Van bijvoorbeeld Simone de Beauvoir, die het krijgen van kinderen slechts als een handicap voor de vrouw wensen te zien. Toen zij schreef dat, citaat, de vrouwelijke rampspoed bestaat in de biologische bestemming van het voortzetten van menselijk leven.
Of de later schrijvende mevrouw Firestone, die schreef dat de kern van de vrouwenonderdrukking ligt in het baren en grootbrengen van kinderen.
Of mevrouw Shari Thurer, die de basis van de vrouwenonderdrukking ziet in het traditionele westerse beeld van de volmaakte moeder.
Die moeder is, zo schrijft zij, behoorlijk getrouwd, gelovig, onderdanig, bescheiden.
Een vrouw die haar eigen wensen opzij zet ten gunste van het opvoeden en inspireren van haar kinderen.
Zij maakt al dus deel uit van onze mentale huisraad, namelijk de deurmat.
In dit soort feminisme wordt het moederschap dus doorgaans geplaatst in samenhang met onderdrukking van de individuele identiteit of van sociale achterstelling.
En staat dus ver af van de mysteries van Gods schepping.
Wanneer we Correggi's moederbeeld willen achterhalen, kunnen we bijvoorbeeld een denkbeeldig bezoekje brengen aan zijn huis in Katowice, dat vol stond met schilderijen en beelden over religieuze thema's.
Zijn bibliotheek was ruim voorzien van teksten van Poolse dichters, die in hun werk sterke religieuze sentimenten vertolkte.
Bijvoorbeeld de net genoemde Julius Slowaci.
Veel van de kunstenaars uit de Poolse romantiek werkten in een periode dat de Poolse staat van de aardbodem weggevaagd was.
Sinds 1795 leefde het Poolse volk gescheiden in de drie rijken van de grootmachten van toen, Pruisse, Oostenrijk en Rusland.
In die tijd wordt in de volksverbeelding de heroïsche figuur van Matka Polka dominant.
Matka Polka kun je simpel vertalen met de Poolse moeder.
Haar werk voor de natie is even belangrijk als haar werk voor haar familie.
De waardering voor het moederschap is sterk verbonden met de nadruk die gelegd wordt op haar verdiensten voor het bewaren van de Poolse taal en cultuur.
We zien op een kenmerkende afbeelding uit circa 1880 een zittende vrouw met gestrekte arm een aangestoken toorts voor haar twee kleine kinderen houden en het onderschrift geeft ons uitleg.
Laat de overlevenden hun hoop niet verliezen en laat hen het licht van de nationale opvoeding hoog houden.
En zo zien we de moederliefde hecht verbonden met de liefde voor het vaderland.
In de literatuur en de beeldende kunst zien we de moederlijke rol zo vaak verbonden worden met de redding en de overdracht van Poolse culturele waarden in de familie. Het redden van die cultuur was slechts mogelijk door de loyaliteit aan en de kennis van de Poolse taal, de Poolse literatuur en de Poolse muziek.
Want de Poolse cultuur kende toen een hachelijke status in het openbare leven, maar floreerde binnen de familiale kring.
Daar werd de nationale identiteit gecultiveerd en de speciale rol van de vrouw daarin werd in brede kring herkend.
Maar er is natuurlijk ook nog een sterk religieus element in de Poolse visie op het moederschap, gebaseerd op de alomtegenwoordige Mariavereering binnen de Poolse katholieke kerk.
Het kerkelijk jaar kent daar 16 Mariafeesten, waaronder het feest van de Koningin van Polen.
Zij is voorwerp van talloze liederen, gedichten en vormen van volksdevoties.
Net als veel andere Polen had ook Koretsi bij hem thuis een afbeelding van ons lieve vrouwen van Jasna Kora hangen.
Hij betreft een dertiende eeuwse Byzantijnse icoon waarin Maria ons frontaal aankijkt met een onwrikbare starende blik die de vele Poolse pelgrims in Shestakowa met ontzag en eerbied vervult.
De icoon van de Zwarte Madonna bevindt zich in de barokke kloosterkerk van Częstochowa.
Het klooster werd in 1382 gesticht door hertog Wladyslaw, voor monniken van de orde van Paulus de Eremiet, die de hertog uit Hongarije had laten komen.
In 1655 werd het klooster door de protestantse Zweden belegerd, maar met behulp van boeren en burgers uit de omgeving wisten de monniken de vijand te weerstaan.
En ze schreven dit vooral toe aan de hulp door de Zwarte Madonna.
Een jaar later werd de moeder gods door de Poolse koning uitgeroepen tot beschermvrouwe van Polen.
Correggi heeft het werk O Domina Nostra geschreven.
Meditaties over ons lieve vrouwen van Jasna Gora.
Hij heeft het geschreven ter gelegenheid van de viering van het 600-jarig bestaan van het Zwarte Madonna Heiligdom in Shestakowa.
Maar ik kan het u helaas wegens de lengte hier niet laten horen.
Wel kan ik u een werk laten horen dat Corecci iets later schreef voor gemengd koor.
Hij droeg dit werk op aan paus Johannes Paus II toen deze voor de derde keer een pelgrimage naar zijn vaderland ondernam.
Het werk is getiteld Totus Tuwus en stamt uit 1987.
Totus Tuwus geheel de uwe, was het motto van deze paus.
De tekst is gewijd aan de naam van de hemelse moeder.
Totus tuus sum, Maria.
Ik ben geheel de uwe, Maria.
Mater Nostri Redemptoris, de moeder van onze verlosser.
Virgo Dei Virgo Pia, de maagdgods, de vrome maagd.
Mater Mundi Salvatoris, moeder van de redder van de wereld.
besluit de tekst met weer opnieuw totus tuus sum Maria.
De naam Maria wordt in de gezongen tekst veertig keer herhaald.
En mater horen we twintig keer onregelmatig door de tekst heen.
In die voortdurende herhaling kunnen we ook het taalgebruik van het kind ten aanzien van zijn moeder horen.
behoren in die herhaling de urgente behoefte van het kind aan de geruststellende liefde van zijn moeder.
[00:20:30] Speaker C: ZANG EN MUZIEK Hier ga ik, hier ga ik gaan.
Allelui, allelui, Salvatore.
MUZIEK Maria, Maria, Maria, Maria, MUZIEK.
MUZIEK MUZIEK ZANG EN MUZIEK Ave Maria.
Ave Maria.
Ave Maria.
die wachten op dit slachtoffer.
ADEM HOMING ADEM HOMING SCARAPTALIS MUZIEK ZANG EN MUZIEK MUZIEK Maria, Maria, Maria, Maria.
Maria,
[00:30:58] Speaker A: Maria,
[00:31:10] Speaker C: Maria Maria
[00:31:45] Speaker B: Correggi's herhalingen kan ons ook doen denken aan een wiegenlied.
Een genre waarin we ook simpel taalgebruik en herhaling vinden.
Maar ook zonder woorden kan Correggi aan de piano gezeten het genre voor ons oproepen.
U hoort hier een vroege compositie met opus nummer 9 uit 1956.
opgedragen aan zijn toekomstige vrouw Jadwija en hier gespeeld door zijn dochter Anna.
[00:33:08] Speaker A: TV
[00:33:38] Speaker C: GELDERLAND 2021.
TV
[00:34:29] Speaker A: GELDERLAND 2021.
[00:35:36] Speaker B: Ik kan in deze aflevering, gewijd aan het moederschap in het werk van Corecci, niet voorbijgaan aan het begin jaren zeventig gecomponeerde Ad Matrem, voor moeder.
Het is een compositie voor sopraan, gemengd koor en orkest.
Een orkeststuk dat zowel overduidelijk een religieuze achtergrond heeft als ook in muzikale zin nog modernistische trekken vertoont.
Wel kun je hier goed horen dat Corecci de complexe dissonante stijl van zijn vroegste werken verlaten heeft en een eenvoudiger, meer tonale aanpak begint te omarmen.
Want Matram werd voor het eerst uitgevoerd tijdens het Warschauer Herfstfestival van 1972.
De zeer korte tekst die u af en toe hoort van het koor en pas helemaal aan het eind van de sopraan, is ontbleend aan het begin van het Stabat Mater.
Maar in het stuk hoort u slechts de woorden Mater mea, Lacrimosa, Dolorosa.
Het stuk is opgedragen aan zijn aardse moeder Otilia, maar de tekst verwijst dus overduidelijk ook naar zijn hemelse moeder.
In een interview uit 1998 vraagt de journalist hem naar de betekenis van ad matrem.
Hij antwoordt.
Er kunnen allerlei associaties opkomen bij de luisteraar.
Bij mij was het mijn eigen leven.
In mijn geval was dat erg tragisch en erg dramatisch. Daar komt het vandaan.
Het is volkomen anders wanneer je iemand hoort zeggen zijn moeder stierf dan wanneer je hoort een jong meisje stierf.
Maar mijn moeder was een jong meisje toen ze stierf. Wat is 26 jaar?
En dan waren al die tragedies waar ik doorheen ging. Het gebroken gezin, geen thuis, ziekte, de oorlog.
Alles stapelde zich opeen in mijn geheugen.
En dan vertelt Korechi dat hij in de tijd dat hij met Ad Matrem bezig was voor een NIA-operatie in hetzelfde ziekenhuis lag waar zijn moeder gestorven was.
Hij zegt Ik weet zeker dat het verblijf in dat ziekenhuis al deze gedachten en herinneringen weer tot leven bracht.
Haar dood was een tragedie.
Een onverklaarde, mysterieuze tragedie.
Ik begon te zoeken naar informatie over die jaren.
Ik vond wat gedeeltelijke documenten vage herinneringen van familieleden.
En dan zegt hij ook nog iets over de compositie zelf.
Ik begon met wat nu het centrale deel is, gebaseerd op een van Bach's preludes.
Later schreef ik de introductie met al die biologische elementen, met de hartslag van de moeder, de eerste schreeuw van de nieuwgeborene, enzovoorts.
Het is een verwijzing naar het Stabat Mater, maar de rollen worden hier omgedraaid.
Niet de moeder, maar de zoon staat onder het kruis.
Weet je, ik heb dit ideale beeld van mijn moeder.
Je moet nog weten dat ze een tijdje non wilde worden.
Maar genoeg hierover.
Dit fascinerende stuk duurt circa 10 minuten.
Eerst hoort u twee keer uit het bijna onhoorbare het aangroeiend geluid van slagwerk.
En pas later hoort u de korte gezongen phrases door het koor en de sopraan komt pas helemaal aan het eind.
Het is grotendeels een soort symfonisch gedicht.
Buiten Polen is het nooit erg bekend geworden.
U hoort hier een zeldzame opname van Aad Matrem.
[00:42:44] Speaker C: MUZIEK MUZIEK.
MUZIEK.
MUZIEK MUZIEK MUZIEK.
MUZIEK.
[00:50:15] Speaker B: Beste luisteraar, ik had twee afleveringen over Corecci gepland, maar ik wil u onder andere ook nog een fragment uit zijn wereldberoemde derde symfonie laten horen.
Een werk waarvan de gezongen teksten ook nog op een hartverscheurende manier over het aardse en hemelse moederschap gaan. Maar ik heb daar in deze aflevering geen tijd meer voor. Dus ik kom volgende keer nog een keer terug met een laatste aflevering over Henrik Koretsi.
Gegevens over de muziekfragmenten vindt u in de programma-toelichting van deze aflevering op de site van Radio Maria en op de podcast-platforms waar u zich ook kunt abonneren op De Lalle van Jacob.
U kunt alle door mij gebruikte muziek ook heel gemakkelijk op Spotify terugvinden.
Ik dank u weer voor uw gewaardeerde aandacht.
U hebt geluisterd naar De Ladder van Jacob door Theo Parlevliet.